Is de krimp in Noord-Nederland werkelijk voorbij? En wat dan nu? | opinie

Is de krimp voorbij? Illustratie: Megan de Vos

De demografische vooruitzichten voor Noord-Nederland lijken gunstig, stellen Bettina Bock en Tialda Haartsen van de Rijksuniversiteit Groningen. Toch zijn er volgens hen ook kanttekeningen te plaatsen.
Lees meer over
Opinie

‘Hoezo krimp? Op drie gemeenten na groeit de bevolking overal in Drenthe, Groningen en Friesland’ kopte het Dagblad van het Noorden op 4 januari 2022. Aanleiding voor dit bericht was een rapport van het CBS over de bevolkingsontwikkeling in 2021 . Vorig jaar was er alleen in de gemeenten Eemsdelta, De Fryske Marren en Smallingerland nog sprake van bevolkingsdaling, terwijl in 2020 de bevolking in maar liefst 14 van de 40 Noord-Nederlandse gemeenten afnam.

Dus concludeerde deze krant: „De krimp die Noord-Nederland jaren in zijn greep hield, is vrijwel voorbij.” Maar kunnen we nu echt zeggen dat in Noord-Nederland de krimp voorbij is? En zijn al die jaren van krimpbeleid dan voor niks geweest?

Om het geheugen even op te frissen: in 2006 voorspelde W. Derks van de Universiteit Maastricht, samen met enkele collega’s, in het rapport Structurele bevolkingsdaling, een urgente nieuwe invalshoek voor beleidsmakers , dat de bevolking van Nederland vanaf 2035 zou gaan afnemen. In de perifere delen van Nederland zou dat echter al veel eerder gebeuren. Ook het aantal huishoudens zou in sommige regio’s gaan dalen.

Dringende oproep

Derks deed een dringende oproep aan beleidsmaker om bevolkingskrimp serieus te nemen als urgente nieuwe opgave. Met succes, want sindsdien staat de dalende bevolking in Noord-, Zuid en Oost-Nederland op de politieke agenda. Er is specifiek beleid ontwikkeld op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau; er zijn samenwerkingsverbanden gesloten binnen en tussen regio’s en er is veel kennis en ervaring opgedaan. En in veel gemeenten in de periferie nam de bevolking ook daadwerkelijk af.

Noord-Nederland heeft altijd voorop gelopen in deze ontwikkelingen, omdat bevolkingsdaling er al langer en heviger speelde dan elders, en omdat men er al vroeg in slaagde om de samenwerking tussen provincies en gemeenten én met allerlei maatschappelijke partners, bewoners en kennisinstituten voor elkaar te krijgen.

Het Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland is daar een voorbeeld van, uniek in zijn soort en al meer dan tien jaar het platform voor het delen van kennis en ervaringen over bijvoorbeeld de woningmarkt, voorzieningen, arbeidsmarkt en leefbaarheid in de context van een vergrijzende en afnemende bevolking.

Groei tot 2070

Anders dan in 2006 verwacht, zal de Nederlandse bevolking waarschijnlijk nog tot 2070 blijven groeien, tot rond 20 miljoen inwoners. Dit komt onder andere doordat de levensverwachting is toegenomen en doordat we meer immigratie zullen hebben dan eerder gedacht.

Hoe deze groei zich precies zal verdelen over de regio’s is niet zeker. Dus of we de krimp echt voorbij zijn is nog de vraag. De prognoses gaan er nog steeds van uit dat de bevolking in de meer perifeer gelegen regio’s zal dalen, ook in Noord-Nederland. Maar wanneer dit precies zal beginnen is niet duidelijk. Dat hangt onder andere af van de ontwikkelingen op de woningmarkt en het verhuisgedrag van mensen.

Al sinds 2015 groeit het aantal verhuizingen vanuit de Randstad doordat men op zoek gaat naar beschikbare en betaalbare woningen elders. Corona lijkt deze trend verder aangewakkerd te hebben. Vooral het Noorden lijkt mensen aan te trekken. Er zijn bijna geen huizen meer te koop en de prijzen rijzen ook buiten de Randstad de pan uit. Het aanbod van huizen is zelfs in de meer perifere delen van Noord-Nederland zo goed als opgedroogd.

Gunstige vooruitzichten

Op dit moment zijn de vooruitzichten voor Noord-Nederland dus gunstig. De bevolking neemt in de meeste gemeenten (licht) toe, er is geen aanbodoverschot meer op de woningmarkt, terwijl er nog ruimschoots voldoende rust en ruimte is. Toch is het belangrijk wat kanttekeningen bij dit positieve beeld te plaatsen.

De bevolking van Noord-Nederland is behoorlijk vergrijsd. Uit recent onderzoek van het Kadaster blijkt dat vooral oudere stellen zonder kinderen de Randstad verruilen voor een nieuwe thuis in Noord-Nederland; de helft van deze nieuwkomers is 55 jaar of ouder. Zij versterken dus de trend tot vergrijzing.

Ze kopen bij voorkeur vrijstaande woningen waardoor de prijzen stijgen. Dit heeft ook gevolgen voor de Noorderlingen die de stijgende prijzen maar moeilijk kunnen betalen. Zij hebben immers geen huis in het Westen dat ze voor veel geld konden verkopen.

Doorstroom stokt

En ook in Noord-Nederland stokt de doorstroom op de woningmarkt. Voor ouderen is het niet aantrekkelijk om hun vrijstaande en hypotheekvrije koopwoning te verruilen voor een huurappartement met (zeer) hoge maandelijkse lasten; gezinnen met kinderen kunnen niet doorstromen naar een passender woning; en voor starters is het helemaal moeilijk een woning vinden. Hoe los je deze complexe problemen op de korte termijn op, terwijl je weet dat de situatie er op de langere termijn waarschijnlijk anders uit zal zien?

De vergrijzing zal omstreeks 2040 naar verwachting afnemen; dan komen er veel vrijstaande koopwoningen vrij. Rond dezelfde tijd zal de bevolking in sommige delen van Noord-Nederland waarschijnlijk weer gaan krimpen, laten de prognoses zien. En als er in West-Nederland flink gebouwd gaat worden, neemt het aantal verhuizingen naar Noord-Nederland wellicht weer af.

En toch. Het feit dat de bevolking in Noord-Nederland (bijna) niet meer daalt en dat Randstedelingen de aantrekkelijkheid van Noord-Nederland ontdekken, is een mooie ontwikkeling. Het biedt kansen om voorzieningen op peil te houden, al zullen de meeste nieuwkomers uit de Randstad niet voor extra leerlingen zorgen, gezien hun leeftijd.

Meer algemeen geldt dat het in groeiomstandigheden makkelijker is om ruimtelijke investeringen voor elkaar te krijgen. Het is dus zaak om optimaal van deze gunstige situatie gebruik te maken om de brede welvaart en toekomstkracht in Noord-Nederland voor de langere termijn veilig te stellen.

Dat betekent zorg dragen voor de bereikbaarheid van zorg en van goed en passend onderwijs; investeren in de vitaliteit van de arbeidsmarkt en de bestrijding van armoede; vaart zetten achter de transitie van de agrarische sector en het behoud van landschap en biodiversiteit; en natuurlijk bijdragen aan de kwaliteit, levensloopbestendigheid en energiezuinigheid van woningen. Dan blijft Noord-Nederland voor iedereen een mooie plek om te leven!

Bettina Bock is bijzonder hoogleraar Bevolkingsdaling en Leefbaarheid voor Noord-Nederland aan de Rijksuniversiteit Groningen

Tialda Haartsen is hoogleraar Rurale Geografie, Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, aan de Rijksuniversiteit Groningen

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu