Spetters op de voorruit. Niet van de regen en niet van de ruitensproeier. ‘Dat is niet goed’, zegt oudste zoon | Column Herman Sandman

Portret Herman Sandman

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Spetters op de voorruit. Niet van de regen en ook niet van de ruitensproeier. Koelvloeistof. We reden, even voorbij Keulen, met een gangetje van 95 over de A1 richting het zuiden.

,,Lijkt me niet goed’’, zei oudste zoon. ,,Nee, dat is niet goed’’, zei ik.

We stonden kort daarop stil op de vluchtstrook. Scheurtje in het koelvloeistofreservoir. Het gezin strandde in rampgebied, waar alle hulpverleningsdiensten en het leger met loeiende sirenes langs ons reden om mensen te helpen die vanwege de overstromingen veel grotere problemen hadden dan wij.

We hebben drie uur op hulp gewacht. Op de ladder van ellende in dat deel van de Eifel hingen we met een pink aan de onderste tree.

Wij waren zó de verkeerde mensen op de verkeerde plek.

Een ervaring bleek het wel. Het was bloedheet en we moesten achter de vangrail, op een helling waar je niet kon zitten en niet kon staan. De enige troost waren ijsthee, energierepen en tonic.

Mensen in voorbijrazende auto’s keken naar ons, wij keken terug.

,,Snap ik’’, bekende ik, ,,als ik mensen met pech zie denk ik ook altijd: blij dat ik dat niet ben.’’

De berger bracht ons uiteindelijk naar een garage in Euskirchen. Dat bleek een stukje terug, dus konden we van afstand nog even zien waar we hadden gestaan.

Toen de auto na een dag klaar was en we alsnog richting zuiden reden, kwamen we er weer langs en op de terugreis, 2,5 week later, ten derden male . We wezen telkens op dat stukje berm, vlak voor Mechernich: ,,Kijk, ons plekje.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns
menu