Deltaplan voor het Noorden is paniekvoetbal van machteloze bestuurders die niet in staat zijn om de structurele problemen van de perifere regio’s op te lossen | opinie

Oost-Europese arbeidsmigranten trekken de kar in de bouw, installatie, techniek en maakindustrie. Foto: Sem van der Wal

De Nederlandse economie boomt, de arbeidsmarkt wordt overeind gehouden door Oost-Europese gastarbeiders en in het Noorden hebben we een Deltaplan nodig om overloop uit de Randstad mogelijk te maken. Verwarrend, vindt Herman Blom.

De stand van de regionale economie lijkt zorgwekkend, met name in de streken aan de grens met Duitsland. Toch ontkomen we niet aan een wisselbad van gevoelens. Enerzijds worden we gealarmeerd door het initiatief van Noordelijke bestuurders met hun Deltaplan voor het Noorden. Anderzijds loopt de economie spaak door juist gebrek aan arbeidskrachten.

Met het Deltaplan voor het Noorden moet de zegen blijkbaar van elders komen. Immers, Den Haag moet middelen ter beschikking stellen voor meer woningbouw (meer dan 100.000 extra woningen in de Noordelijke groeikernen) en meer spoorverbindingen (Lelylijn en Nedersaksenlijn). Doel van het Deltaplan is om de overschotten aan mensen en menselijk kapitaal van de Randstad te laten overlopen naar het Noorden. De Randstad is vol, zo is het achterliggende beeld.

Terecht wezen RUG-hoogleraren in deze krant op het ontbreken van een lange termijnplan voor het Noorden. Hoeveel schade wil je veroorzaken met dit soort paniekvoetbal? Jammer, het gevoel van hulpeloosheid spat van het recente Deltaplan voor het Noorden af.

Krapte zal verder toenemen

Onlangs melde het Centraal Planbureau in haar macro-economische verkenning dat de krapte op de arbeidsmarkt nog verder zal toenemen. De Nederlandse economie boomt, de arbeidsmarkt wordt met name op het mbo-niveau overeind gehouden door Oost-Europese gastarbeiders en in het Noorden hebben we een Deltaplan nodig om overloop uit de Randstad mogelijk te maken. Al met al verwarrend!

De recente CBS-publicatie ‘Arbeidsmarkt in cijfers 2020’ laat zien dat de periferie van Groningen en Drenthe een groot onbenut arbeidspotentieel heeft. Anders gezegd: er is een behoorlijke ‘stille’ arbeidsreserve in het Noorden. De beroepsbevolking is groot genoeg, maar de werkende stand werkt te weinig of doet in ieder geval te weinig werk dat bij de belastingdienst bekend is en met het betalen van sociale premies gepaard gaat. Het gaat om bijstandsgerechtigheden zonder sollicitatieplicht en uit mensen in verschillende arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Hoe kun je in plaats van het overloopventiel van de Randstad te openen de structurele problemen van de perifere regio’s helpen oplossen? Er is immers een stille vraag naar arbeidskrachten in de regio. Bij gebrek aan perspectief landt die reserve niet bij de UWV. Stel dat er straks sprake is van reshoring: banen die weer terugkomen, omdat de problemen met en op weg naar China de afhankelijkheid van dit productieland hebben aangetoond. Hoe krijgen we die banen straks gevuld?

Oost-Europeanen trekken de kar

Dat de Oost-Europese arbeidsmigranten in de bouw, installatie, techniek, maakindustrie in toenemende mate de Nederlandse kar trekken, duidt op een structurele zwakte van ons systeem van onderwijs en arbeidsmarkt. Die sluiten niet goed aan en dat lijkt binnen de gegeven randvoorwaarden van de financiering van de semipublieke sector niet eens te kunnen veranderen.

Zo hebben de onderwijsconcerns er alle belang bij om (goedkope) opleidingen aan te bieden die onze jeugd van de echt relevante beroepen weghouden. Zo wordt technisch en ander talent verspild voor onzekere loopbanen (denk aan mbo Sport en Bewegen) waarin de gang naar psychologen en andere hulpverleners voorgeprogrammeerd is.

Wat we nodig hebben zijn gelimiteerde aantallen opleidingsplaatsen (naar arbeidsmarktbehoefte) en bedrijfsscholen (vakscholen), waar bedrijven samen met opleidingscentra samenwerken. In de installatietechniek en de verspanende sector zijn ze er gelukkig, maar dan houdt het op. ROC’s vinden een dergelijke samenwerking te lastig (curricula, planning van schooljaren), voor bedrijven is zelf opleiden ook te lastig en te duur.

Regie over de arbeidsmarkt

We kunnen nu met jaloezie kijken naar het Duitse model. Regionale bestuurders hebben daar de regie over de arbeidsmarkt door hun greep op het beroepsonderwijs. Leerlingenaantallen worden van boven af bepaald, bedrijven worden gefaciliteerd om leerlingen zelf op te leiden.

Helaas zijn Nederlandse bestuurders gedoemd om toe te kijken bij een niet-effectieve allocatie van opleidingsplekken. Onderwijsconcerns maximeren hun studentenaantallen door het aanbieden van ‘leuke’ opleidingen met veel gepersonaliseerd onderwijs en weinig vaktechnische vaardigheden.

Nederlandse bestuurders hebben niet de mogelijkheid in te grijpen in de relatie tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. Wanhoopsoffensieven als die van Deltaplan van het Noorden zijn een teken van bestuurlijke onmacht.

Herman Blom is publicist

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu