Jagers die oproepen om de jacht op de wolf te openen doen dat niet om schapen te beschermen. Ze zijn bang voor verlies van hun jachtbuit | opinie

'Jagers die oproepen om de jacht op de wolf te openen doen dat niet om schapen te beschermen.' Foto: Shutterstock

Jagers maken de wolf verdacht, stelt Niko Koffeman, ernstiger dan de gebroeders Grimm ooit gedaan hebben. Volgens hem horen de jagerssprookjes in het rijk der fabelen.
Lees meer over
Opinie

Hulde voor de eigenaar van de schaapskudde in Wapse die stelling neemt tegen de hetze die de wolf ten deel valt (‘ Wolf hoeft niet weg: hond en raster deden hun werk ’, DvhN , 10-01). Een hetze die niet alleen indruist tegen de natuur maar ook tegen de Europese en Nederlandse wetgeving op het gebied van natuurbescherming in het algemeen en de wolf in het bijzonder.

Als door een wonderbaarlijk toeval doen jagers in tal van dagbladen tegelijk de oproep om de wolf bejaagbaar te maken, nu het EU parlement zich tezelfdertijd over dergelijke verzoeken buigt.

Voor jagers was juist de afwezigheid van de wolf gedurende de afgelopen 150 jaar een argument om grote hoefdieren te bejagen; er waren immer geen natuurlijke vijanden in Nederland? Toch hadden Nederlandse jagers daar toen al niet genoeg aan, ze reisden maar al te graag als jachttoerist naar buitenlandse bestemmingen met een ruimere jachtwetgeving, om daar wolven te gaan bejagen.

Puur vanwege de kick

Waarschijnlijk niet bij wijze van ontwikkelingshulp om het Russische, Poolse, Zweedse of Hongaarse faunabeleid de helpende hand te reiken, maar puur vanwege de kick om wolven naar de eeuwige jachtvelden te kunnen helpen. En op zoek naar trofeeën, sterke verhalen, woest avontuur en het genot van het schot.

Toen de wolf Nederland bereikte eisten jagers aanvankelijk een schadevergoeding omdat wolven ‘hun wild’ op zouden eten, waarbij ze er brutaalweg aan voorbij gingen dat in het wild levende dieren in de Nederlandse wet beschouwd worden als res nullius, aan niemand toebehorend, dus zeker ook niet aan de jagers.

Daarmee wordt ook het pleidooi om wolven af te schieten om landbouwhuisdieren te beschermen nogal ongeloofwaardig. Het belang van de jagers heeft niets met schapen te maken, maar met de angst voor verlies aan jachtbuit.

9.000 wolvendrollen onderzocht

In Nedersaksen is onderzoek gedaan aan de hand van 9.000 wolvendrollen en 134 overreden wolven en daaruit bleek dat gevestigde wolven helemaal geen voorkeur hebben voor landbouwhuisdieren. Ree was met 50,9 procent favoriet, wild zwijn 20,3 procent, edelhert 13,1 procent, damhert 5,9 procent, andere herten 3,5 procent, haas en konijn 3,2 procent. En schapen en ander vee? Slechts 1,6 procent!

Het jongste Duitse onderzoek liet zelfs zien bij een analyse van 300 wolvendrollen dat in slechts 0,3 procent van de gevallen restanten van vee gevonden werden. Wolven vormen duidelijk geen bedreiging voor schapen.

In Nederland is de situatie niet wezenlijk anders, maar hier zijn alleen registraties van het aantal schapen dat gedood wordt. Die cijfers zijn ontnuchterend voor iedereen die de wolf verdacht wil maken: wolven doden in Nederland gezamenlijk 300 schapen per jaar, loslopende honden 4.000-13.000 schapen (er is geen centrale database, schattingen lopen uiteen tussen minima en maxima) en mensen doden jaarlijks 600.000 schapen, in veel gevallen onverdoofd.

Wat was u zelf met dat schaap van plan?

Schapen hebben dus in Nederland minstens 2.000 keer zoveel te vrezen van mensen dan van alle wolven samen. Wie een verdrietige boer over een door een wolf gedood schaap gebogen ziet in de media, zou de vraag kunnen stellen: wat was u zelf met het dier van plan?

Hoe gretig de jagers ook naar de wolf kijken, het is strikt verboden deze streng beschermde soort te verontrusten, laat staan te bejagen.

Bangmakerij over wolven die mensen zouden kunnen grijpen zijn onderdeel van een hetze zonder enige realiteitszin. Elk jaar worden in Nederland tenminste 150 mensen gegrepen door landbouwvoertuigen en nul door wolven.

Jagerssprookjes

De jagers maken de wolf verdacht, ernstiger dan de gebroeders Grimm ooit gedaan hebben. Laten we de jagerssprookjes laten waar ze horen: in het rijk der fabelen. En laat de wolf waar het dier hoort, ook in de Drentse natuur!

Niko Koffeman is voorzitter van De Faunabescherming en fractievoorzitter in de Eerste Kamer van de PvdD

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu