Opinie: Maak toekomst Groningen wat 'Rotterdamser'

Bewonersbijeenkomst over het Nationaal Programma Groningen in Vita Nova in Middelstum in 2019. Foto: Geert Job Sevink

Groningen kan veel leren van het het Nationale Programma Rotterdam-Zuid bij het werken aan een toekomst na de aardbevingen. Door bewoners centraal te stellen en minder uitvoeringskosten bijvoorbeeld.
Lees meer over
Opinie

Ter gelegenheid van de laatste voorstelling van het toneelstuk Gas van toneelgroep Jan Vos was er op 28 december een talkshow waarbij het Nationale Programma Groningen (NPG) de Rotterdamse maat werd genomen: zijn er in Groningen te veel woorden en te weinig daden?

Marco Pastors, de directeur van het Nationale Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) dat al zes jaar loopt, zag zijn adviezen niet opgevolgd en concludeerde dat Groningen er zo ‘geen betere toekomst van krijgt’. Groningse bestuurders zouden teveel naar de korte termijn kijken. De voorzitter van het NPG, commissaris van de Koning Rene Paas, meende dat er snelheid gemaakt moest worden, maar zei ook: ‘Als je nu kijkt, is daar best discussie over mogelijk’ en ‘misschien moet ons programma iets Rotterdamser worden’.

Wij halen dit uit de verslagen van Dagblad van het Noorden en RTVNoord van 29 december, maar DvhN meldde al op 14 december dat een ander lid van het Dagelijks Bestuur van het NPG, Burgemeester Hoogendoorn van Midden-Groningen, wel kon ‘verklappen dat her en der geopperd wordt om de uitwerking van het NPG on hold te zetten’ en dat ‘temporiseren noodzakelijk kan zijn om kwaliteit te garanderen’.

Op welke punten zou Groningen van Rotterdam kunnen leren? Wat zijn de verschillen?

In Rotterdam staat de bewoner centraal

In de eerste plaats valt op dat Rotterdam de bewoner centraal stelt (school en werk en wonen) en daarom ook het NPG heeft geadviseerd de schade-en versterkingsprocessen in Groningen als randvoorwaarde te stellen voor de voortgang: je kunt immers van een bewoner niet verwachten dat hij de hedendaagse ellende even vergeet voor een theoretische toekomst.

Dit lijkt ook de verklaring voor de aanvaring die er tijdens de talkshow kennelijk heeft plaatsgevonden tussen de NPG-voorzitter en het bestuurslid Susan Top van het Gasberaad, die meent dat de bewoners en het Gasberaad bij de manier waarop de besluitvorming nu loopt met lege handen zitten. De versterking als randvoorwaarde staat wel in het NPG-kader, maar wordt in de praktijk kennelijk onmogelijk geacht: de directeur van het NPG zegt het duidelijk in de laatste krant van de Groninger Bodem Beweging: ‘als we op de versterking moeten wachten, kan het nog jaren duren’.

Breed draagvlak of een ‘overheidsdingetje’

Die verschillende geluiden van NPG-bestuursleden zeggen natuurlijk ook wat over de bestuursorganisatie. En dat is kennelijk een tweede potentieel verbeterpunt. Daarover zegt Pastors dat die in Rotterdam ‘wordt gedragen door corporaties, onderwijs en werkgevers, terwijl het hier (in Groningen) een overheidsdingetje is’.

Opvallend is ook dat het Rotterdamse programma werkt met een simpel convenant in gewone taal waarmee partijen zich en elkaar verplichten, terwijl het NPG beschikt over een bijzonder complexe, juridisch verwoorde bestuursovereenkomst.

Daden

Het zijn in Rotterdam ook niet alleen woorden, maar ook daden: er draait al acht jaar een programma om kinderen in het onderwijs extra lesuren te geven (eerst zes, nu, na gebleken succes, tien) teneinde de CITO-scores te verbeteren. De burgemeester van Delfzijl noemde het al als inspiratie en de gemeenteraad van Midden-Groningen heeft een motie aangenomen om te verkennen of zo’n programma niet in het Gronings vertaald kan worden.

En over die daden wordt ook verantwoording afgelegd op www.nprz.nl . Bijvoorbeeld met een jaarlijkse Basis Monitor Onderwijs. Over de besluitvorming én over de resultaten. In vergelijking daarmee kan de informatievoorziening op www.nationaalprogrammagroningen.nl nog veel leren. Een derde leermoment.

Uitvoeringskosten

Tenslotte maakt de Rotterdamse aanpak nieuwsgierig naar de manier waarop de uitvoering is georganiseerd. In het NPG is 42,5 miljoen gereserveerd voor uitvoeringskosten (4,2 miljoen euro per jaar), waar de uitvoeringsorganisatie van het NPRZ 9 ton per jaar kost. Kennelijk slaagt men er in de partners meer zelf te laten doen en ook de financiering door te spelen. Bovengenoemd Onderwijsprogramma bijvoorbeeld is door het NPRZ opgezet, maar uitvoering en financiering verloopt via de betrokken organisaties.

Tijdens de talkshow geeft de commissaris van de Koning aan dat de NPG-kaders vastgesteld zijn door gemeenteraden en Provinciale Staten en dat hij dat een belangrijk feit vindt voor een discussie over het NPG. Vandaag vindt er in dit verband een derde bijeenkomst plaats van raads- en Statenleden. Voor de tweede bijeenkomst hadden raden en Staten zienswijzen en moties ingediend die veelal positief waren over de adviezen van NPRZ. Mogelijk leidt dat ook bij hen tot bijval aan de CdK: het kan Rotterdamser !

Henk Bos is gemeenteraadslid in Midden-Groningen voor GroenLinks.

Nieuws

Meest gelezen

menu