Het nieuwe boek 'Lege Plekken' schetst een te rooskleurig beeld van de behandeling door de gemeente Groningen van de Joden in en na de oorlog | opinie

Afbeelding uit het boek Lege Plekken. WA marcheert door de Oosterstraat.

Het nieuwe boek ‘Lege Plekken’ schetst een te rooskleurig beeld van de behandeling door de gemeente Groningen van de Joden in en na de oorlog, stelt Martijn Jacobus, kleinzoon van een Joodse familie in Groningen.
Lees meer over
Opinie

In aanwezigheid van burgemeester Schuiling en op uitnodiging van de gemeente Groningen werd onlangs in de synagoge in de Folkingestraat het boek Lege Plekken gepresenteerd, dat gaat over de Joodse Stadjers in en na de oorlog. Als nazaat van een Gronings-Joodse familie die ooit 15 panden in de stad bezat, was ik op die bijeenkomst aanwezig.

Na het boek te hebben gelezen kan ik niet anders dan concluderen dat essentiële informatie is weggelaten en een te rooskleurig beeld wordt geschetst van de behandeling door de gemeente van de Joden in en na de oorlog. Burgemeester Schuiling noemt in zijn voorwoord het boek „indrukwekkend”, ik vind het „verhullend”.

Lege Plekken zou moeten gaan over de ontrechting van Groningse Joden in de Tweede Wereldoorlog en de opvang en rechtsherstel daarna. De voorstudie – vastgelegd in onderzoeksrapport Lege plekken, ontvreemding van Joods vastgoed en rechtsherstel in de gemeente Groningen – die professor Duyvendak van de Rijksuniversiteit Groningen heeft gedaan, evenals het onderzoek van het televisieprogramma Pointer laten onthutsende feiten zien.

Feiten helemaal niet genoemd

Echter waar het boekje de harde waarheid zou moeten vertellen, worden feiten, die inzichtelijk maken hoe de gemeente Groningen opereerde – hard, afwachtend, zonder enige empathie en koud – alleen aangestipt of helemaal niet genoemd.

Ik was onthutst in Lege Plekken een paginagrote foto aan te treffen van „het kantoor van het Rode Kruis” op de Kraneweg 18. De begeleidende tekst luidde: „In 1946 werd de opsporing van vermisten gecentraliseerd en ondergebracht bij het informatiebureau van het Rode Kruis.” Onvermeld blijft dat het Rode Kruis in een pand zat dat van mijn oom, de huisarts Maurits van der Reis, was geweest.

Het Rode Kruis kwam in dit pand, nadat het in 1942 was onteigend door Niederländische Grundstuck Verwaltung (zoals bijna al het onroerend goed van Joden) en nadat mijn familie eruit was gejaagd. In 1942 wordt formeel ook nog eens een stukje van het perceel aangekocht door de gemeente Groningen om het trottoir te verbreden. Pas in 1954 koopt het Rode Kruis formeel het pand van mijn familie.

Verraden door de chauffeur van mijn oom

Mau van der Reis en zijn gezin werden verraden door de chauffeur van mijn oom toen ze aan het wachten waren in de garage van hun huis om onder te duiken. Ze werden meteen afgevoerd naar Westerbork. Oom Mau en tante Jetty en hun kinderen Leo en Noortje overleefden Bergen-Belsen, maar waren zo gekwetst en zo getraumatiseerd dat ze nooit meer naar hun geboortestad Groningen zijn teruggekeerd.

Ze gingen wonen in Amsterdam en vertrokken in 1951 naar de Verenigde Staten. De familie kreeg het pand uiteindelijk terug in 1951. Als je een paginagrote foto van een pand opneemt in een boek en het drama erachter verzwijgt, vertel je minder dan het halve verhaal.

Tot dit verhaal behoort ook dat in Groningen in het totaal 753 woningen van Joden leeg gehaald zijn. Burgemeester Tammes hield in 1943 nauwgezet de kosten hiervan bij. Transportkosten: fl. 729,70, opslagkosten fl. 4.726,58 en ontruimingskosten fl. 4599,10.

Ontruiming in opdracht van de gemeente

Die ontruiming geschiedde in opdracht van de gemeente. Na de oorlog probeerden B&W deze kosten te verhalen op het Rijk. Wat uiteindelijk met die rekening is gebeurd is niet geheel duidelijk, maar het lijkt erop dat de gemeente deze kosten na de oorlog deels op de Joodse Liro-gelden heeft kunnen verhalen. Dat zou betekenen dat de Joden gedeeltelijk zelf voor hun eigen ondergang betaald hebben.

De vervolging van Joden begon ernstige vormen aan te nemen, toen ze zich moesten laten registreren. Hoewel burgemeester Cort van der Linden protesteerde tegen de latere deportaties, was hij het die in februari 1941 in advertenties in de Noordelijke kranten de Joden opriep zich te melden. Ruim 3.000 personen reageerden, waarmee de gemeente weer Fl. 3.000 rijker werd, want registratie kostte de Joden fl. 1 per persoon.

Cort van der Linden overhandigde vervolgens de verkregen naamlijsten in vijfvoud aan de nazi bezetters. Vele van deze geregistreerden werden in 1942 en 1943 door Groningse politieagenten uit hun huis gehaald. Zo werden op 3 oktober 1942 bijna 650 Joden, bijna allemaal vrouwen, door de Groningse politie gearresteerd en op de trein naar Westerbork gezet. Vijftig patrouilles met ieder drie politiemensen hadden daar een nacht voor nodig. Vrijwel niets van dit alles is in Lege Plekken terug te vinden.

De lotgevallen van een huis met kippenhok

Tot slot als voorbeeld het pand van mijn grootouders Ephraim Behr (arts, lector aan de RUG) en Bertha Behr-Jacobs aan de Savorin Lohmanlaan. In het onderzoek van prof. Duijvendak worden de lotgevallen van dit huis uitgebreid besproken. In Lege Plekken niet.

Mijn familie, onder wie mijn moeder die nu 91 is, moest het huis uit. Het werd in 1942 onteigend door de nazi’s en in hetzelfde jaar gekocht door de Kamer van Koophandel Groningen en Veendam. Toen mijn grootmoeder terugkwam uit de oorlog (mijn opa was gesneuveld op de Grebbeberg) kreeg ze uiteindelijk haar huis terug, maar ze moest wel door de KvK gemaakte kosten terugbetalen, zoals de door de gemeente opgelegde rioolbelasting, de brandverzekering, de kosten onderhoud van het huis en van het kippenhok (fl 900).

Op de presentatie van Lege Plekken in de synagoge in de Folkingestraat werd dit kostenstrookje in een Powerpoint-presentatie getoond, maar het woord kippenhok was plotseling weggelaten. Mijn grootmoeder was een van de weinige overlevenden in haar familie. Ze was murw geslagen door vijf jaar vervolging. Zij heeft geprobeerd in verschillende procedures protest aan te tekenen tegen in rekening gebrachte kosten, maar kreeg nul op het rekest.

Er staan zoveel belangrijke feiten niet in ‘ Lege Plekken’

Er staan zoveel belangrijke feiten niet in Lege Plekken . Waarom? Hoe kan het dat een door de gemeente Groningen gepropageerd en gepromoot boek over de oorlog en het stelen van Joods bezit dit soort belangrijke informatie achterhoudt?

Ik ervaar dat als meer dan respectloos naar de vroegere Joodse inwoners, die vrijwel allen zijn ondergegaan door het nazi-geweld. Bovendien legt het een rookgordijn over de betrokkenheid van de gemeente bij het onrecht dat de nazi’s de Joden hebben aangedaan, terwijl het juist de bedoeling was duidelijkheid te scheppen.

Martijn Jacobus
Simon Jacobus (mevrouw)

Namens:
Elly Behr en kinderen
Kinderen Abraham Behr
Jetteke Behr en kinderen
Kinderen van Leo van der Reis
Kinderen van Noortje van der Reis


Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

Meest gelezen

menu