Meisjes en vrouwen moeten overal gewoon over straat kunnen. Daarom moet straatintimidatie strafbaar worden | opinie

Vrouwen worden op straat regelmatig geïntimideerd, bedreigd en vernederd. Foto: Shutterstock

Het is niet normaal dat vrouwen op straat regelmatig geïntimideerd, bedreigd en vernederd worden, vindt Ingrid Michon-Derkzen. Zij pleit voor het landelijk strafbaar maken van straatintimidatie.

Of je nu man of vrouw bent, homo of hetero, gelovig of ongelovig, je bent in ons land gelijkwaardig. Letterlijk: evenveel waard. Daar hebben we keihard voor geknokt. Het is een waarde die we van generatie op generatie doorgeven.

Helaas is die gelijkwaardige behandeling niet voor iedereen vanzelfsprekend. Zo worden vrouwen op straat regelmatig geïntimideerd, bedreigd en vernederd.

Straatintimidatie gaat niet over een onschuldig complimentje maken. Vrouwen worden uitgescholden voor ’hoer’, ’slet’ of ’geil kutwijf’. Dat is beangstigend. Het leidt ertoe dat vrouwen in bepaalde wijken niet alleen op straat durven en hun route en kleding uitkiezen op het vermijden van risico’s.

Nooit vrijuit

Daarom moet er een landelijk verbod op straatintimidatie komen. Want het seksueel vernederen van vrouwen past op geen enkele manier bij een gelijkwaardige behandeling van vrouwen. Wie zich daar schuldig aan maakt, mag nooit vrijuit gaan.

Lokaal is dit probleem al regelmatig aan de kaak gesteld. Op aandringen van de Amsterdamse VVD is de gemeente Amsterdam met een groot programma gestart. In 2018 werd straatintimidatie daar strafbaar, maar nog geen jaar later besloot burgemeester Halsema om het verbod niet te handhaven. Zij kiest ervoor om ’potentiële slachtoffers weerbaar te maken’. Zo ligt het probleem bij de vrouw die niet weerbaar genoeg is en kunnen de daders hun gang blijven gaan.

Ook Rotterdam strijdt al enige tijd tegen straatintimidatie. Met succes. In 2018 introduceerde de gemeente het zogeheten sisverbod. Burgemeester Aboutaleb zette dus wel door op handhaving, maar werd teruggefloten door de rechtbank. Volgens de rechter is het niet aan het lokale gezag om de vrijheid van meningsuiting te beperken, maar aan de landelijk wetgever.

Aso’s en capuchonklootzakjes

Dus moet er een andere oplossing komen. Wie vrouwen op grove wijze intimideert op straat, mag niet door de mazen van de wet heen glippen. De politie mag tegenover aso’s en capuchonklootzakjes niet met lege handen staan. Gemeenten moeten dit kunnen aanpakken.

Daarom moet er een expliciete, landelijke strafbaarstelling van straatintimidatie komen. Wij willen dat justitie in gesprek gaat met politie om te kijken wat er voor hen nodig is om een verbod op straatintimidatie te handhaven.

Maar gebrek aan respect voor vrouwen los je niet alléén op met een boete of celstraf. Je hoort bij je opvoeding mee te krijgen hoe je respectvol met vrouwen omgaat. Als het nodig is, moeten we daar hulp bij geven. Programma’s gericht op het bijleren van respect en gelijkwaardigheid kunnen ervoor zorgen dat jeugdige daders niet opnieuw dezelfde fouten maken.

Aanpakken bij de wortel

Maar het liefst pakken we straatintimidatie bij de wortel aan. Dus zetten we ook in op campagnes die jeugd, bijvoorbeeld via het onderwijs, leren hoe we hier met elkaar omgaan.

Onze dochters, kleindochters, zussen, nichtjes en buurmeisjes kijken veel te vaak bewust naar de grond als ze alleen op straat lopen. Ze denken na over hun kleding en vermijden bepaalde plekken. Dat is niet normaal.

Wij moeten zorgen dat ook zij in een vrij en veilig land wonen. Dus trekken we een streep. Straatintimidatie moet verboden worden.

Ingrid Michon-Derkzen is lid van de Tweede Kamer (VVD) en brengt dit betoog mede namens de VVD-woordvoerders in de vier grote steden: Marianne Poot (Amsterdam), Vincent Karremans (Rotterdam), Frans de Graaf (Den Haag) en Tess Meerding (Utrecht)

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu