We moeten niet alleen de CO2-uitstoot maar ook de plastic soep terugdringen. Laat gemeenten om te beginnen wegwerpplastic op festivals verbieden | opinie

SUP-bekers op de redactie van Dagblad van het Noorden. Foto: DVHN

De overheid zet vooral in op het stimuleren van elektrische auto’s, maar ons plasticgebruik is net zo’n groot probleem, stellen Wilfried en Merijn de Jong. Volgens hen kunnen gemeenten hierin het nodige betekenen.

Met het verschijnen van het laatste IPCC-rapport is de urgentie om aan de slag te gaan met maatregelen die milieu en klimaat minder schaden alleen maar groter geworden. Opwarming van de aarde met mogelijk vijf graden is dan slechts een van de vraagstukken waar we voor staan.

Niet voor niets wordt geroepen dat er sprake is van code rood. Als er echter in ketens gedacht wordt, zijn meerdere vliegen in één klap te slaan.

Voor velen is bekend dat plastic ernstige schade toebrengt aan het milieu. Minder bekend is dat de productie ervan, en het daardoor ontstane afval, verantwoordelijk is voor 10 tot 13 procent van de totale CO2-uitstoot. Het autoverkeer neemt circa 17 procent voor zijn rekening.

Vergelijkbare percentages

Het zijn percentages die verrassend dicht bij elkaar liggen. En juist plastic is een product waarvan we het gebruik dicht bij huis eenvoudig kunnen verminderen. En ook daadwerkelijk winst kunnen boeken.

Kortom, zet het Rijk wel in op de juiste maatregelen? Het Rijk pakt flink uit met belastingmaatregelen die autobezitters tot milieubewuster gedrag moeten stimuleren. Denk aan verlaging van de BPM, lagere wegenbelasting en lagere bijtelling voor auto’s die elektrisch rijden.

Het verminderen van het plasticgebruik wordt geheel anders aangepakt en lijkt vooral niets te mogen kosten.

Zeehonden, vissen en vogels

Plastic bevat vaak giftige stoffen en wordt niet in de natuur afgebroken. Zeeschildpadden, zeehonden, vissen, schaaldieren en vogels eten de plasticresten. De dieren kunnen hier ziek van worden en het plastic belandt in de voedselketen, waardoor het ook een bedreiging voor onze gezondheid vormt.

Per 1 juli mogen bordjes, bestek, roerstaafjes, rietjes, wattenstaafjes en ballonstokjes niet meer van plastic zijn. Het verbod geldt ook voor drank- en voedselverpakkingen van zogenoemd geëxpandeerd polystyreen (EPS).

Er is nog géén verbod op wegwerpbekers en -glazen van plastic en papier met een plastic coating. Gelukkig hebben diverse bedrijven en gemeentes al wel hun verantwoordelijkheid genomen om ook hier stappen in te zetten.

‘Product bevat plastic’

Op wegwerp koffiebekers, zogenaamde SUP-bekers (Single Use Plastics), moet sinds kort de melding ‘product bevat plastic’ staan. Maar bedrijven kunnen nog veel meer doen om het gebruik van deze bekers terug te dringen, bijvoorbeeld door de oude vertrouwde koffiemok weer uit de kast te halen.

Maar ook gemeenten kunnen het nodige betekenen om de plastic soep te verminderen. Bijvoorbeeld door te faciliteren dat bij evenementen wordt gedronken uit harde plastic bekers, die hergebruikt kunnen worden. Een toeslag kan ook, maar dan betaalt de consument meer en blijft de hoeveelheid bekers/glazen hetzelfde.

De gemeente zou festivalglazen kunnen verstrekken of een bijdrage kunnen leveren aan ondernemers, ook als tegemoetkoming na de coronaperiode. In Brabant kennen ze bijvoorbeeld de Brabantcups, je zou du ook aan een citymarketingboodschap of sponsoring kunnen denken.

Landelijke campagne

Dichter bij huis, op festival Noorderzon, werd meegedaan aan de landelijke campagne ‘Never Give Up On your Cup’, met als doel alle Nederlandse festivalbezoekers aan te sporen plastic drinkbekers en flessen terug te brengen naar de bar, inleverpunt of afvalbak zodat deze opnieuw gebruikt of gerecycled kunnen worden.

Het Rijk durft nog onvoldoende haar verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om het terugdringen van plasticgebruik, en laat maatregelen vooral aan de markt over. Dat wil niet zeggen dat gemeenten die verantwoordelijkheid ook niet hoeven te nemen.

Een mooie eerste stap zou zijn om wegwerpplastic op festivals te verbieden en dit op te nemen in de vergunningen. Natuurlijk zou de gemeente mee moeten denken in de wijze waarop dat vorm gegeven kan worden; een mooi voorbeeld van samenwerking tussen (lokale) overheid, ondernemers en bezoekers.

Op die manier reduceren we niet alleen de CO2-uitstoot, maar pakken we direct ook de plastic soep aan. Kortom: het is tijd om aan de slag te gaan. Nationaal, maar vooral dus ook lokaal.

Wilfried de Jong is Raadslid D66 Assen en Voorzitter ledenraad Natuurmonumenten Drenthe
Merijn de Jong is medewerker Duurzaamheid Steenwijkerland

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu