De politie kan de toenemende (drugs)criminaliteit onmogelijk alleen stoppen. Als samenleving moeten we niet wegkijken en waar mogelijk meehelpen | opinie

Beveiliging bij de extra beveiligde rechtbank voorafgaand aan de zitting over de uitlevering van Aziatische drugsbaas Tse Chi Lop, die op Schiphol werd opgepakt. ANP ROBIN UTRECHT

Herman de Muinck vindt dat in de strijd tegen de oprukkende (drugs)criminaliteit de oude slogan ‘Die pet past ons allemaal’ weer van stal moet worden gehaald.

De slogan ‘Die pet past ons allemaal’ is al van jaren geleden. Het is een oproep aan de samenleving, om bij criminaliteit niet weg te kijken, maar waar mogelijk mee te helpen in de bestrijding daarvan. In deze tijd, waarin de drugsmaffia in Nederland zelfs openlijk met moordpartijen de rechtsstaat durft aan te vallen, is deze slogan zeer actueel.

In dit verband heb ik minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid openlijk horen zeggen, dat wie in Nederland een cokelijntje snuift er goed van doordrongen moet zijn dat daarmee de drugsmaffia wordt beloond. Hij heeft vanuit Den Haag de Nederlandse samenleving dan ook opgeroepen om eensgezind op te trekken in de strijd tegen de drugsmaffia.

In dit verband is het goed om ook eens het overheidsbeleid onder de loep te nemen. In enkele interviews heeft Grapperhaus inmiddels voorzichtig toegegeven dat sinds de financiële crisis in 2008 de overheid zich voornamelijk heeft beziggehouden met de vraag: hoe houden we het financiële systeem overeind? Daardoor heeft het wegkijken van het toenemende drugsgebruik en daarmee ook de drugscriminaliteit al ruim dertien jaar kunnen voortwoekeren.

Den Haag heeft slecht geluisterd

In al die jaren heeft politiek Den Haag slecht geluisterd en gehandeld op verschillende rapporten en signalen vanuit de politie en maatschappelijke instanties over de verontrustende toename van drugsgebruik en drugscriminaliteit. Na de moordaanslag op Peter R. de Vries is de prangende vraag waarom het nog steeds niet lukt om de drugscriminaliteit grondig aan te pakken.

Bij de overheid ontbreekt tot nu toe een diepgaande analyse van het drugsprobleem. Als minister Grapperhaus spreekt over een veelkoppig monster, heeft de aanpak van dat monster alleen kans van slagen als er in een breder verband wordt samengewerkt. Behalve het optuigen van een zogenaamd speciaal interventieteam zal er ook meer geïnvesteerd moeten worden in de wijkpolitie. Daarnaast dient er veel steviger te worden ingezet op de verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers, scholen en maatschappelijke instellingen.

Tijdens mijn eigen actieve onderwijsperiode op een grote middelbare school als docent lichamelijke opvoeding en coördinator van de Gezonde en Veilige School weet ik maar al te goed, hoe belangrijk onderwijsondersteunende instanties, docenten, ouders en leerlingen zijn voor het realiseren en vasthouden van een gezonde en veilige schoolsamenleving als voorportaal op de grote samenleving. Uit die periode herinner ik mij ook heel goed hoe de politiek in die jaren flink heeft bezuinigd op maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs, jeugd- en wijkagenten, georganiseerd jeugdwerk en de verslavingszorg.

Beter en breder samenwerken

Hopelijk gaan justitieminister Grapperhaus, onderwijsminister Slob en minister Ollongren van Binnenlandse Zaken thans inzien dat er beter en breder moet worden samengewerkt in het bestrijden van de toenemende (drugs)criminaliteit. Het is onmogelijk dat de politie dit probleem alleen oplost.

Als burgers in een open samenleving hebben we hierin allemaal een eigen verantwoordelijkheid. Heb de moed om in navolging van Peter R. de Vries een eigen bijdrage te leveren aan een gezonde, veilige en rechtvaardige samenleving! De oude poster met de slogan ‘Die pet past ons allemaal’ mag van mij direct van stal worden gehaald.

Herman de Muinck is oud-docent lichamelijke opvoeding en veiligheidscoördinator in het voortgezet onderwijs

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu