Het Pekelder Hoofddiep is de ziel van Pekela. Gemeente, voorkom imagoschade en houd het diep bevaarbaar | opinie

Bruggen over het Pekelder Hoofddiep, die de Feiko Clockstraat met de Hendrik Westerstraat verbinden. Foto: Huisman Media

Op 15 december neemt de Pekelder gemeenteraad een besluit over het onderhoud van de bruggen en het Pekelder Hoofddiep. Feike Oppewal en Sebes Zevenhuizen wijzen op het cultuurhistorische belang van het diep en pleiten ervoor om het bevaarbaar te houden.
Lees meer over
Opinie

De Pekel A was oorspronkelijk een riviertje dat, dwars door het Bourtangermoor lopend, ontsprong vanuit het Hoetmansmeer waar zich het water uit het hoogveen verzamelde. Dit riviertje stond in verbinding met de Dollard. Met de getijden drong zout zeewater landinwaarts en daaraan ontleende het riviertje haar naam.

De turfwinning vanuit Oude Pekela (beneden) was rond 1820 ook in Nieuwe Pekela (boven) al bijna helemaal gereed. Alleen rond Wildeplaats en Noordercolonie was nog sprake van turfwinning. Daarmee werd geheel Pekela meer een landbouwdorp met gemengde bedrijven van veeteelt en vooral akkerbouw.

Rond 1900 was alle veen wel verdwenen en al lange tijd (ook al in de achttiende eeuw) waren het dus meer de landbouwers die voor werk en bedrijvigheid zorgden. De aardappelteelt vormde een belangrijke bron van inkomsten, met name toen de aardappelmeelfabrieken ontstonden.

Zo ontstond kansrijke strokartonproductie

In die periode werd de teelt van boekweit geleidelijk vervangen door die van rogge, haver en later ook tarwe. Vooral in het Oldambt kwam de tarweteelt tot grote bloei. Daarmee ontstond de mogelijkheid voor kansrijke strokartonproductie.

De voorwaarden hiervoor waren bij uitstek in Pekela voorhanden: de goede (water-)infrastructuur, turf voor de brandstof, stro als grondstof en arbeidskrachten genoeg, afkomstig uit de tanende zeevaart en scheepsbouw. Voor al deze vervoersactiviteiten was het Pekelderdiep, ondertussen Pekelder Hoofddiep gaan heten, essentieel. Dit naast de functie van waterafvoer uit het Drents-Groningse grensgebied.

In 1972 besloot de gemeenteraad van Nieuwe Pekela om het diep te dempen en voor de doorstroming duikers te gebruiken. In 1973 wordt door de raad van Oude Pekela ‘het principebesluit genomen dat het Pekelderdiep open blijft’.

Sluizen opgeknapt en nieuwe bruggen

In de jaren tachtig kwam er een beweging op gang om het diep weer bevaarbaar te maken. In het kader van de herstructurering kwam er geld beschikbaar. Hiermee werden de sluizen opgeknapt en kwamen waar nodig nieuwe bruggen, ook om het zwaarder wordende (landbouw)verkeer te kunnen dragen.

In 1989 was het zover dat de eerste schepen weer door het diep konden varen. Dat gaf een geweldige boost voor de aanwonenden: huizen werden opgeknapt, tuinen vernieuwd en straten hersteld. Het diep werd echt weer de ziel van het dorp, vooral omdat ook de stinkende fabrieksvervuiling in Oude Pekela inmiddels verleden tijd was.

Hoe zorgde de nieuwe gemeente Pekela voor het diep? Na 30 jaar moeten we concluderen: teleurstellend. Er kwam geen onderhoudsplan. Wanneer inderdaad een plan voor reductie van het aantal bruggen zal worden uitgevoerd is te verwachten dat de recreatievaart mee zal kunnen profiteren van de toenemende toeristische belangstelling voor onze provincie.

Goedkoper dan de meeste huizen

Zijn het ‘dikke’ schepen die door het diep varen? Nee, over het algemeen zijn het bescheiden kleine schepen, heel wat goedkoper in ieder geval dan de meeste huizen die aan het diep staan. De echte rijkaards hebben schepen die niet door dit water kunnen, daarvoor is het diep te smal en zeilschepen kunnen met staande mast al helemaal niet door het diep.

Het cultuurhistorische belang van het diep is overduidelijk aanwezig: het met de hand gegraven diep draagt het verhaal van vervening, turfvaart en de aardappel/strovaart in zich mee. Daarmee vormt het diep de ziel van de Pekela’s. Vergelijk dit met de asfaltstraten in Hoogezand-Sappemeer of het afgeknepen diep in Nieuw-Weerdinge.

Het bevaarbaar houden van het diep kost jaarlijks slechts een half procent van de begroting. De imagoschade door het niet meer bevaarbaar maken zou volgens ons vele malen groter zijn.

Trouwens: een niet meer bevaren diep wordt in de loop van de jaren een dichtgegroeid kanaal, ondanks de waterdoorstroming. Ook zo’n sloot vereist dan weer onderhoud.

Feike Oppewal is voorzitter van museum Kapiteinshuis Pekela
Sebes Zevenhuizen is voorzitter van de stichting Siep&Co, Stichting Industrieel Ergfoed Pekela en Culturele Ontwikkeling

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu