Invloed van kiezer bij verkiezingen is maximaal, maar bij de kabinetsformatie nihil. Geef de kiezer invloed op de kabinetsformatie | Opinie

‘Gestreefd zou moeten worden naar slechts één formateur.’ FOTO ANP/BART MAAT

Nu de eerste verkenningsronde zo faliekant is mislukt en zelfs tot een politieke crisis heeft geleid, is het interessant om na te gaan hoe er een betere balans kan komen tussen verkiezingen en kabinetsformatie. Bestuurskundige en politicoloog Peter Polhuis pleit voor meer invloed voor de kiezer.
Lees meer over
Opinie

Zijn de verkiezingen het hoogtepunt van de democratie, de meteen daarop volgende kabinetsformatie is het hoogtepunt van politieke besluitvorming. Immers, tijdens een kabinetsformatie worden de hoofdlijnen van het politieke beleid voor de komende vier jaar vastgelegd; de dagelijkse politieke blijkt slechts bij uitzondering daarvan af te wijken.

Invloed kiezer minimaal

Het merkwaardige is nu dat bij verkiezingen de invloed van de kiezer maximaal is, maar in de kabinetsformatie minimaal. Nu steeds luider voor een transparante overheid wordt gepleit, is het interessant na te gaan hoe tussen verkiezingen en kabinetsformatie meer balans kan worden gebracht.

Niet door de invloed van kiezers bij verkiezingen te verminderen, maar om de gang van zaken bij kabinetsformaties te reguleren en efficiënter te maken. Ik doe daartoe de volgende voorstellen.

Binnen 28 dagen

1. Voor de hand liggend is om paal en perk te stellen aan de duur van de kabinetsformatie. In Israël is bepaald dat als de winnende partij er niet in slaagt om binnen 28 dagen een coalitie te smeden, de oppositie de gelegenheid krijgt om een poging te doen. Lukt ook dat niet dan worden er weer algemene verkiezingen gehouden.

Kortom, politici worden onder tijdsdruk gezet in de wetenschap dat als ze er niet uitkomen de hoogste macht weer bij de kiezer komt te liggen. Misschien is die termijn van 28 dagen voor Nederland te kort, maar een grondwettelijke vastgelegde formatieperiode van bijvoorbeeld drie maanden voorkomt dat het land lange tijd door een demissionaire regering bestuurd wordt;

Eén formateur

2. Het tweede punt betreft de leiding van het formatieproces. Tegenwoordig is dat verdeeld over verkenner(s), informateur(s) en formateur(s). Dat lijkt mij te veel van het goede. Gestreefd zou moeten worden naar slechts één formateur, eventueel in bijzondere situaties voorafgegaan door één informateur.

Is het verschil tussen een verkenner en een informateur niet erg kunstmatig? En lopen we niet het risico dat als de figuur van de verkenner is ingeburgerd we na verloop van tijd pre-verkenners op het Binnenhof zien verschijnen?

Het verdient de voorkeur om steeds te streven naar één (in)formateur om het coalitieproces niet extra ingewikkeld te maken. Daarnaast dient bij de keuze van de leiding van het formatieproces gekeken te worden naar mensen met afstand tot de dagelijks politiek; dus de huidige benoeming van twee zittende ministers is onverstandig;

Niet na maar voor de verkiezingen

3. Ingrijpend is de maatregel om de kern van de kabinetsformatie niet na maar juist voor de verkiezingen te leggen. De kiezer krijgt dan echt invloed op de nieuwe coalitie en het te voeren beleid. Dit kan betrekkelijk eenvoudig door af te spreken dat een zittende coalitie drie maanden voor de verkiezingen aangeeft of men met elkaar wil doorgaan en wat de hoofdlijnen van beleid dan zijn. Haalt die coalitie zetelwinst dan gaat die coalitie gewoon door.

Had het huidige kabinet van VVD/CDA/D66/CU zo’n continueringsbesluit genomen dan had men – na een kort formatieproces – kunnen doorregeren, omdat deze coalitie een zetelwinst heeft geboekt (van 75 naar 78). Had de regeringscoalitie minder zetels behaald, dan zou een formatieproces gebaseerd op de voorstellen 1 en 2 moeten leiden tot een nieuwe regering.

Verplicht aan de formatietafel

4. Een drastische maatregel is om te bepalen dat winnende partijen van een zekere omvang in eerste instantie verplicht worden om aan de formatietafel aan te schuiven. Op basis van de verkiezingsuitslag van 17 maart zouden dat de VVD, D66, FvD en de PvdD zijn. Samenwerking is dan niet het resultaat van wat kan en wat men wil, maar omdat het moet.

5. Ten slotte zouden de formatieonderhandelingen in het openbaar moeten plaatsvinden, zeker als het om de beleidsmatige afspraken gaat. Waarom zou dat op nationaal niveau niet kunnen als op lokaal en regionaal niveau dat wel blijkt te lukken?

Invloed van de kiezer versterkt

Bovenstaande voorstellen moeten natuurlijk nader uitgewerkt worden, maar verdienen serieuze aandacht om minstens drie redenen. Eerst: de invloed van de kiezer op het zo belangrijke formatieproces wordt in hoge mate versterkt. Ten tweede: de geheimzinnigheid van de formatie wordt weggenomen en er wordt serieus van bovenaf tegemoetgekomen aan de wens van een transparante overheid. En op de derde plaats: de handelingsvrijheid van leidende politici wordt beperkt en controleerbaar gemaakt.

Een kabinetsformatie is te belangrijk voor een samenleving (’De Kiezer’) om uitsluitend over te laten aan een beperkt aantal politieke kopstukken.


Peter Polhuis uit Leeuwarden is bestuurskundige en politicoloog en oud-(in)formateur van een lokale coalitie

Nieuws

Meest gelezen

menu