Marktwerking heeft het Nederlandse beroepsonderwijs de nek omgedraaid: wie wil er nog een opleiding volgen in techniek? De overheid moet het heft weer in handen nemen | opinie

'Steeds minder jongeren kiezen voor een opleiding in de techniek.' Foto: Jilmer Postma

Marktwerking heeft het goed functionerende systeem van LTS-, MTS- en HTS-onderwijs de nek omgedraaid, stelt voormalig leraar Martin Stahl. ROC’s leiden volgens hem op tot werkeloosheid: de besturen vinden zichzelf belangrijker dan onderwijs en leerinhoud. Waar blijft de sturende hand van de overheid?

Herman Blom gaat in zijn uitstekende opiniestuk ‘Stop de marktwerking in het onderwijs’ helaas voorbij aan de constatering dat door dezelfde marktwerking - beter te omschrijven als een terugtredende overheid die haar taken veelal aan charlatans overdraagt - een bestaande onderwijscultuur in het beroepsonderwijs volledig om zeep geholpen is.

Toonaangevende systeem

Nog niet zo heel lang geleden had Nederland een internationaal toonaangevende systeem van LTS-, MTS- en HTS-onderwijs, dat met landelijke examens op een zeer goed niveau afgesloten werd. Ik weet waarover ik praat, ik heb zelf zo’n veertig jaar in het beroepsonderwijs les gegeven.

Jongeren met bijvoorbeeld een MTS-diploma gingen in de avonduren nogmaals naar school voor aanvullende diploma’s op een bepaald vakgebied. Het resultaat was dat ze een hoop kennis en kunde verzamelden, vervolgens na een paar jaar voor zichzelf konden beginnen en arbeidsplaatsen creëerden op allerlei terreinen (bouw, elektrotechniek/elektronica, werktuigbouwkunde, metaal).

Innovatieve aanjagers

Jonge, technische ondernemers in de rol van innovatieve aanjagers van de economie. Nieuwe banen in de techniek die weer nieuwe banen op een ander terrein (administratie, dienstverlening, service) opleverden.

Begin jaren negentig is dit onderwijssysteem door de overheid willens en wetens de nek omgedraaid. In het kader van de ‘marktwerking’ werd de zogenaamde ‘autonomisering’ van het beroepsonderwijs ingevoerd – een historische vergissing die vandaag nog ongedaan moet worden gemaakt. De overheid trok zich terug en daarna begon onverbiddelijk de aftakeling.

Omgekeerde kerstboom

Met de nieuw opgerichte ROC’s verdwenen ook meteen de landelijke eindexamens en konden de dames en heren van de colleges van bestuur ongestoord hun eigen organisatiemodel opzetten, een omgekeerde kerstboom met een loodzware top waar onderaan nog een paar leraren bungelen. De organisatievorm zelf werd het belangrijkst, onderwijs- en leerinhoud kregen een secundaire, zo niet een tertiaire rol toebedeeld.

Anno 2021 is het zo dat meer dan de helft van het personeel op een ROC niet voor de klas staat! Een groot deel is de hele dag bezig met vergaderen over niets, sloten koffie drinken en het bepreken van de notulen van de voorgaande notulen. Ondertussen verlaten de leerlingen met een vederlicht diploma de ROC’s.

In elkaar geprutste ‘examens’

Doordat de landelijke eindexamens afgeschaft zijn, kunnen de ROC’s hun eigen in elkaar geprutste ‘examens’ keer op keer, jaar na jaar, naar beneden bijstellen. Iedere leerling moet met een diploma van school want geen diploma uitreiken, betekent immers geen geld van de overheid. Deze lumpsum-financiering is een zeer pervers systeem, dat Blom in zijn artikel simpelweg als een grote zak euro’s omschreef.

Ex-leerlingen die ik nog wel eens spreek, zeggen ronduit: “Voor mijzelf beginnen? Ik kijk wel uit, hoe kan ik nou voor mijzelf beginnen als ik mijn eigen vak in grote lijnen niet beheers? Ik ga wel op zoek naar een baantje.” Meestal een baantje aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Opleiden tot werkeloosheid

En dan wil ik het nog niet eens hebben over de enorme aantallen die aan een opleiding zonder enig perspectief beginnen. Wat moet Nederland met al die jonge mensen die ‘Sport en Bewegen’, ‘Juridisch medewerker’ of een andere populaire opleiding gevolgd hebben zonder kans op een baan? Het is opleiden tot werkeloosheid.

Zwaar betaalde colleges van bestuur interesseert het echter geen ruk, zij ontvangen immers geld voor elke leerling die met een diploma de ROC verlaat.

Behoorlijk imagoprobleem

Deze constatering is nog niet alles. Mede door het slechte tot matige MBO-opleidingsniveau in de techniek kampt deze opleidingssector inmiddels met een behoorlijk imagoprobleem. Steeds minder jongeren kiezen voor een opleiding in de techniek, waardoor de maakindustrie nog verder afkalft. In Nederland is op dit moment nog geen 10 procent van de beroepsbevolking werkzaam in de techniek, en de tendens is dalende. Alles bij elkaar opgeteld: zeer verontrustend.

Hoogste tijd dus om de stormbal te hijsen. En net als Blom zeg ik dat de pas gekozen, nieuwe Tweede Kamer bij onze oosterburen te rade moet gaan. In Duitsland, waar ongeveer 25 procent van de beroepsbevolking in de techniek werkt, staan in de politiek de Berufsausbildung en het Handwerk altijd hoog op de agenda. Het resultaat mag er zijn. Duitsland is niet alleen Exportweltmeister maar ook crisisbestendig.

Hoe nu verder

Hoe nu verder met het Nederlandse beroepsonderwijs? De aanstaande regeringscoalitie, met een nieuwe minister van Onderwijs, zou er goed aan doen de volgende drie actiepunten in het onderwijsplan op te nemen:

1. Ontvlechting van de ROC’s en ze opdelen in zelfstandige scholen voor techniek, handel/administratie en gezondheidszorg.

2. Invoering van landelijke eindexamens binnen het beroepsonderwijs, die een objectieve graadmeter zijn om scholen kwalitatief met elkaar te vergelijken. Scholen die een paar jaar onder norm presteren, dienen subiet gesloten te worden.

3. Afschaffing van de autonomisering van het onderwijs. De huidige schoolbesturen ontmantelen en de verantwoordelijkheid van het onderwijs volledig terugleggen bij de overheid.

De rot wegsnijden

Natuurlijk, ik ben mij ervan bewust dat het voor de nieuwe coalitie een heidens karwei wordt de rot uit het huidige systeem te snijden, vooral de lumpsum-financiering en autonomisering die uitnodigen om zoveel mogelijk diploma’s uit te delen.

Maar net als Blom hoop ik dat na een grondige analyse van de nieuwe onderwijsminister besloten wordt dat het Ministerie van Onderwijs het heft weer in handen neemt en de teloorgang van het Nederlandse beroepsonderwijs stopt. Enkel de sturende hand van de overheid staat garant voor goed onderwijs.


Martin Stahl uit Emmen is IT-ondernemer en voormalig leraar Duits en Engels

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu