Pak de opleiding van de juf en de meester aan. Het kan niet zo zijn dat een leerkracht na jaren nog uit hetzelfde vaatje staat te tappen | opinie

'Moeten we de rol van rekenen als schijnbaar onmisbaar onderdeel van ons dagelijkse leven niet wat meer relativeren?' FOTO SHUTTERSTOCK

Het reken-, lees- en taalonderwijs moet veel functioneler gemaakt worden, stelt Bert Munsterman. Volgens hem moet er in lessen vooral tijd gestoken worden in zaken waarvan leerlingen het nut zien in het dagelijks leven.
Lees meer over
Opinie

Vaders en moeders zijn de afgelopen jaren behoorlijk in de stress geraakt als ze hun kinderen moesten helpen met het huiswerk dat de digitale juf of meester had doorgeseind.

Aangejaagd door het door corona veroorzaakte thuisonderwijs en het onlangs door de Inspectie van het onderwijs gepubliceerde rapport De Staat van het onderwijs is het zinvol eens te kijken welke rol de vakken rekenen en taal – en de daarmee samenhangende positie van het reken- en lees/taalonderwijs – in ons dagelijks leven spelen.

‘Ongeveer’ rekenen

Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw dienen zich opzichtige veranderingen aan in het dagelijks (reken)leven: meten, wegen en de vier hoofdbewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) worden door mechanische en later door elektrische apparatuur uit de hoofden van velen verdreven.

Rekenen met concreet geld wordt met hulp van pasjes, de telefoon en de computer in de loop der jaren vervangen door abstract, onzichtbaar schuiven met geld. Het schoolse precieze rekenen contrasteert steeds meer met de dagelijkse praktijk van het ‘ongeveer’ rekenen. Een kar boodschappen kost ‘ongeveer’ 50 euro, het is ‘ongeveer’ tien minuten lopen, het is ‘tegen twaalven’.

Rond de jaren negentig doet in het rekenonderwijs het zogenoemde realistisch rekenen zijn intrede. Gebruikmakend van contexten uit het dagelijkse leven. Immers, rekenen op de basisschool is geen goochelkunstje met kale getallen, maar een grafische vertaling van een in taal gevat, reëel probleem. Dat vervolgens via rekenkundige weg moet worden opgelost: ‘Als je vandaag 9 jaar bent, hoe oud ben je dan op dezelfde datum in 2030?’

Moeilijker te motiveren

En er wordt ruime aandacht geschonken aan schatten, getalbegrip, flexibele oplossingsmanieren en eenvoudige meetkunde. Maar er is minder aandacht voor het cijferend rekenen, waar bij forse berekeningen de rekenmachine overigens mag worden ingezet. Maar er wordt zeker nog uit het hoofd gerekend.

Natuurlijk kennen vele ouders de rekentrucjes nog die ze op de basisschool leerden. Natuurlijk zijn die bij even zo vele anderen totaal weggezakt, door gebrek aan functionaliteit of blijvend onderhoud. Plichtsgetrouw leren leerkrachten nu de trucjes nog wel aan. Maar wordt het niet steeds moeilijker de kinderen te motiveren met een aanbod waarvan de zin hen ontgaat? Is die wijze van lesgeven nog wel van deze tijd?

Rol van rekenen

Moeten we nog steeds de nadruk blijven leggen op het product, het antwoord van de rekenopgave? Of op het proces waarlangs de berekening zich beweegt? Zodat kinderen beter leren begrijpen hoe het getalsysteem in elkaar steekt en hoe zij met de hun beschikbare mogelijkheden daar de weg in kunnen vinden?

Accepteren we nog langer dat rekenvaardigheid zo ongeveer het belangrijkste selectiemiddel is als het aankomt op de schoolkeuze? Moeten we de rol van rekenen als schijnbaar onmisbaar onderdeel van ons dagelijkse leven niet wat meer relativeren? En er niet zo allemachtig veel lestijd meer in steken als nu nog?

De tijd die daardoor vrijkomt, kan tegelijk beter besteed worden aan verbetering van het lees- en taalonderwijs. Daarmee bedoel ik dus niet het zoeken van het lijdend voorwerp of benoemen van de woordsoorten. Zoek mogelijkheden om functioneel lees- en taalonderwijs te geven en minder die van de taaltheorie.

Taal heeft een bedoeling

Ontwikkel de woordenschat, gebruik teksten – bijvoorbeeld uit de krant – met handelingsperspectief; dat wil zeggen dat er (zo veel mogelijk) vanzelfsprekende leerlingactiviteiten aan de tekst worden gekoppeld. Of laat de leerlingen zelf teksten, brieven of mails schrijven die gebruikt kunnen worden bij taalles. Om voor te lezen. Om echt te versturen. In elk geval om te functioneren.

Taal heeft altijd een bedoeling: het inwinnen van informatie, het formuleren van gevoelens, het verwerven en verwerken van kennis en vaardigheden. Stop minder tijd in spellingsonderwijs; correctieprogramma’s zijn er niet voor niets. Breng het benoemen van woordsoorten terug naar een simpel niveau. En het grammaticaal ontleden naar het niveau dat noodzakelijk is voor de juiste werkwoordspelling. Pas in het voortgezet onderwijs, bij het aanleren van de vreemde talen, ervaren de leerlingen een uitgebreidere theorie daarbij als zinvol.

Uit hetzelfde vaatje

Verander dus het curriculum, de inhoud van het lees-, taal- en rekenonderwijs. Pak de opleiding van de juf en de meester aan en verschaf hen de voorbeelden van de reken- en lees- en taallessen die ze later zelf aan hún leerlingen kunnen geven.

Anders geformuleerd: leg de nadruk op de vakdidactiek in de opleiding. Zorg na een aantal jaren voor verplichte bij- of nascholing. Het kan niet zo zijn dat een leerkracht na een x-aantal jaren nog uit hetzelfde vaatje staat te tappen. Daarvoor verandert er in de maatschappij en ook in het onderwijs te veel.

Bovenstaande vraagt sturing. Van de inspectie. Van het ministerie. Van de schoolleiding. Van auteurs van schoolboeken en hun uitgevers. Daarom, minister Wiersma: omschrijf helder de basisvaardigheden die u in uw ‘masterplan’ noemt. Wat moet precies beter? Wat moet veranderen in het reken- en lees/taalonderwijs? En wie – behalve leerkrachten – moeten die vooruitgang tot stand brengen? En tegen welke prijs?

Bert Munsterman is auteur van reken- en taalboeken

Nieuws

menu