Al vóór de val van Srebrenica luidden twee Dutchbat-officieren de noodklok, blijkt nu. Joris Voorhoeve moet eindelijk hand in eigen boezem steken

Twee dagen na de val van Srebrenica op 11 juli 1995 drommen Moslimvluchtelingen samen in Potocari. Foto: Anonymous

Op 20 januari jl. werden de ministerraadnotulen van 1995, waarin onder andere de val van de enclave Srebrenica aan bod kwam, na 25 jaar geheimhouding vrijgegeven door het Nationaal Archief. Nu blijkt dat twee Dutchbat-officieren in de periode voorafgaand aan de val van Srebrenica al signalen oppikten waaruit bleek dat een genocide ophanden was. Defensie haalde de twee betreffende officieren terug en gaf tenminste een van hen een spreekverbod.

Na de val van de enclave zou toenmalig minister van defensie Joris Voorhoeve de ministerraad uitdrukkelijk hebben verzocht om hier verder geen ruchtbaarheid aan te geven. Ook blijkt uit de notulen dat Voorhoeve in oktober 1995 aangaf dat de VN en Dutchbat meer hadden moeten doen om de val van de enclave te voorkomen. In een reactie op deze uitspraak, verklaart Voorhoeve tegenover het Algemeen Dagblad dat de VN meer troepen had moeten inzetten. Daarnaast geeft hij aan dat de landmachtleiding informatie achterhield, verwijzend naar onder andere wijlen generaal Hans Couzy, destijds bevelhebber.

Onnodig complex

Nieuws

menu