De intensive care is de trechter waar de sociale ongelijkheid en maatschappelijke verdeeldheid van de samenleving zich verzamelt | opinie

De zorg voor ic-patiënten is het topje van de ijsberg van curatieve zorg. Foto: Corné Sparidaens

De roep om meer ic-bedden is een begrijpelijke reactie op de zichtbare tekorten tijdens de coronapandemie, stelt Peter van der Voort, hoofd ic van het UMCG. Toch heeft de oorzaak van het ic-beddentekort volgens hem een complexe achtergrond die betrokken moet worden bij de lange termijn plannen voor de zorg.
Lees meer over
Opinie

Iedere patiënt op de intensive care is ernstig ziek en kan overlijden. De ziekte is intens maar de inzet van middelen en mensen is ook groot: 0,9 fte arts-assistent, 0,4 intensivist en 4 ic-verpleegkundigen per ic-bed.

De kosten van een langdurig ic-verblijf zoals sommige Covid-19 of andere patiënten doormaken kan in de honderdduizenden euro’s lopen. En dan nog is de sterfte hoog, bijvoorbeeld bij Covid-19 30 procent. Voor die overleden patiënten is het een zinloze investering geweest.

Hoe groter de welvaart, hoe beter we zorgen voor de zwakken en zieken in de samenleving. Ic-zorg kan in dat licht gezien worden, maar dus wel tegen hoge kosten. We moeten daarom doordacht omgaan met ic-capaciteit en de oorzaak van de vraag naar ic-bedden betrekken in het beleid.

Topje van de ijsberg

De zorg voor ic-patiënten is het topje van de ijsberg van curatieve zorg. Aan deze zorg gaat ziekte vooraf en daar gaat gezondheid aan vooraf. De transitie van gezondheid naar ziekte kent vele te beïnvloeden factoren die vrij direct ook de vraag naar ic-capaciteit bepaalt.

Wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat gezondheid voor 36 procent afhankelijk is van individueel gedrag en 24 procent van sociale factoren. Slechts 11 procent van gezondheid wordt door gezondheids zorg bepaald.

Het is dan ook geen verrassing dat de patiënten die ic-zorg nodig hebben voor een belangrijk deel een ziekte hebben waarbij gedrag en sociale factoren een rol hebben gespeeld in de aanloop naar de ic-opname. Covid-19 heeft dit meer dan duidelijk gemaakt, het meest expliciet zichtbaar in het grote aandeel van ongevaccineerden.

Geen recht aan onderliggende oorzaken

Maar het ligt complexer dan dat, het wijzen naar ongevaccineerden als schuldigen doet aan de onderliggende oorzaken geen recht.

Sjoerd Beugelsdijk beschrijft in zijn boek De Verdeelde Nederlanden vijf trends die de huidige meerdeling in de samenleving veroorzaakt. Verschil in gezondheid van groepen Nederlanders laat een verdeling zien die zich hiermee verhoudt. Beugelsdijk noemt Covid-19 de contrastvloeistof die dit zichtbaar heeft gemaakt.

In het verlengde daarvan laat het onderzoek ‘De Atlas van afgehaakt Nederland’, van René Cuperus & Josse de Voogd, zien dat ongelijkheid op vele terreinen samenkomt in gezondheid. Politiek en maatschappelijk onbehagen hangt sterk samen met inkomens en opleidingsniveau.

Opleiding, inkomen en leeftijd

De auteurs schrijven dat in het thema gezondheid „tegelijkertijd individuele factoren – opleiding, inkomen en leeftijd –, als ook de meer maatschappelijke dimensie van sociale samenhang, eenzaamheid, vertrouwen en burgerschap samenkomen”.

Ik vat dit samen door gezondheid te zien als de trechter waarin sociale ongelijkheid en maatschappelijke verdeeldheid in de samenleving zich concentreert. Onder uit die trechter van ongezond gedrag en een ongezonde sociale context druppelt ziekte en vraag naar gezondheidszorg. Overgewicht, diabetes, hart en vaatziekten zijn in de lage sociaaleconomische klassen ruimer vertegenwoordigd evenals risicovol gedrag.

Het rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) laat zien dat laagopgeleiden zo’n 15 jaar korter in gepercipieerde goede gezondheid leven. Ook hun levensverwachting is zo’n 6 jaar korter in vergelijking met hoogopgeleiden. Zestig procent van de laagopgeleiden voelt zich gezond in vergelijking met 85 procent van de hoogopgeleiden.

Gedrag en sociaaleconomische status

Ongezond eten, roken en risicovol gedrag komen vaker voor onder laagopgeleiden. Dat vertaalt zich naar ziekte en een grotere zorgvraag, inclusief ic-opname. Een belangrijk deel van de patiënten op de ic-heeft daarom een ziekte die vanuit gedrag en sociaaleconomische status verklaard kan worden.

Dat geldt voor alle ic-patiënten maar Covid-19 heeft op indrukwekkende wijze de vinger op deze maatschappelijke zere plek gelegd en dit zichtbaar gemaakt. Immers, 80 procent van de Covid-ic-patiënten heeft overgewicht en zo’n 70 procent van de Covid-19-ic-opnames is ongevaccineerd.

Er is geen Nederlands wetenschappelijk onderzoek naar de sociaaleconomische status van ic-patiënten, maar migratieachtergrond en overgewicht zijn onder hen veel voorkomend en zijn indicatoren van een lage sociaaleconomische status.

Als er beleid gemaakt moet worden op de beschikbaarheid van ic-capaciteit vraagt dit om een aanpak van de onderliggende oorzaken van de vraag naar ic-zorg. In de discussie over ic-capaciteit in het post-corona tijdperk is het dus nodig om het beleid ook te richten op sociale factoren en individueel gedrag.

Peter H.J. van der Voort is intensivist, afdelingshoofd Intensive Care, UMCG, hoogleraar Health Care TIAS, Tilburg University en D66-senator

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu