Opslag van kernafval en opslag van waterstof gaan niet samen. Maak daarom klip en klaar een keuze: kernenergie of de waterstofeconomie | opinie

Kerncentrale van Tihange in België. Foto: Shutterstock

Een kerncentrale in de Eemshaven is strijdig met de plannen om de Eemshaven te ontwikkelen als een centrale speler in de waterstofeconomie, stelt Herman Damveld. Daarom moet er volgens hem zo snel mogelijk gekozen worden: of het een, of het ander.
Lees meer over
Opinie

Al 45 jaar is er een discussie over de bouw van een kerncentrale aan de Eemshaven en de opslag van kernafval in zoutkoepels in Noord-Nederland. Een besluit is echter nooit genomen, het bleef bij de aankondiging van plannen.

Ook nu wordt de Eemshaven weer genoemd. Daar is het zogeheten waarborgingsbeleid van kracht, dat de omgeving in een straal van 5 kilometer zo leeg mogelijk moet blijven.

Dat is dan weer strijdig met de plannen om de Eemshaven te ontwikkelen als een centrale speler in de waterstofeconomie.

Water splitsen via windmolens

Windmolens op zee leveren elektriciteit die gebruikt wordt om water te splitsen in waterstof en zuurstof, en als later waterstof zich weer verbindt met zuurstof komt energie vrij die nuttig gebruikt kan worden, bijvoorbeeld in de winter.

Voor het maken van waterstof zijn omvangrijke installaties nodig met veel bedrijvigheid. Maar dat is dus strijdig met het waarborgingsbeleid. Daarom is het van belang klip en klaar een keuze te maken: kernenergie of de waterstofeconomie.

Hetzelfde geldt voor de zoutkoepels. De regering wil al vanaf 1976 opslag van kernafval in de noordelijke zoutkoepels. Genoemd zijn in de loop van de tijd de zoutkoepels Ternaard in Friesland; Pieterburen en Onstwedde in de provincie Groningen; Schoonloo, Gasselte-Drouwen, Hooghalen en Anloo in Drenthe.

Zoutkoepels ook nodig voor waterstof

Maar de zoutkoepels zijn ook nodig voor de opslag van waterstof, in aan te leggen cavernes. Deze cavernes hebben een hoogte van zo’n 300 tot 500 meter, een doorsnede van 50 à 80 meter en liggen op een diepte van 1000 tot 1500 meter.

Volgens een studie van TNO van november 2021 zijn in het jaar 2050 ongeveer 200 cavernes nodig. Een rekensommetje leert dat daarvoor verschillende zoutkoepels nodig zijn. Nu noemt TNO voor waterstofopslag behalve Gasselte dezelfde zoutkoepels als de regering noemde voor kernafval.

Dus ook hier is een keuze nodig. Opslag van kernafval en opslag van waterstof gaan niet samen.

Thorium in plaats van uranium?

Met enige regelmaat komt er een pleidooi om over te stappen op kerncentrales die draaien op thorium in plaats van uranium. De bewering is dat deze vorm van kernenergie al op korte termijn beschikbaar komt. Het lijkt dan of het om een nieuw type kerncentrales gaat, maar dat is niet zo.

Tussen 1960 en 1980 zijn thoriumcentrales gebouwd in de Verenigde Staten, Duitsland, Engeland, Rusland, India en Japan. Deze centrales hebben een aantal jaren gedraaid en zijn gesloten vanwege de hoge kosten en onopgeloste technische problemen. Door de sterke gammastraling is de brandstof namelijk moeilijk te hanteren. Dat was een belangrijke reden voor het stopzetten van deze proefcentrales.

Ook nu bestaan thoriumcentrales vooral op papier en niet in de praktijk. De Nederlandse regering stelde dan ook terecht op 2 maart 2021 dat de technologische ontwikkeling van de thoriumreactor ‘nog niet zo ver gevorderd’ is: „Experts verwachten een marktintroductie van deze technologie niet voor 2040.”

Franse situatie heeft keerzijde

Voor wat betreft kernenergie wordt vaak naar Frankrijk verwezen, waar nu 56 kerncentrales in bedrijf zijn. Maar dit heeft een keerzijde. Stel dat alle landen in de jaren tachtig het voorbeeld van Frankrijk hadden gevolgd en vanaf 2030 zo’n 70 procent van alle elektriciteit via kerncentrales zouden leveren. We kunnen bij benadering uitrekenen dat de voorraad uranium in dit voorbeeld dan over 15 jaar, in 2036, op zou zijn.

Kernenergie draagt daarnaast ook bij aan het broeikaseffect, is niet CO2-vrij. Dit broeikasgas komt namelijk vrij bij de winning en bewerking van uraniumerts, bij de bouw van de kerncentrale, het transport van kernbrandstof, de afbraak van de centrale, enzovoort.

Dit heet de indirecte CO2-uitstoot. De CO2-uitstoot van een kerncentrale is vergelijkbaar met die van een gascentrale met CO2-afvang en tien keer zo hoog als bij windenergie. In de kerncentrale zelf is geen CO2-uitstoot, maar ontstaan wel radioactieve stoffen die een miljoen jaar gevaarlijk blijven.

Het wordt tijd om een zorgvuldig besluit te nemen en ook een beetje snel. We moeten de klimaatverandering immers te snel af zijn.

Herman Damveld is zelfstandig onderzoeker en publicist over energie. Zie voor meer informatie: co2ntramine.nl of houdgroningenovereind.nl

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu