Het is zonde om de Drentse geschiedenis te beperken tot ‘iconische voorwerpen’. Laat in de tentoonstelling over Drenthe de wereld en verhalen zien van de levende Drenten van vroeger | opinie

Het Drents Museum in Assen. Foto: ANP/Remko de Waal

Geschiedenis beeldt men niet pas uit als er sprake is van een voorwerp, stelt Lucie Sprits. Geschiedenis gaat volgens haar over wat levende mensen aan activiteiten, strijd, overtuigingen en daden zoal hebben uitgehaald, ondervonden en ons hebben nagelaten.
Lees meer over
Opinie

Gerard Stout reageerde onlangs op Harry Tupan, directeur van het Drents Museum, en diens kijk op een geplande tentoonstelling over Drenthe in 2023 (‘Drenthe heeft natuurlijk een enorme voorsprong’, DvhN , 06-01). Stout toont zich met zijn stuk ‘Drents Museum moet meer tonen dan folklore’ ( DvhN , 21-01) kritisch op het beleid van het museum ten aanzien van de Drentse geschiedenis: „Een oudheidkamer in een modern jasje alleen doet te weinig recht aan de geschiedenis (...) en biedt te veel nostalgische folklore zonder blik naar de toekomst.”

Het Drents Museum afficheert zich als dat ‘een blik op de wereld biedt en de wereld een blik op Drenthe’. Uit de strategische visie 2021-2024: „In 2024 heeft het Drents Museum een scherp profiel met archeologie als speerpunt naast de Drentse geschiedenis en internationale kunst en cultuur.’’

Ja, ‘archeologie’ is een sterk onderdeel en zo ook ‘internationale kunst en cultuur’, met in voorgaande jaren prachtige tentoonstellingen. Maar die Drentse geschiedenis, die zie ik, net als Gerard Stout, niet.

Twintig zalen vol iconische objecten

De komende, spectaculaire tentoonstelling over Drenthe werd door Harry Tupan aangekondigd als: „Twintig zalen met iconische Drentse objecten, zoals de oudste boot ter wereld uit Pesse, het meisje van Yde, hunebedden.’’ Hieruit, en uit het hele beleid van het museum, blijken twee kollossale misvattingen. De eerste is dat de geschiedenis vast zit aan ‘objecten’. De tweede dat de Drentse geschiedenis hangt aan ‘iconische objecten’.

Geschiedenis beeldt men niet pas uit als er sprake is van een voorwerp. Geschiedenis gaat over wat levende mensen toen en daar aan activiteiten, strijd, overtuigingen en daden zoal hebben uitgehaald, ondervonden en ons hebben nagelaten.

Een Museum dat Drentse geschiedenis claimt te tonen, behoort geen kabinet van spullen te zijn, maar een plek waar de geschiedenis zichtbaar wordt gemaakt van mensen op Drents grondgebied in de verleden tijd door verhalende beelden.

Gaat om Drentse verhalen

En dan vooral de geschiedenis in de negentiende en twintigste eeuw. Van die eeuwen bestaat nalatenschap die nog leeft in mondelinge verhalen van Drenten, in archiefstukken en ook in voorwerpen, die te achterhalen zijn. Het gaat om Drentse verhalen, niet om iconische Drentse objecten.

Geschiedenis van de mensen en hun oorlogen, hun sociale, politieke, economische, agrarische, industriële, kerkelijke en religieuze verhoudingen en ontwikkelingen, immigratie en emigratie, misdaad en rechtspraak, orde en gezag, verkeer, vervoer, communicatie. Op Drents grondgebied (en op grondgebied elders) waren mensen actief, verhielden ze zich tot elkaar in de standenmaatschappij totdat deze doorbroken werd, waren zij solidair of niet, gewelddadig of niet, gaven zij uitdrukking aan overtuigingen in strijd, protest, bijeenkomsten en geschriften, binnen of buiten bestuurlijke, kerkelijke of andere gemeenschapsverbanden. Rechtspraak ontwikkelde zich. Drentse mensen waren en zijn toen en daar actief dan wel vurig bij van alles betrokken. Er is een overvloed. Keuzes maken en vormgeven is een bijzondere opgave.

Suggesties voor tentoonstellingen: Vergelijkend onderzoek naar Drentse plaatsen als Emmen, Hoogeveen, Smilde en hun omringend platteland 1890-1990 , een dwarsdoorsnede van economische, sociale en religieuze ontwikkelingen en de ontvlechting van kerk en staat in honderd jaar; De aanwezigheid van de Molukkers in Drenthe sinds 1946 , deze immigranten tegen wil en dank brachten in Drenthe gewelddadigheid en ook verfijning in muzikaliteit, culinair, kleding, omgangsvormen, gezondheidszorg, leedverwerking. De directeur van het Drents museum zelf komt uit die cultuur voort; Vernietiging en afbraak tegenover opbouw en herstel in Drenthe 1940-1980 , ook een dwarsdoorsnede aan politieke, economische, sociale ontwikkelingen in dit gebied. En zo zijn er tal van onderwerpen te bedenken.

Beperken is zonde

Het is zonde om de Drentse geschiedenis te beperken tot ‘iconische voorwerpen’, tot unieke objecten als de oudste kano ter wereld en vaak of permanent getoonde objecten uit de Drentse museumcollectie. Het gaat niet om de iconen, maar om de verhalen, althans bij geschiedenis.

Laat bij de tentoonstelling over Drenthe die archeologische stukken liever achterwege, toon een wereld van destijds levende Drenten. Ga naar de buren, het Drents Archief, betrek de geschiedenisfaculteit van Groningen erbij en Friese historici. Voor een sprekend verhaal met een grote lijn en petites histoires , ontleend aan achterhaalde afbeeldingen, mondelinge en schriftelijke bijdragen en opgespoorde en gevonden voorwerpen over de Drenten.

Lucie Sprits uit Assen is docent en gemeentelijk medewerker in ruste

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu