Minder polarisatie? Verplaats je eens in een ander. Je gelijk halen omdat je recht hebt op je gelijk is niet hoe het werkt in een democratie | opinie

Aanhangers van actiegroep Kick Out Zwarte Piet botsten op 4 december hevig met inwoners van Volendam. Foto: ANP/Evert Elzinga

De gedeelde zorg over de polarisatie van ons land lijkt soms nog het enige waar Nederlanders het wél over eens zijn, stelt Sjoerd Beugelsdijk. Om de polarisatie tegen te gaan moeten we volgens hem vaker iemand tegenkomen die wat minder op ons lijkt.
Lees meer over
Opinie

Polarisatie staat inmiddels op de eerste plaats in de rij van zorgen van Nederlanders over de richting waarin de samenleving zich ontwikkelt. De gedeelde zorg over de polarisatie van ons land lijkt soms nog het enige waar Nederlanders het wél over eens zijn.

Terecht wordt gewezen op de ontwrichtende werking van sociale media. Maar het antwoord op de vraag waarom Nederlanders hun stellingen betrekken in die schuttersputjes gaat veel verder dan Twitter. De aandacht voor sociale media als oorzaak leidt af van de onderliggende oorzaken waarom Nederland polariseert. En leidt dus ook af van oplossingen om deze kwalijke trend te keren.

Nederland polariseert omdat een aantal maatschappelijke trends samenkomt. Economische, sociale, politieke en technologische ontwikkelingen hebben een perfecte storm gecreëerd waardoor leefwerelden steeds meer uit elkaar zijn gaan lopen. De coronacrisis heeft dit versterkt.

Nieuwe winnaars en verliezers

Door globalisering zijn nieuwe winnaars en verliezers ontstaan. Economen zijn het zelden eens, maar onderkennen unaniem dat globalisering de ongelijkheid binnen landen heeft vergroot. Globalisering en de snelle structurele verandering in de economie hebben vooral voordelen gebracht voor hoger opgeleiden.

Niet alleen is de ongelijkheid toegenomen, de kans om het beter te krijgen dan je ouders is ook kleiner geworden, met name voor millennials. Het risico op blijvende ongelijkheid die van generatie op generatie wordt overgedragen is daarmee gegroeid. Bovendien zijn de nieuwe banen vooral interessant voor hoogopgeleide kenniswerkers die graag dicht bij elkaar willen zitten in de stad.

De groei van hoge en afname van lage inkomens in steden betekent een forse stijging van het gemiddelde inkomen in die steden. In Amsterdam is het gemiddelde netto huishoudinkomen in twintig jaar tijd bijna verdubbeld en ligt inmiddels op meer dan 3000 euro per maand. Het percentage inwoners in Amsterdam dat meer dan twee keer modaal verdient is toegenomen van 17,5 procent naar 28,1 procent in de laatste tien jaar.

Burgers zijn ‘klanten’ geworden

In diezelfde periode dat globalisering de arbeidsmarkt zo structureel heeft veranderd, heeft Nederland de verzorgingsstaat gereorganiseerd. Het denkmodel achter het handelen van de overheid is gebaseerd op economische principes. Burgers zijn ‘klanten’ aan een loket van de gemeente of de Belastingdienst, die zelf steeds meer opereren als waren het commerciële bedrijven.

Om burgers aan te zetten tot het juiste gedrag zijn financiële prikkels ingevoerd, net als voor de ambtenaren die deze burgers controleren. Er wordt een wederdienst gevraagd van burgers als ze bij de overheid aankloppen voor hulp, bijvoorbeeld het accepteren van een baan onder je niveau ver weg als je werkloos bent, of de verplichting bij de gemeente te melden dat de buurvrouw weleens boodschappen voor je doet als je in de bijstand zit.

De relatie tussen overheid en de burger is daarmee transactioneel van aard geworden. Daar is niet één persoon voor verantwoordelijk. Het is de uitkomst van de tijdgeest die opstak in de jaren negentig.

Een wirwar aan regels en onduidelijkheid

De groep Nederlanders die afhankelijk is van de overheid wordt geconfronteerd met een wirwar aan regels, onduidelijkheid in de afhandeling van hun verzoeken, beperkte mogelijkheden om bezwaar te maken, en het uitgangspunt dat ze niet te vertrouwen zouden zijn. De afstand tussen Nederlanders die (tijdelijk) afhankelijk zijn van de overheid en Nederlanders die hun eigen boontjes kunnen doppen is toegenomen. Het verschil tussen economische winnaars en verliezers is groter geworden door de manier waarop we de verzorgingsstaat hebben georganiseerd. Precies niet waar deze voor bedoeld is.

Parallel aan deze economische veranderingen is Nederland in sociaal opzicht fors veranderd. Elke generatie in de twintigste eeuw is individualistischer worden. Dat de meest gebruikte onderwijsmethode voor leren schrijven begint met ‘ik’ is anekdotisch maar illustratief.

De emancipatie van het individu heeft ongekende vrijheid gebracht. Maar die vrijheid heeft ook een keerzijde. Als gezinnen kleiner worden, familieverbanden losser, de kerk geen normatief anker meer is en politiek een keuzemenu met dezelfde status als het menu bij de McDonald’s, dan roept het de vraag op wat ‘wij’ is.

Wat minder ik, want meer wij

De menselijke behoefte aan gemeenschappelijkheid, wat minder ik en wat meer wij, wordt breed gevoeld. Klachten over de doorgeslagen individualisering staan net als polarisatie in de lijst met grootste zorgen van Nederlanders over de samenleving.

De zoektocht naar wat ons dan wél bindt is in volle gang. Maar die zoektocht is risicovol juist vanwege diezelfde individualisering.

Grenzen van bestaande categorieën zijn vloeibaar geworden. Het onderscheid tussen man-vrouw is niet langer binair, maar een continue schaal. Het uitroepen van een nieuwe categorie leidt automatisch tot het ontstaan van nog weer nieuwe groepen waar mensen zich mee identificeren.

Zwarte Piet als icoon

Neem de oprichting van twee aspirant-omroepen die onlangs tot het publieke bestel zijn toegelaten. Ongehoord Nederland is volgens eigen zeggen opgericht om de Nederlandse cultuur en vrijheden te beschermen. De omroep ziet Zwarte Piet als een icoon van de Nederlandse cultuur. Omroep Zwart is juist opgericht onder andere om Zwarte Piet uit het straatbeeld te laten verdwijnen.

Beide omroepen schrijven aan de minister dat ze bestaan ‘omdat iedereen mag worden gezien en gehoord’. In de Verenigde Staten wordt bij een Black Lives Matter-demonstratie inmiddels gevraagd of black en brown ieder hun eigen plek willen innemen.

Deze zoektocht naar nieuwe vormen van ‘wij’ gaat mis zodra de behoefte aan gelijke behandeling en emancipatie van een groep omslaat in radicale vormen van identiteitspolitiek waarbij de ander rechten worden ontnomen. Dat wat als inclusief bedoeld is, resulteert juist in exclusiviteit en dat polariseert. ‘Wij’ bestaat in het slechtste geval bij de gratie van een ‘zij’. Vijandbeelden worden vervolgens via sociale media snel gecreëerd.

Wie hoort erbij en wie niet

De aard van het politieke debat is logischerwijs ook verschoven. Politiek gaat steeds meer over de grenzen van de gemeenschap. Wie hoort erbij en wie niet?

Links en rechts zijn begrippen uit het verleden, toen de maatschappelijke discussie ging over de balans tussen overheid en markt. Het gaat niet langer om wel of niet liberaliseren van de taximarkt of de Nationale Spoorwegen. De onderwerpen van debat zijn de Europese Unie en migratie. Precies die onderwerpen waar de grenzen van de gemeenschap een cruciale rol spelen.

De oplossing voor de polarisatie van Nederland moet dus niet alleen gezocht worden in het beperken van de macht van Facebook en het bewerkstelligen van meer sociale media transparantie. Dat moet óók gebeuren maar is onvoldoende. Het antwoord op de vraag hoe de polarisatie tegen te gaan ligt in het antwoord op de vraag hoe we de kans vergroten dat Nederlanders iemand tegenkomen die wat minder op ze lijkt.

Naar een universele verzorgingsstaat

Dat betekent dat we het moeten hebben over het ombuigen van de selectieve verzorgingsstaat naar een meer universele. Het betekent ook dat we maatschappelijke discussie niet langer als een ‘zero-sum game’ moeten zien, waarbij winnen gelijk staat aan het deligitimeren van het standpunt van de verliezer.

De individuele vrijheid waar zo veel Nederlanders zich op beroepen heeft grenzen. Je gelijk halen omdat je recht hebt op je gelijk is niet hoe het werkt in een democratie. De legitimiteit van je eigen standpunt wordt niet groter door de ander weg te zetten als iemand die het niet begrepen heeft. Het gebrek aan de bereidheid en de afgenomen mogelijkheden om je in een ander te verplaatsen zijn de ware redenen voor de verbale handgranaten die Nederlanders op sociale media naar elkaar gooien.

Sjoerd Beugelsdijk is hoogleraar aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van ‘De Verdeelde Nederlanden. Hoe een perfecte storm een klein land dreigt te splijten (en wat we daaraan kunnen doen)‘, (uitgeverij Balans). Hij is op 23 december te gast in Naked Lunch in Forum Groningen, meer info: forum.nl

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nieuws

menu