Een apart tribunaal om Poetin en andere Russen te vervolgen heeft weinig kans van slagen en biedt geen oplossing | opinie

Internationaal Strafhof in Den Haag. Foto: Shutterstock

Een apart tribunaal om Poetin en andere Russen te vervolgen heeft veel minder kans van slagen dan alle misdrijven in Oekraïne voor het Internationaal Strafhof brengen, stelt Joris van de Riet.
Lees meer over
Opinie

Dat de Russische invasie van Oekraïne illegaal is, is zonneklaar. Constante berichten over aanvallen op burgers, standrechtelijke executies en massale plunderingen wijzen er bovendien op dat aan Russische zijde op grote schaal oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid worden gepleegd. De Amerikaanse president Biden en de Oekraïense minister van buitenlandse zaken hebben dan ook opgeroepen tot strafrechtelijke vervolging van de verantwoordelijken, onder wie mogelijk de Russische president Vladimir Poetin.

Hoewel het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC) de meest voor de hand liggende instantie is, zijn er verschillende bezwaren die aan het hof kleven. Rusland heeft het hof niet erkend, met als gevolg dat het ICC geen rechtsmacht heeft over Russische agressie en Poetin, als staatshoofd, geniet immuniteit. Daarnaast is het uiterst onwaarschijnlijk dat Rusland vrijwillig mee zou werken aan vervolging van Russen door het Strafhof.

De voormalige Britse premier Gordon Brown en een reeks aan prominente juristen hebben daarom voorgesteld een apart hof op te richten dat zich specifiek richt op Russische agressie tegen Oekraïne en oorlogsmisdrijven in het buurland. Hoewel de gedachte erachter – gerechtigheid voor de slachtoffers in Oekraïne door de onvolkomenheden van het internationaal recht te vermijden – prijzenswaardig is, slaat dit initiatief de plank mis.

Rusland kan Oekraïnetribunaal eenvoudig blokkeren

De succesvolle tribunalen van de jaren ‘90, het Joegoslaviëtribunaal en het Rwandatribunaal, werden opgericht bij besluit van de VN-Veiligheidsraad. Die kan in het VN-systeem als enige zulke ‘harde’ maatregelen nemen. Rusland heeft echter een vetorecht in de Veiligheidsraad en zou de oprichting van een soortgelijk Oekraïnetribunaal dus eenvoudig kunnen blokkeren. Vrijwillige Russische samenwerking met een dergelijk tribunaal zou net zo onwaarschijnlijk zijn als samenwerking met het ICC.

Het probleem van immuniteiten dat het ICC parten speelt (Poetin, als president en dus staatshoofd, kan niet zomaar worden vervolgd door andere staten) geldt evenzeer voor een apart opgericht strafhof. De oprichters van zo’n hof kunnen de immuniteit van een buitenlands staatshoofd niet opzij zetten. De oprichting van een apart strafhof zou bovendien een grote hoeveelheid werk vereisen voordat het aan de slag kan.

Er moeten gebouwen worden gehuurd, medewerkers worden aangenomen, er moet worden onderhandeld over de exacte procedures. Dat kost tijd, geld en mensen. Het ICC heeft die infrastructuur al en zou direct kunnen beginnen. De hoofdaanklager is al een onderzoek begonnen naar de situatie in Oekraïne, met de steun van 41 staten.

Internationaal Strafhof zou selectief zijn

Het Internationaal Strafhof is vaak bekritiseerd omdat het selectief zou zijn in wie het vervolgt. De Britse oud-premier Blair is bijvoorbeeld nooit vervolgd voor zijn rol bij de inval in Irak, die veel juristen als illegaal zien. Het oprichten van een apart tribunaal dat alleen Russische misdrijven kan onderzoeken zou precies dat frame bevestigen: het idee dat het Westen anderen wil laten vervolgen, maar zichzelf buiten schot probeert te houden. Het ICC onderzoekt nu alle mogelijke misdrijven in Oekraïne, ook die van Oekraïense militairen kunnen worden onderzocht en vervolgd.

Russische juristen speelden een cruciale rol bij de strafbaarstelling van agressie-oorlogen en de vervolging van nazi-oorlogsmisdadigers na de Tweede Wereldoorlog. De internationale gemeenschap zou er goed aan doen Rusland daaraan te herinneren – niet door de oprichting van een ad hoc-tribunaal, maar door de reeds gebaande weg van het ICC.

Nederland, gastland van dit hof, dat de bevordering van de internationale rechtsorde uitdrukkelijk als opdracht in de Grondwet heeft opgenomen, zou er goed aan doen daarbij het voortouw te nemen.

Joris van de Riet is masterstudent internationaal recht aan de Universiteit Leiden

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu