Koolstofkredieten maken het vastleggen van CO2 steeds lucratiever voor de landbouw. Maar levert het ook winst op voor het klimaatprobleem in Nederland? | opinie

Zijn koolstofkredieten het 'zwarte goud' voor de landbouw? Illustratie: Arjan Reinders

Het vastleggen van CO2 wordt door stijgende carbon credits, koolstofkredieten, steeds interessanter voor de landbouw, stelt Ruud Hendriks. Hij betwijfelt echter of dit in Nederland veel gaat doen voor het klimaatprobleem.
Lees meer over
Opinie

Door onze leefstijl komt er 10 ton CO2 per Nederlander per jaar vrij. Om met het klimaat binnen 1,5 graden temperatuurstijging te blijven mag dat per aardbewoner maximaal 2,3 ton zijn. Onze uitstoot moet dus fors minder worden, of CO2 moet massaal worden vastgelegd. De landbouw wordt gestimuleerd om CO2 op te slaan, ook het ‘grote geld’ zoals Rabobank en Bayer werken aan koolstofkredieten in de landbouw. Zit er perspectief in?

Landbouw en natuur leggen CO2 vast in organisch materiaal. In de natuur gaat het organische materiaal jaarlijks als bladval naar de bodem. Daar wordt het onderdeel van de strooisellaag, waarna het geleidelijk weer verteert. Een jong bos in de groei bouwt een strooisellaag op en slaat structureel CO2 op, omdat de houthoeveelheid jaarlijks toeneemt.

Als de bomen volwassen zijn bereikt het bos de evenwichtstoestand tussen aanvoer en afvoer. Een oud bos kan daarom niet meer structureel CO2 uit de lucht vastleggen. De natuurlijke cyclus in bossen van jaarlijks vastleggen en weer verteren is de ‘korte koolstofcyclus’.

Korte cyclus, lange cyclus

Het landbouwritme lijkt op dat van de natuur, gewasresten en mest gaan net als in de natuur naar de bodem. De oogst gaat echter naar de consument, dus niet alles blijft ter plekke. De organische stof uit landbouw en voeding verteert allemaal weer snel en is daardoor vergelijkbaar met de korte cyclus van de natuur.

In weilanden staat soms een bord ‘Hier wordt 20.000 kg CO2 opgeslagen’. Dat kan rekenkundig kloppen, maar er zou bij moeten staan dat die opslag maar heel tijdelijk is: het gras verteert al snel weer via de koe, de mens (vlees en melk) en de bodem (de mest). Zo’n bord wekt de indruk van klimaatbijdrage, maar is dat niet. Het is de korte cyclus.

Om CO2 structureel op te slaan moet het worden vastgelegd in organisch materiaal dat niet meer afbreekt. In de loop van het ontstaan van de aarde zijn dikke veenpakketten ondergronds terecht gekomen, waar ze veranderden in steenkool, aardgas en aardolie. De grote hoeveelheden CO2 die ooit in de atmosfeer zaten, werden ingepakt door de aarde. Dat is de lange cyclus.

Diep verankerde CO2 komt razendsnel vrij

In de afgelopen 200 jaar zijn we massaal fossiele koolstof gaan verbranden en veengronden gaan ontwateren. De in miljoenen jaren diep in de aarde verankerde CO2 komt nu razendsnel weer vrij door industrie, vervoer en landbouw.

Voedselproductie gaat over de korte CO2-cyclus: koolstof vastleggen in planten en die vervolgens eten en verteren waardoor het weer vrij komt. De landbouw kan op twee manieren bijdragen aan het structureel vastleggen van CO2. De ene manier is produceren van producten die niet meer verteren, bijvoorbeeld hout of vezels voor de bouw. Houtbouw legt CO2 vast én het beperkt de grote hoeveelheid CO2 die bij de productie van beton vrij komt, dubbel winst. Bouwmateriaal produceren concurreert wel met voedselproductie.

De andere structurele manier is vastleggen van CO2 door extra organisch materiaal in de bodem te brengen. Daarvoor moet de landbouw meer gewassen gaan telen die organische stof achter laten, zoals granen, grassen en groenbemesters. Alleen is dat bedrijfseconomisch nog niet interessant. Een voordeel is wel dat de bodem er beter van wordt, wat ook een goed argument is in een tijd dat de bodem ‘klimaatrobuust’ moet worden.

Wat levert het concreet op?

De sector heeft mede daarom interesse in koolstofkredieten. Maar hoe groot is die opbrengst dan concreet? Daar lees je veel macrovisies over, maar wat betekent het voor een boer? Een rekenvoorbeeld.

Een gemiddeld boerenbedrijf voert per hectare jaarlijks 2000 kg bodem stabiele organische stof aan, waarmee de jaarlijkse humusafbraak wordt gecompenseerd en de organische stof op peil blijft. Stel dat de toevoer anderhalf keer zo hoog wordt, wat voor de teler een grote inspanning vergt, dan wordt er jaarlijks 1000 kg extra aangevoerd.

Daarmee wordt 2 ton CO2 structureel aan de atmosfeer onttrokken. De marktwaarde is bijna 50 euro per ton CO2, dus dat levert 100 euro per hectare op. Pas vanaf 100 euro per ton CO2, dus 200 euro per hectare per jaar, begint het interessanter te worden. En dan vooral omdat het bijdraagt aan een betere bodemstructuur, wat gunstig is voor de mineralenbenutting en het opvangen van extremer weer door klimaatverandering.

Hoeveel Nederlanders kunnen we compenseren?

Het is de vraag wat het voor het klimaat betekent als een hectare landbouwgrond jaarlijks 2 ton CO2 afvangt. Hoeveel Nederlanders kunnen we daarmee compenseren? Onze leefstijl veroorzaakt 10 ton CO2 per Nederlander per jaar. 7,7 ton boven ons quotum. Dan zijn er 5 hectare per Nederlander nodig.

Totaal hebben we 1,8 miljoen hectare landbouwgrond. Stel alle boeren zouden die 2 ton vastlegging per hectare realiseren, dan biedt de totale landbouw in Nederland een opslagcapaciteit voor 360.000 mensen, de bewoners van de stad Utrecht. Dat is niet veel én het is ook nog eens tijdelijk. Na twee decennia stopt de bijdrage echter omdat de bodem dan bij een nieuw evenwicht komt.

Het klimaatresultaat in de landbouw is te versterken door de uitstoot te beperken. Het verhogen van het waterpeil in veengebieden en het minder bewerken van de bodem dragen bij aan verminderen van de vertering. Dat zijn wel allemaal veranderingen met veel impact op de bedrijfsvoering. Gebieden in het buitenland met veel wetlands of de noordelijke bossen (Scandinavië, Rusland, Canada) kunnen meer koolstof vastleggen, maar dan verleggen we ons probleem naar andere landen.

Vastleggen CO2 doet niet veel voor het klimaatprobleem

De conclusie is dat CO2 vastleggen in de Nederlandse bodem goed is voor de bodem, maar dat het niet veel doet voor het klimaatprobleem. Een grote inspanning van de landbouw, waarbij alle boeren anderhalf keer zoveel organische stof gaan opbouwen ten opzichte van wat ze nu doen, levert uiteindelijk niet meer op dan dat we de CO2 van de Utrechtenaren twee decennia compenseren.

Het klimaat gaan we er niet mee redden, maar het verhogen van de organische stof maakt de bodem beter, dus het levert wel degelijk wat op. Een betere waterhuishouding, efficiëntere mineralenbenutting, hogere weerbaarheid voor ziektes, meer bodemleven. Dus we moeten vooral wel doorgaan met het verhogen van organische stof, maar dan vanwege de landbouwkundige voordelen.

Het CO2-probleem in Nederland is de 10 ton per persoon die we veroorzaken. Om binnen 2,3 ton te blijven is het vooral een kwestie van drastisch beperken.

Ruud Hendriks is Practor Kringlooplandbouw bij Aeres MBO en docent bodemvruchtbaarheid bij Aeres Warmonderhof

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu