De meeste bijstandsgerechtigden deugen. Dus kom met wetgeving die niet iedereen op voorhand beschuldigt

Werkzoekenden bij het Werkplein van het UWV in Amsterdam Foto: "Robin van Lonkhuijsen"

Begin dit jaar ontstond er, terecht, commotie over een terugvordering van bijstand. Een vrouw uit Wijdemeren (ten westen van Hilversum) moest 7000 euro terugbetalen omdat ze wekelijks wat boodschappen kreeg van haar moeder. Wethouder sociale zaken Peter Verschuren (SP) van Midden-Groningen liet zich er in een opiniestuk (DvhN 09-01) kritisch over uit. Gemeenten moeten meer ruimte krijgen voor maatwerk. Zeker, maar het is veel ernstiger. Voor mensen die voor hun inkomen afhankelijk zijn van de overheid gelden andere fundamentele regels dan voor rest van de Nederlanders.

In dit verband is het verleidelijk om de toeslagenaffaire aan te halen. Immers: de manier waarop naar afhankelijke inwoners wordt gekeken, gaat op voorhand uit van ‘het slechte in de mens’. Daarmee worden fundamentele vrijheden aangetast en ondermijnd. Er is sprake van gelegitimeerde discriminatie.

Strafrechter

Tot 2013 boog de strafrechter zich over de wat grotere bijstandsfraudezaken. Daarmee lag het primaat daar waar dat hoort te liggen: bij een onafhankelijke instantie. En daarmee was ook een van de grondbeginselen van onze rechtspraak gegarandeerd: je bent pas schuldig als de feiten bewezen zijn.

Dat is binnen de huidige wet niet meer het geval. Een praktijkvoorbeeld. Iemand ontvangt een bijstandsuitkering. Nog een jaar of vijf en deze persoon kan van de AOW gaan genieten. Natuurlijk heeft hij baantjes gehad maar op zijn leeftijd zit een nieuwe baan er niet meer in.

Meneer komt zijn tijd wel door; hij houdt zo’n twintig hobbyschapen. En daar is de gemeente niet van op de hoogte. ‘Fraude! Dat had hij moeten opgeven. Daar heeft hij inkomsten van!’ Hoeveel, dat maakt niet uit. De hele uitkering over twee jaar van 40.000 euro moet hij terugbetalen. En hem wacht ook nog een boete van hetzelfde bedrag. Ga er maar aan staan. Het bezwaarschrift dat hij indient, wordt ongegrond verklaard.

Boeteambtenaar

En dan duikt de boeteambtenaar op. Deze verdiept zich vervolgens in de zaak. En komt er achter dat de meneer tien jaar geleden wél melding heeft gemaakt van zijn wollige hobby. Daarmee komt de hele vordering – 80.000 euro – te vervallen. Maar wat als die goedwillende ambtenaar niet tegen die melding was aangelopen? De meneer had die veertig mille en de boete onverkort moeten terugbetalen. Geen ontkomen aan. De schuld had waarschijnlijk de rest van zijn leven om zijn nek gehangen. Want sanering van schulden in het geval van ‘fraude’ zit er voor hem niet in.

Wat zei de meneer toen hem werd verteld dat hij niks hoefde terug te betalen? ‘Dit kon niet waar zijn. Ik was er al van overtuigd dat het teruggedraaid zou worden.’ Maar in feite heeft hij geluk gehad. Het is hem gegund, maar zo zou het niet moeten zijn. Voor de wet moet iedereen gelijk zijn.

Op de schop

Vooropgesteld: ik ben vóór een stevige aanpak van fraude. Maar de huidige wetgeving moet op de schop om zo’n geval als onlangs in het nieuws was én een geval als dat van deze meneer te voorkomen. Kabinet en politiek moeten ophouden met roepen dat de gemeenten meer ‘maatwerk’ moeten gaan leveren als er weer eens een incident opduikt. Kom met wetgeving die past bij een beschaafd land en die niet iedereen op voorhand beschuldigt van ‘niet deugen’.

Want, weet ik uit de praktijk: de meeste bijstandsgerechtigden deugen. Om naar Rutger Bregman (auteur van De meeste mensen deugen ) te verwijzen: de wet moet alleen nog de juiste wolf leren voeden.


Ernst Ottens is Directeur Werkplein Ability, Uithuizen

Nieuws

Meest gelezen

menu