DVHN commentaar | Suriname maakte met verkiezing Santokhi stap in de goede richting. Nederland heeft de morele plicht hem te helpen

Met het bezoek dat president Chan Santokhi van Suriname volgende maand aan ons land brengt, krijgt het herstel tussen Nederland en zijn vroegere kolonie een definitief karakter.

Chan Santokhi vorig jaar na de gewonnen strijd om het presidentschap van Suriname.

Chan Santokhi vorig jaar na de gewonnen strijd om het presidentschap van Suriname. Foto: Ranu Abhelakh

Die normalisering van de relatie tekende zich vorig jaar al af nadat de gewezen politiecommissaris met zijn Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) de presidentsverkiezingen won van Desi Bouterse die het land de voorgaande tien jaar leidde. Bouterses rol bij de Decembermoorden in 1982 en zijn veroordeling bij verstek in ons land voor drugsmokkel stonden een goede verstandhouding met Suriname in de weg.

Het lijkt erop dat Santokhi nu met veel egards wordt ontvangen. Dat juist hij veel krediet heeft bij de Nederlandse regering komt mede door zijn jarenlange en uiteindelijk succesvolle strijd voor de vervolging van Bouterse vanwege diens aandeel in het bloedbad van bijna 40 jaar geleden.

Ons land voelt terecht nog een grote verantwoordelijkheid voor Suriname, dat door bijna 300 jaar koloniaal Nederlands bewind geen kans heeft gehad een volwassen democratie en economie te ontwikkelen. Dat de corrupte Bouterse eerst bij de zogeheten Sergeantencoup in 1980 en later bij presidentsverkiezingen het land in zijn greep kreeg, zegt alles over de kwetsbaarheid van Suriname nadat het in 1975 zijn onafhankelijkheid kreeg.

Ook onder Santokhi verloopt het democratische landsbestuur nog niet rimpelloos. De president heeft zichzelf kwetsbaar gemaakt door zijn echtgenote mooie baantjes toe te spelen. Naar Nederlandse maatstaven is ook het vicepresidentschap van Ronnie Brunswijk bevreemdend. Ook hij werd in ons land en in Frankrijk bij verstek veroordeeld vanwege drugshandel en speelde als crimineel, zakenman, politicus en leider van een jungle-commando een discutabele rol in de recente geschiedenis van het land.

Gezien de staat van dienst van de president, lijkt Suriname met de verkiezing van Santokhi echter een stap in de goede richting te hebben gemaakt. Hij staat voor de welhaast onmogelijke taak om een einde te maken aan de financiële en economische malaise die Bouterse achterliet. Nederland heeft jegens Santokhi, maar bovenal tegenover de ruim 600.000 inwoners van het land de morele plicht hem daarbij te helpen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Commentaar
menu