Volgens Disney kan elk meisje een prinses zijn. Maar moet ons verlangen wel altijd vervuld worden? En moeten we daar echt zóveel voor over hebben? De liefdeslessen van Disney | opinie

Meisje in een Elsa-jurk met een Elsa-snowglobe. Foto: Shutterstock

Disney schotelt ons, en in het bijzonder onze kinderen, voor dat ons verlangen altijd vervuld moet worden. Anders blijven we onvolledig. Maar is dat erg? En moeten we daar echt zóveel voor over hebben?
Lees meer over
Opinie

Toen mijn dochter 4 werd vroeg ze, én kreeg ze, een prinsessenjurk. Daarmee vertel ik niets bijzonders; ik vermoed dat er in de westerse wereld niet veel meisjes zijn die niet in het bezit zijn van een of ander prinsessen-item, of dat nu een T-shirt, broodbak, of dekbedovertrek is.

Volgens de Walt Disney Company kan „elk meisje een prinses zijn”, en helpen de Disney-prinsessen niet alleen Disney om veel geld te verdienen, maar helpen ze ook meisjes om hun dromen na te jagen. Wat zouden dat dan voor dromen zijn? Nu, een prinses is natuurlijk niks zonder een prins, dus de droom waarover we het hier hebben is uiteraard die van de ware liefde .

Dat roept de vraag op welk beeld Disney ons, en in het bijzonder onze kinderen, voorschotelt van de liefde. Veel Disney-films gaan terug op alom bekende sprookjes, al is er wel wat aan gesleuteld voordat ze op het grote doek terecht kwamen. Zo sneden de stiefzusters van Assepoester, in het originele sprookje, stukken van hun tenen en hielen af om de verloren schoen passend te krijgen. De prins trapt erin, maar maakt rechtsomkeert wanneer hij het bloed uit hun schoenen ziet druipen.

De kleine zeemeermin offerde inderdaad haar stem voor mensenbenen, maar wat de film niet vertelt is dat daarbij haar tong uitgesneden werd, terwijl haar nieuwe benen aanvoelden alsof ze op scherpe messen liep. Prins Erik ging er bovendien met een ander vandoor, waarop de zeemeermin de rest van haar leven in eenzaamheid terugverlangde naar de zee, zoals iedereen weet die wel eens haar beeldje zag in Kopenhagen. Uiteindelijk verandert ze in zeeschuim.

Met zulke verhalen verkoop je natuurlijk geen speelgoed.

De oude sprookjes bevatten een socialiserende moraal, die kinderen waarschuwde voor bepaald gedrag, of ander gedrag juist aanmoedigde. Met het veranderen van de verhalen veranderde soms ook die moraal, maar helemaal verdwijnen deed ze niet.

Sommige van die levenslessen zijn ons welbekend: ware schoonheid zit van binnen, durf je dromen na te jagen, het goede zal zegevieren, enzovoort. Maar onder de oppervlakte schuilen ook andere boodschappen, waar, ondanks dat ze verscholen zijn, niettemin een sterke werking van uitgaat. Sterker nog, hoe minder we ons van die boodschappen bewust zijn, hoe sterker die werking; dat is namelijk precies hoe ideologie werkt.

Laten we dus eens kijken naar enkele ‘liefdeslessen’ van Disney.

Les 1: toestemming is niet nodig

Er wordt de laatste tijd, terecht, veel gesproken over instemming of toestemming, consent in het Engels, dat wil zeggen dat je zeker moet zijn van de instemming van de ander voordat je een move maakt. Bij Disney doen ze daar niet zo moeilijk over: consent is overrated , lijkt de boodschap.

Doornroosje en Sneeuwwitje worden uit hun slaap, maar daarmee dus ook in hun slaap gekust, de laatste zelfs als ze verondersteld wordt dood te zijn. Peter Pan ontvoert Wendy en haar broertjes uit het huis van hun ouders en neemt ze mee naar een ver land, iets waar tegenwoordig een internationaal opsporingsbevel voor zou worden uitgevaardigd.

Maar met name Belle en het Beest verkondigt in dezen een dubieuze moraal. Het Beest houdt Belle tegen haar zin gevangen, nadat hij eerst dreigde haar vader te vermoorden, dwingt haar met hem te dineren en mooie kleren aan te doen, en schreeuwt tegen haar. Door haar uiteindelijk wat boeken cadeau te doen (die hij toch nooit las) verovert hij niettemin haar hart.

Dat klinkt meer als een Stockholmsyndroom dan als een sprookje. Misschien is dat niet zo gek, wanneer je bedenkt dat de film gebaseerd is op een achttiende-eeuwse vertelling van Jeanne-Marie Leprince de Beaumont, die vooral ten doel had meisjes mentaal voor te bereiden op een gearrangeerd huwelijk.

In ieder beest schuilt een prins, wilde ze zeggen. En hoewel Disney Belle natuurlijk iets geëmancipeerder heeft willen maken, gaat er nog steeds een nogal twijfelachtige boodschap uit van het verhaal.

Les 2: verander jezelf volledig om je grote liefde te krijgen

De liefde komt niet zonder slag of stoot, in de films van Disney. Je moet er wat voor over hebben. Sterker: je moet jezelf volledig veranderen om je geliefde voor je te winnen, want anders zal die je niet zien staan.

Het klassieke voorbeeld is uiteraard Assepoester, die de prins voor zich weet te winnen dankzij een mooie jurk en dito schoenen. Denkt u nu werkelijk dat de prins voor haar was gevallen als ze in haar oude kloffie op het bal was verschenen?

Maar er zijn voorbeelden te over. Ik noemde natuurlijk al de kleine zeemeermin, Ariel, die de zee en daarmee haar familie en vrienden in de steek laat om met prins Erik te trouwen. Waarom trekt hij eigenlijk niet bij haar in?

Voor de mannelijke protagonisten is het evenwel niet anders: Aladdin wordt prins Ali om Jasmine te krijgen. Uiteindelijk komt de waarheid aan het licht dat hij maar een arme zwerver was, en kiest Jasmine dan alsnog voor hem, maar dat bevestigt slechts dat het een leugentje om bestwil was.

Vrouwen, zo lijkt de boodschap, houden nu eenmaal van mannen met macht. Denk ook aan Simba: als die een beetje met zijn vrienden in de jungle was blijven chillen, was Nala vermoedelijk snel op hem uitgekeken. Nee kindertjes, met Hakuna Matata kom je er niet, je moet ambitieus zijn, hogerop komen, om de liefde te krijgen.

Les 3: vertrouw geen queers

Is u wel eens iets opgevallen aan de bad guys (and girls ) in Disney films? De zee-heks Ursula, zwaar opgemaakt, dikke lippen en kort haar, als een drag queen of een butch lesbian ; de verwijfde trekjes de gemene Jafar, of van kapitein Haak.

Of neem gouverneur Radcliffe, de slechterik uit Pocahontas , die in zijn nette paars-roze kostuum en met strikjes in zijn haar over het schip paradeert en met zijn kleine hondje speelt, terwijl zijn mannen het harde werk verrichten. Of de leeuw Scar, die praat met een geaffecteerd Engels accent, heupwiegend voortbeweegt en die, zodra hij de troon bezet, het eens zo vruchtbare land verandert in een dorre woestenij.

Queer-coding noemen ze dat: het al of niet bewust toeschrijven van stereotype queer -eigenschappen aan personages, en in het geval van Disney zijn dat toevallig vaak slechte of anders lachwekkende personages.

Tegenover de al te mannelijke of vrouwelijke helden en heldinnen – John Smith, Ariel, Aladdin – staat een slechterik met een dubieuze seksuele identiteit, een niet zo mannelijke man, of een niet zo vrouwelijke vrouw, een sissy villain als Radcliffe, Ursula, Jafar. De impliciete boodschap: vertrouw niemand die ook maar een centimeter van de heersende gender-normen afwijkt.

Nu zie je de laatste jaren wel een lichte kentering. Prinses Elsa ( Frozen ) werd zelfs op het schild gehesen als queer-prinses, omdat ze met haar lied ‘Laat het gaan, laat het los’ bezingt hoe ze haar ‘speciale eigenschappen’ niet langer voor de buitenwereld wil verdoezelen. Door Disney wordt zulks ontkend noch bevestigd, waardoor ze iedereen tevreden houden, en dus ook de zogenaamde pink dollar kunnen cashen.

Les 4. Ware liefde is conflictloos en duurt voor eeuwig

Hoewel er, als gezegd, het nodige werk verricht moet worden om de ware liefde te verkrijgen, gaat alles daarna vanzelf. De vonk slaat over, en ze leven nog lang en gelukkig. Terwijl het dan natuurlijk pas echt interessant begint te worden.

Hoe zou Ariel ermee omgaan dat zij haar hele hebben en houwen heeft moeten opgeven voor Erik, nadat de wittebroodsweken achter ze liggen; wat doet Belle als ze al haar boeken uit heeft, en zich misschien opnieuw begint te vervelen in dat grote kasteel?

Het idee van die ene ‘ware liefde’ is geen rudiment uit vervlogen tijden, maar sluit juist naadloos aan bij de dominante opvattingen over romantische liefde. Toen, in de loop van de negentiende eeuw, het gearrangeerde huwelijk plaatsmaakte voor de romantische liefde, kwam juist alle nadruk te liggen op het object van de liefde, en verdween liefhebben als kunst of als kunde , zoals de filosoof en psychoanalyticus Erich Fromm het noemde, naar de achtergrond. Een kunst die, zoals alle kunsten, toewijding, discipline, en geduld vergt. De illusie ontstond, aldus Fromm, „dat liefde noodzakelijk de absolute afwezigheid van elke vorm van conflict moet inhouden.”

Dit werd nog eens versterkt de consumptiemaatschappij: ook in de liefde gaat men simpelweg het schier eindeloze aanbod van koopwaren bij langs, en zodra men iets van zijn of haar gading ziet, kan het liefhebben beginnen. We verwachten instant gratificatie, en als het product versleten is of niet bevalt, zoeken we een nieuwe.

Op het eerste gezicht lijkt het idee van de liefde als consumptie-artikel op gespannen voet te staan met de liefde als eeuwigdurende band met je ‘ware soulmate ’. Maar die tegenstelling is slechts schijn, want juist doordat we zo doordrongen zijn van het romantisch ideaal van de soulmate , en van het idee dat het allemaal vanzelf moet gaan, worden we teleurgesteld in de liefde.

Hierin is Disney allerminst uniek; behalve dat de boodschap er hier dus al van jongs af aan ingeramd wordt. De cultuurindustrie speelt voortdurend in op onze verlangens, schept en stimuleert deze, en benadrukt dat we zonder de vervulling van ons verlangen onvolledig zijn .

De psychoanalyse wordt in Nederland nauwelijks serieus genomen, maar heeft wel degelijk iets belangwekkends over de liefde en het verlangen te zeggen. Ze beschrijft het verlangen namelijk als iets dat in zichzelf gespleten is.

Elk verlangen wil vervuld worden, maar tegelijkertijd bestaat het verlangen er ook in dat het juist niet bevredigd wil worden (hierin verschilt het verlangen van een simpele ‘behoefte’). Met de vervulling zou er immers een einde aan het verlangen komen, terwijl het verlangen wil voortduren, en zelfs moet voortduren, wil liefde standhouden.

Die onvolledigheid, zowel de onvolledigheid van onszelf als de onvervulbaarheid van het verlangen, maakt een liefdesrelatie juist de moeite waard, en maakt het méér dan simpelweg de bevrediging van een behoefte. Om nog een laatste maal Fromm te citeren: „Liefde die zó wordt beleefd, vormt een voortdurende uitdaging; zij is geen rustplaats, maar een samen in beweging zijn, samen groeien en werken.”

Thijs Lijster is als cultuurfilosoof verbonden aan de RUG en de Universiteit Antwerpen. Hij schreef o.a. ‘De grote vlucht inwaarts’ (2016), ‘Kijken, proeven, denken’ (2019) en ‘Verenigt U!’ (2019). Deze tekst is een ingekorte versie van een lezing gehouden op 24 september j.l. in het Kenniscafé Assen

Nieuws

Meest gelezen

menu