DVHN commentaar | Woningen uit de fabriek? Creëer daar maar eens een prettige, waardevolle wijk mee. Laat tempo en getallen niet alléén leidend zijn bij de bouw van al die nieuwe woningen

Er moeten een hoop nieuwe woningen bij, alleen al 20.000 in de stad Groningen. Laten we ervoor zorgen dat dat ook goede woningen worden.

Impressie nieuwbouwproject Sluispoort in Meerstad, een van longlist genomineerden voor de Groninger Architectuurprijs 2021.

Impressie nieuwbouwproject Sluispoort in Meerstad, een van longlist genomineerden voor de Groninger Architectuurprijs 2021. Foto: Pandomo Makelaars

Bouwen, bouwen, en liefst snel een beetje. Er moeten binnen afzienbare tijd een hoop nieuwe woningen worden gerealiseerd. Alleen al voor de stad Groningen gaat het om pakweg 20.000 woningen. Gezien de hoge nood is het verleidelijk om in te zetten op massaproductie, woningen uit de fabriek. Maar creëer daar maar eens een prettige, waardevolle wijk mee, gemengd en groen, met voorzieningen op loopafstand – en nog betaalbaar ook. En hoe overtuig je de markt om daar een uitdaging in te zien?

Het is daarom goed dat tijdens de Architectuurmaand Groningen, die dinsdag van start ging, de focus nu eens minder op de getallen ligt, maar op de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat er niet alleen veel, maar ook goed gebouwd gaat worden. Dat de boel een beetje leefbaar blijft, en dat de stad er als geheel ook iets aan heeft. Ook de manifestatie Bouw Anders van de gemeente Groningen, het vervolg op eerdere ontwikkelmanifestaties als What a Wonderful World, A Star is Born en Blue Moon, sluit hierop aan.

Kwantiteit en kwaliteit hoeven elkaar niet in de weg te zitten, is hierbij het idee. Maar die doen dat sinds eind vorige eeuw natuurlijk wel. Oude wijken, van voor en kort na de oorlog worden veelal gewaardeerd om hun gemengde woningtypes, aandacht voor gedeelde openbare ruimtes en uitgesproken bouwstijl. Maar aan die wijken lag wel een ideologie ten grondslag, een opvatting over de stad en de maatschappij. Kom daar nu nog maar eens om.

Gaandeweg, en zeker sinds de jaren negentig, is de aandacht voor het gemeenschappelijke en sociale uit de stadsontwikkeling verdwenen. Met de o zo praktische, maar ook uniforme en daardoor zouteloze Vinexwijk als ultieme uitkomst. Inmiddels raken we er gelukkig steeds meer van doordrongen dat we meer zijn dan een stelletje individualisten bij elkaar. We zijn ergens toch wel een beetje op elkaar aangewezen, nietwaar?

Dit hoeft prefabwoningen en bijvoorbeeld hoogbouw overigens niet uit te sluiten. Na de Tweede Wereldoorlog moest het ook snel en goedkoop, en toch waren er bij een wijk als De Wijert liefst twintig verschillende architectenbureaus betrokken. Die tijden zullen wel nooit terugkomen, maar het zou mooi zijn als in de aankomende nieuwe fase van de stadsontwikkeling het tempo en de getallen niet alléén leidend zullen zijn, en de ideologie weer enigszins terugkeert.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Commentaar
menu