Te veel versterken kost overmatig veel geld en zorgt voor nodeloze gevoelens van onveiligheid. Moeten in Groningen echt 26.000 woningen worden versterkt? | opinie

Een gestut huis als gevolg van de aardbevingen, op de Kollerijweg in Woltersum. Foto: DvhN

Sinds het besluit om de gaswinning af te bouwen is de ‘versterkingsopgave’ alleen maar toegenomen, stelt Charles Vlek. Te veel versterken kost echter overmatig veel geld en zorgt voor nodeloos veel ongemak en gevoelens van onveiligheid. Moet de hele versterkingsoperatie niet eens grondig worden heroverwogen?
Lees meer over
Opinie

De versterkingsoperatie in het aardbevingsgebied zou 26.000 gebouwen omvatten die mogelijk onveilig zijn. Sinds het besluit om de gaswinning af te bouwen, in maart 2018, is deze ‘versterkingsopgave’ alleen maar toegenomen.

Omdat het staatsaandeel in de schadeherstel- en versterkingskosten (73 procent) veel groter is dan het NAM-aandeel (27 procent) is het ook voor de Staat belangrijk om de totaalkosten – vele miljarden – tot het redelijke te beperken.

Te veel versterken brengt niet alleen overmatige kosten met zich mee, maar ook nodeloos voortdurende gevoelens van onveiligheid en onnodig veel ongemak en overlast voor bewoners.

Versterking was al eerder toegezegd

In 2016 zouden er volgens NAM slechts een paar honderd risicovolle gebouwen zijn. Eind 2017 werden dit er 2.800. Begin juli 2018 stelde de Mijnraad vast dat 7.200 gebouwen niet (helemaal) veilig genoeg zouden zijn. Maar ruim 4.000 hiervan zouden vanaf 2020 weer veilig genoeg zijn. Versterking hiervan was echter al eerder toegezegd – bij toen nog onverminderd seismisch risico.

In november 2018 volgde een verder aangevuld Plan van Aanpak Mijnraadadvies van de Nationaal Coördinator Groningen. Nu ging het om bijna 12.000 gebouwen met bijna 16.000 adressen. Maar eigenlijk had slechts een derde daarvan een ‘verhoogd risico’ dan wel een voor langere tijd ‘licht verhoogd risico’.

Na een volgende dreigings- en risicoanalyse van de NAM groeide de versterkingsopgave in voorjaar 2019, deels ‘uit voorzorg’, uit tot 19.000 adressen.

Volgens een langzaam afbouwscenario

Bij deze gestage toename van de versterkingsopgave werd nog uitgegaan van een voortgaande gaswinning volgens een langzaam afbouwscenario tot eind 2030. Er zouden dus nog geruime tijd aardbevingen optreden, af en toe ook een zwaardere.

Na de 3.4-beving bij Westerwijtwerd op 22 mei 2019 werd echter besloten om de gaswinning al in 2022 te beëindigen. Daarmee zou ook het aardbevingsgevaar sneller afnemen dan de versterkingsplanners hadden voorzien.

Deze ontwikkeling heeft echter niet geleid tot inperking van de versterkingsopgave. Volgens risicoanalyses van NAM (2020) en TNO (2021) zouden er vanaf dit najaar géén gebouwen met een verhoogd risicoprofiel meer zijn en nog slechts enkele tientallen met licht verhoogd risico.

Computerconclusies

Staatstoezicht SodM relativeert echter deze computerconclusies: ‘Dat ( HRA -)model kun je niet gebruiken om huizen op afstand veilig te verklaren. Daarom moet ieder huis (...) afzonderlijk worden geïnspecteerd.’

Maar hoe valt een afzonderlijke beoordeling van duizenden gebouwen te rijmen met de ook door SodM zo vurig bepleite versnelling van de versterkingsopgave, bijvoorbeeld via een groepsgewijze typologieaanpak? En hoe zou dán moeten worden bepaald welke van alle 150.000 gebouwen in het aardbevingsgebied in aanmerking komen voor een veiligheidsinspectie?

Hoe komt het dat die versterkingsopgave almaar is uitgedijd? Allereerst is de risicobeoordeling sterk vertraagd aangepast aan de afnemende gaswinning. Daardoor blijft het bevingsgevaar te lang overschat worden.

Ten tweede is afgesproken dat talrijke gebouwen die eerder als ‘mogelijk onveilig’ in de versterkingsopgave zijn opgenomen daaruit niet worden verwijderd. Ten derde zijn na gemeentelijke verzoeken duizenden adressen met een ‘normaal risicoprofiel’ (= veilig genoeg) aan de versterkingsopgave toegevoegd.

Moeten die 9.800 ook geïnspecteerd?

Al met al omvat de versterkingsopgave nu rond 27.000 adressen waarvan er 9.800 in feite veilig genoeg zijn (SodM-overzicht juni 2020). Moeten die 9.800 ook allemaal vakkundig worden geïnspecteerd? Het lijkt allemaal een beetje overtrokken. En het is nogal ingewikkeld geworden. Moet die versterkingsoperatie niet eens grondig worden heroverwogen?

Het provinciebestuur zou de sterspelers in dit hoofdpijndossier (NAM, KNMI, TNO, SodM) kunnen uitnodigen om hun onderzoeksmethoden en -resultaten te komen bespreken met een onafhankelijk panel van kritische vragenstellers. Vervolgens kunnen beleidsaanpassingen worden uitgewerkt, te beginnen met betrouwbaarder beoordeling van het seismisch risico, overtuigender versterkingsbesluiten en betere veiligheidscommunicatie.

Versterken is iets heel anders dan schadeherstel. ‘Versterken’ blijft hoogstwaarschijnlijk beperkt tot opname en risicobeoordeling, gevolgd door een negatief versterkingsadvies. Intussen lijkt er weinig reden om te vrezen dat er Groningers zouden kunnen overlijden bij woninginstorting na een aardbeving. Zo’n ramp is té onwaarschijnlijk geworden om er je hele huis voor overhoop te laten halen.

Charles Vlek is verbonden aan de RUG en auteur van ‘Aardgas, risico’s en besluiten – een buitenparlementair onderzoek naar gaswinning-met-aardbevingen in Groningen’. Een langere versie van dit artikel is te vinden op houdgroningenovereind.nl

Nieuws

Meest gelezen

menu