Waarom zijn er in Italië minder schapen de dupe van de wolf dan in Nederland? Beschermende honden zijn wel degelijk de oplossing | opinie

Een Pastore Abruzzese, oftewel Italiaanse berghond. Foto: Shutterstock

Volgens J.C. Bottelier biedt de inzet van honden geen serieuze oplossing voor de bedreiging van schapen door wolven. Dan kent hij de Italiaanse berghond nog niet, stelt Jan Derk Roelof van Dijk.
Lees meer over
Opinie

Er wordt veel gesproken en geschreven over de komst van wolven in Nederland en de schade die zij aanrichten. Zo schreef J.C. Bottelier in een opiniestuk (‘De wolf laat zich echt niet zomaar weren’, DvhN , 02-12) over wolfwerende rasters en wolfafschrikkende honden. Die laatste zouden te duur zijn om te onderhouden en door hun geblaf overlast geven.

Wij hebben al meer dan 20 jaar een Pastore Abruzzese als huisgenoot, oftewel een Italiaanse berghond. Gekocht in de Abruzzen. Groot, zwaar en wit. Wij kennen de aard van deze hondensoort en het kostenplaatje dat daarbij hoort.

In de Apenijnse bergen, of beter in de Majella en Gran Sasso in de provincie Abruzzo, zwerven in de maanden juni tot en met september grote kuddes schapen van 500 tot 1000 dieren, soms begeleid door een herder en zeker door 5 tot 7 honden. Daarbij vaak nog enkele bordercollies voor de drijffunctie.

Schapen vertrekken vanuit een kraal

De schapen, en soms geiten, vertrekken als ze de bergen in gaan altijd vanuit een kraal: een omheinde plek ter bescherming. De grote witte honden zijn voor de bewaking tegen wolven, beren en ook wilde varkens.

Tegen de avond keren de kuddes terug naar de kraal. De honden blijven bij de schapen en worden daar gevoed. In Europa zijn er meerdere soorten van deze witte beschermers, zoals de Tatra, de Kuvasz, de Pyranese berghond of de Pastore Abruzzese. Bij het gebruik van deze honden is het schapenverlies door de genoemde wilde dieren zeer beperkt.

De onderhoudskosten zijn gering. Onze Pastore Abruzzese eet per dag ongeveer 450 gram brokken en wat vlees. Daarnaast af en toe een verse bot om te knagen en het gebit te onderhouden. Als dit veel meer zou zijn, zou het voor de schapenhouders niet doenlijk zijn om er een roedel van 5-8 honden op na te houden.

Geen honden die naast de baas lopen

Al deze soorten bewakingshonden hebben een eigen karakter en verantwoordelijkheid. Deze moet men als eigenaar of begeleider accepteren. Het zijn geen honden die naast de baas lopen, maar voortdurend opletten of er iets te zien is dat de groep kan bedreigen. Ze kunnen ver voor je of achter je lopen, maar houden je altijd in de gaten. Ze moeten opgroeien bij boerderijvee om later de schapen of geiten te zien als hun gelijke.

Ook het tempo waarin ze lopen is laag, ze lopen met een schapengang. De witte kleur dient om niet op te vallen tussen de schapen. Hierdoor zijn de dieren met een wildkleur, die zich richting de kudde begeven, te herkennen als een bedreiging. Ze geven alarm bij onraad en kunnen pas functioneren in het veld, niet thuis in de bebouwde kom. De soort zelf is tot in de Romeinse tijd terug te vinden als kuddebeschermer.

Het probleem van schapenverlies in Nederland heeft te maken met de huidige manier van schapenhouden. In de loop van honderd jaar zijn veel woeste gronden omgezet in landbouw areaal. Hierdoor verdwenen grotendeels de schaapskudden en de schaapskooien. De ‘nieuwe’ landbouwgebieden werden ingedeeld middels prikkeldraad en slootjes. En de wolf werd verjaagd. Voor hem was geen ruimte meer. Schapen worden sindsdien op een weiland gestald, achter die slootjes en draad, en verblijven daar dag en nacht.

Prikkeldraad en slootjes

Maar onder invloed van de toenemende welvaart kwam er in het laatste kwart van de vorige eeuw meer behoefte aan werkelijke natuur. Organisaties kochten landbouwgronden aan en maakten er weer natuurgebieden van. Hierdoor ontstond er weer leefruimte voor dieren die al lang niet meer in ons land te zien waren, zoals de wolf. En deze viervoeter laat zich niet weerhouden door prikkeldraad of slootjes als er voor hem iets voedzaams aan de andere kant loopt.

De eigentijdse schapenwereld is daar niet op voorbereid. En hoe het vroeger ging, met een schaapskooi voor de nacht, is uit het collectieve boerengeheugen verdwenen.

Daar schuilt het probleem, maar ook de oplossing. Onbeschermde schapen op een weiland in de nacht trekken de aandacht. Alle schapengroepen zouden daarom tegen de avond bijeen gedreven moeten worden in hun eigen kraal. En in die kraal zou men ook twee honden de wacht moeten laten houden. Deze slaan aan als er onraad is en verdrijven door hun geblaf de belager.

Blijft een kwestie van geld

Zo’n kraal, vast of mobiel, is een kostenfactor zoals ook het elke dag loslaten of inscharen van schapen. Dat is de keuze die de schapenhouder, professioneel- of hobbyboer, moet maken wil hij optimaal zijn kudde beschermen.

Ik hoop hiermee iets meer zicht te hebben gegeven over hoe wij Nederlanders, schapenhouders, zouden kunnen omgaan met de terugkomst en setteling van de wolf. Natuurlijk blijft het uiteindelijk een kwestie van geld, net als het vergoeden van door wolven gedode schapen.

Drs. Jan Derk Roelof van Dijk is historicus en inwoner van Garmerwolde

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu