In Groningen zorgt erfgoedactivisme vaak voor eindeloze vertraging en kostbare procedures. Kan het ook anders? | opinie

De Kattenbrug in aanbouw, Schuitendiep, Groningen. Foto: Peter de Kan

Op veel plekken in Groningen wordt gebouwd. Dat leidt niet zelden tot conflicten met partijen als Heemschut en de Vrienden van de Stad. Vaak hebben ze een punt. Maar minstens zo vaak schieten ze door. Het gevolg: eindeloze vertraging en kostbare procedures. Zou het ook op een andere manier kunnen?
Lees meer over
Opinie

Aan de Pelsterstraat wordt gebouwd aan appartementencomplex Werkmanhof. Erfgoedvereniging Heemschut volgt het met argusogen. Vorige week stonden de betrokken partijen voor de rechter. Waarom in hemelsnaam, vraag ik me af. Het plan snapt de plek, zit zorgvuldig in elkaar, voegt nieuw (woon)programma toe aan de binnenstad en zorgt voor het behoud van een markante gevel.

Wat dat betreft zijn er tal van andere ontwikkelingen waar partijen als Heemschut of hun erfgoedcollega’s van de Vrienden van de Stad Groningen hun pijlen beter op kunnen richten. Gelukkig doen ze dat ook. Regelmatig wordt aandacht gevraagd voor bedreigd erfgoed. In veel gevallen ben ik daar blij mee. Al kan ik er niet omheen dat de pijlen steeds vaker gericht worden op plannen waar eigenlijk weinig mis mee is.

Het Werkmanhof is er zo een, maar er zijn er veel meer. Zo komen de gemeente Groningen en Heemschut in 2019 lijnrecht tegenover elkaar te staan over de bouw van de Kunstwerf, de nieuwe huisvesting voor vier theatergezelschappen aan de Bloemsingel. Heemschut vreest dat het beeldbepalende pand Villa B door de bouw van de Kunstwerf uit het zicht zal verdwijnen. Wie zich verder in de materie verdiept, constateert dat er meer speelt. „Het is de erfgoedbeschermers een doorn in het oog dat het College van B&W telkens weer gebruik maakt van haar uitzonderingsbevoegdheid. Hierdoor kunnen bouwplannen die volgens een bestemmingsplan niet toegestaan zijn, toch doorgang vinden”, schrijft Heemschut op de eigen site. De erfgoedvereniging vergeet erbij te vermelden dat de gemeente in essentie niets verkeerd doet.

Wat is nu het resultaat?

Wat hebben de procedures nu opgeleverd? Staat die ‘detonerende nieuwbouw’ straks het uitzicht op Villa B te verpesten? Kreeg Heemschut z’n zin? Om eerlijk te zijn: een beetje ‘ja’ en verder vooral heel erg ‘nee’.

Zowel de rechtbank als de Raad van State tikten de gemeente op de vingers. Niet vanwege de afwijking van het bestemmingsplan maar om de ietwat rommelige wijze waarop de procedure was doorlopen.

Leidde dat tot een aanpassing van het plan? Nou, nee. Nadat er een betere onderbouwing kwam, kon de vergunning verstrekt worden. En, oh ironie, nu de bouw van de Kunstwerf vordert, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Villa B er straks beter bij ligt dan ooit. Het enige resultaat van de gang naar de rechter? Maandenlange vertraging, torenhoge kosten voor de gemeenschap en frustraties over en weer.

Hole in the bucket

Ook op veel andere dossiers trekken Heemschut en de Vrienden ten strijde. Zo zijn ze verontrust over de herontwikkeling van de oude openbare bibliotheek aan de Oude Boteringestraat en de bouw van Mercado, ook een appartementencomplex, aan de Rode Weeshuisstraat. Gelukkig bleef het hier bij (afgewezen) bezwaren. „Wij hadden ook niet direct het idee de juridische hole in the bucket te hebben gevonden”, stelde Vrienden-bestuurslid Pieter Bootsma in deze krant. „Het (…) is maatschappelijk ook onfatsoenlijk om door te procederen.” Zo op het oog een redelijke reactie. Alhoewel… juridische hole in the bucket ? Bedoelt hij dat, als dat gat wel gevonden was, de procedures alsnog zouden zijn gestart? We zullen het nooit weten, maar ik vrees het ergste.

Het brengt me bij een andere ontwikkeling die eveneens hoog opliep: de nieuwe Kattenbrug, over het Schuitendiep. Mateloos heb ik me de afgelopen maanden geërgerd aan de queeste van jurist en galeriehouder Kors van Bladeren. Met zijn bezwaren zorgde hij voor eindeloze vertraging. Ik durf niet uit te rekenen wat dat de gemeenschap heeft gekost, maar het zal opnieuw ettelijke tonnen bedragen.

Als een oude schoolmeester las Van Bladeren in mei dit jaar de gemeente de les: „Het gaat mij om de bescherming van onze democratische rechtsstaat tegen de arrogantie van de macht”. Daarmee duidde hij opnieuw op een (rechtmatige) afwijking van het bestemmingsplan. Volgens de galeriehouder heeft de gemeente onvoldoende nagedacht over de impact van de nieuwe Kattenbrug op het beschermd stadsgezicht. Ook is er vrees voor overlast door de bussen die straks over de nieuwe brug gaan rijden. Verder is Van Bladeren bang voor schade aan zijn monumentale pand op de hoek van het Schuitendiep en het Gedempte Kattendiep.

Lariekoek

Natuurlijk begrijp ik de vrees voor overlast en schade. En uiteraard vind ook ik dat de gemeente alles netjes moet doen. Maar de kritiek op de gebrekkige rekenschap met het beschermd stadsgezicht? Sorry, dat is echt lariekoek. Als het plan voor de Kattenbrug ergens in uitblinkt, is het wel de zorgvuldigheid waarmee het is gemaakt en de waarde die het teruggeeft aan de stad.

Wat maakt dat ik me zo stoor aan deze vormen van erfgoedactivisme? Allereerst de drammerige toon, waarbij het meer lijkt te gaan over vastgeroeste gedachten over de stad dan over het maken van goede plannen. Natuurlijk is het essentieel om respectvol om te gaan met erfgoed. Maar: de stad is geen museum. Een stad ontwikkelt zich. En als dat doordacht en met liefde gebeurt is dat helemaal niet erg. Het is zelfs een noodzaak.

Een andere ergernis is de wijze waarop het gesprek wordt gevoerd. Ik mis een oplossingsgerichte houding. Ik mis opbouwende alternatieve oplossingen. En ik mis vooral deugdelijke argumenten waarbij voorbij de plek wordt gedacht en ook het belang van de stad als geheel wordt meegenomen.

Impliciet wantrouwen

De laatste ergernis betreft de eenzijdige adressering en het impliciete wantrouwen dat uit de bezwaren spreekt. Vrijwel altijd heeft ‘de gemeente’ het gedaan. Natuurlijk kan en moet het beter. Veel meer visie. Veel meer aandacht voor kwaliteit. Veel minder Economische Zaken en vastgoed aan het roer. En veel meer de nadruk op waarde dan op geld. De grap is dat dit binnen diezelfde gemeente steeds breder wordt gedeeld. Zo zie ik een bevlogen wethouder die met liefde aan de stad wil werken. Ook kan ik er niet omheen dat de kwaliteit van de planvorming de afgelopen vijf jaar met sprongen vooruit is gegaan. En, niet onbelangrijk: ik herken een gemeente die weer ambitie durft te hebben en aan de wieg staat van plannen die de stad zonder twijfel beter maken.

Laat het duidelijk zijn: het gaat me niet om de kritiek. We hebben belang bij hinderlijke horzels die plannen kritisch tegen het licht houden en opkomen voor erfgoed, groen en ruimtelijke kwaliteit. Zo kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het recent heringerichte plein voor de Der Aa-kerk beter is geworden nu er dankzij het activisme van de Bomenridders meer bomen zijn blijven staan dan aanvankelijk de bedoeling was.

Maar mag het alsjeblieft een beetje gedoseerd? Mag het vanuit een positieve en oplossingsgerichte grondtoon? Is het mogelijk om het wat minder te laten ontsporen? Wie pakt de handschoen op? Laten we het bij wijze van proef eens pakweg twee jaar proberen. Twee jaar niet procederen. En er gewoon tijdig en op een opbouwende manier met elkaar uitkomen. Dat is toch niet te veel gevraagd? Zullen we samen vrienden worden van de stad?

Peter Michiel Schaap is directeur-bestuurder van GRAS, het architectuurcentrum van en voor Groningen. Een langere versie van dit artikel verscheen in het online magazine van GRAS: www.platformgras.nl/magazine

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nieuws

Meest gelezen

menu