Hoe zou oud-landbouwminister Gerrit Braks de huidige stikstofproblematiek hebben aangepakt? En wat kan het CDA daar van leren? | opinie

7 Juli 2021 (13:24) Demonstrerende boeren tegen het stikstofbeleid van het kabinet, Den Bosch, 7 juli 2021. ANP ROB ENGELAAR

Onder Gerrit Braks stonden 20.000 boeren grond af voor zijn Ecologische Hoofdstructuur. Henk Bleker vraagt zich af: hoe zou hij de huidige stikstofproblematiek hebben aangepakt?

Gerrit Braks is de meest beminnelijke en zachtaardige politicus die ik heb gekend. Wat weinig mensen weten: hij stond als minister van Landbouw in 1990 aan de wieg van de grootste uitbreiding van de natuur in de Nederlandse geschiedenis. Meer dan 20.000 boeren stonden grond af voor zijn Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Toch is CDA’er Braks (1933-2017) nog steeds met afstand de meest populaire bewindspersoon onder de boeren.

Ik denk vaak: hoe zou Braks het stikstofprobleem hebben aangepakt? Laten we eens puntsgewijs kijken hoe hij in 1990 opereerde rondom de natuurontwikkeling.

Als de boer het zelf wil

Vrijwilligheid: de boer doet mee als hij dat zelf wil. Dreigen met onteigening is contraproductief: het proces stokt direct, het vertrouwen verdwijnt.

Geen vooraf begrensd budget. Braks vreesde dat de financiële kaders te krap zouden zijn. Natuurontwikkeling is niet boekhouden, het is onvoorspelbaar.

Geen dreiging van ‘dit moet van Brussel’, geen harde wettelijke verplichtingen en geen rechterlijke dwang na processen van milieuorganisaties. Uiteindelijk wilden de boeren en het platteland het zélf.

Wel een einddoel, 250.000 hectare nieuwe natuur (waarvan dertig jaar later circa driekwart is gerealiseerd), geen harde deadlines.

De provincies 100 procent aan het stuur bij de uitvoering.

Scherf in het plafond

Verliep het allemaal in pais en vree? Nee, het ging er wel eens fel aan toe. In een van de balken van het plafond in een Gronings cafézaaltje zit nog een scherf van een schoteltje dat door de lucht richting mijn voorganger-gedeputeerde suisde.

Toch hebben tienduizenden boeren bij deze grootste natuuruitbreiding laten zien ‘dat er altijd te praten valt’. Hoe dat kon? Omdat er geen Haagse ‘doemverhalen’ over boeren werden uitgestort, geen heimelijke anti-boeragenda en omdat het in en door de regio gebeurde. Door boeren, burgers en bestuurders die elkaar kenden.

Het Planbureau voor de Leefomgeving pleitte onlangs ook voor een regionale aanpak van de stikstofproblematiek en die juich ik toe. Daarmee zijn we namelijk af van die vreselijke landelijke modelberekeningen en wordt erkend dat er gebieden zijn waar de veehouderij probleemloos verder kan.

Zelfs uitbreiding kan geen kwaad

Als ik bijvoorbeeld naar West-Friesland, Zeeland of Groningen kijk, zou ik zeggen dat zelfs uitbreiding en nieuwvestiging geen kwaad kan. Dat is mooi, want dan is er ook plek voor verplaatsers.

En er zijn ook gebieden zijn waar zelfs het volledig verdwijnen van de veehouderij voor de flora geen verbeteringen oplevert, omdat andere stikstofbronnen daar veel bepalender zijn (het buitenland, de snelweg, de nabijgelegen industrie, een luchthaven). Waarom dan daar de veehouder ‘aanpakken’?

Maar inderdaad, er zijn absoluut ook heel veel gebieden waar maatregelen in de veehouderij (aanpassing in de bedrijfsvoering, in de staltechnieken én ook minder dieren) echt winst voor de flora betekent. En in sommige gevallen is het goed om de natuurgebieden ter plekke te versterken door die plaatselijk met wat bunders (hectares) boerengrond uit te breiden.

Goed gevulde portemonnee

Lever lokaal maatwerk, waarbij boerenfamilies aan de keukentafel reële nieuwe mogelijkheden worden geboden. Met de provincie, net als bij Braks’ EHS, als gesprekspartner voor de boeren. En dat er namens de provincie mensen op pad gaan met affiniteit met het boerenbedrijf, die ook echt iets te bieden hebben: een goed gevulde portemonnee voor bijvoorbeeld opkoop, ruilgrond en ruilboerderijen, verplaatsing, betere verkaveling, vergunning voor nieuwe activiteiten (bijvoorbeeld een paar plattelandswoningen nabij het erf, opwekking van groene energie enzovoorts) om een toekomst te behouden.

Ere wie ere toekomt: van de partijen die in beeld zijn voor een nieuwe regering sluit het CDA met zijn recent gepresenteerde Landbouwvisie het meest aan op de succesaanpak van Braks’ EHS. Als het CDA het voor elkaar krijgt dat in de stikstofparagraaf van een nieuw regeerakkoord komt te staan: ‘geen onteigening, geen dwang, geen budgettaire grens en 100 procent regionale aanpak door de provincies’, dan is er voor het CDA op dit punt alle reden om deel te nemen aan een nieuwe regering. Misschien dan zelfs juist met GroenLinks, om breed maatschappelijk draagvlak te creëren, zowel bij de boeren als bij natuur- en milieuorganisaties.

Vervolgens is het aan de Haagse bubbel om tien jaar de mond te houden. De halveringsverhalen en anti-boerenagenda hebben al te veel vertraging veroorzaakt.

Weg van wettelijke plichten

Laat de provincies nu hun werk doen met de mensen van het platteland. Dat gaat resultaten opleveren. De weg van wettelijke plichten, normen en harde tijdslimieten biedt schijnzekerheid – voor natuur en boer is stilstand het gevolg. Vergeet de maakbaarheidsgedachte, de natuur verrast je elke dag.

Henk Bleker was namens het CDA onder meer gedeputeerde van de provincie Groningen en staatssecretaris van Landbouw. Tegenwoordig is hij niet partijgebonden

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu