Het Volksparkstadion was van Oranje. Evert ten Napel van ons allemaal | column Ernst Slagter

Ernst Slagter.

Ernst Slagter. Foto: DVHN

Evert ten Napel had het liefst bedankt voor een afscheidsinterview. Maar de voetbalcommentator (77) maakte een uitzondering voor deze krant. Zijn hele familie krijgt ‘m in de bus, verklaarde hij.

Nu kan het natuurlijk zo zijn dat de Ten Napels alles lezen wat los en vast zit. De bakkerszoon uit Klazienaveen stond dit weekeinde hoe dan ook in vrijwel élke landelijke, regionale en lokale krant.

Misschien zei Evert - ik hoop dat hij het goed vindt dat ik hem tutoyeer - wat we van hem wilden horen.

Zoals hij dat ook deed, toen hij op onze Groningse redactie een spoedcursus gaf aan aanstormend talent. ‘Goeie genade’, verzuchtte Evert toen hij zag dat hij eerst drie trappen moest beklimmen.

En toen een van de cursisten schoorvoetend zei dat hij wat eerder weg moest: ‘Hoohóó. Het is hier nog niet gedáán, hoor.’

Evert wist deksels goed dat hij een cultcommentator was geworden. Hij speelde bingo achter zijn lipmicrofoon.

Veel mensen zijn opgegroeid met de stem van Evert. Hij is met wat fantasie de soundtrack van ons leven. Het Volksparkstadion was van Oranje. Evert van ons allemaal.

Hij kreeg de laatste jaren zo nu en dan boze moeders op zijn dak. Ze werden stapelmesjogge van zijn stem, omdat zoon- of dochterlief verslaafd was aan voetbalgame FIFA. 15.000 namen moest Evert inspreken. Op twee verschillende toonhoogtes. Goeie genade.

Toen zijn afscheidswedstrijd, die om de Johan Cruijff Schaal, zaterdag afgelopen was, zei Evert: ‘Opa gaat niet huilen, opa gaat níet huilen. Opa gaat wat drinken.’

Een tien met een griffel, Evert. Proost.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meningen
menu