Opinie: Molukse Kwestie: excuses voor ontkenning dat Nederland de zaak fout inschatte

De vlag wordt gehesen tijdens de 69ste viering van het uitroepen van de Republiek Maluku Selatan (RMS), vorig jaar in Apeldoorn. Foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen

Zou het na zeventig jaar (!) niet helpen als de regering openlijk zou vaststellen dat Nederland de Molukse zaak destijds fout inschatte? Niet met boze opzet, maar uit onmacht.

In maart is het 42 jaar geleden dat de laatste onschuldige Nederlandse burger sneuvelde in het conflict tussen Nederland en de Molukkers. De gijzeling in het Provinciehuis in Assen (twee doden) was het sluitstuk van een reeks brandstichtingen, gijzelingen en treinkapingen tussen 1966 en 1978. Natuurlijk hebben we later nog vaak gehoord over frustraties onder Molukse mensen, maar de tragiek is dat de meeste Nederlanders de oorzaak van die frustraties helemaal niet kennen. Vraag een willekeurige passant wat hij weet over Molukkers en hij zal zeggen: treinkapingen, terreur in de jaren 70. Laten we daarom minstens één misverstand uit de wereld helpen: de gijzelingen waren niet de oorzaak van het conflict met Molukkers, maar juist het gevolg. Zolang we de de kiem van de Molukse woede niet (willen) begrijpen, blijven we Molukkers louter associëren met die gijzelingen en vergeten we hun politieke lot waar uiteindelijk alles mee begon. Met dit artikel wil ik de Nederlandse regering een argument in handen spelen om zonder gezichtsverlies tegen de Molukse gemeenschap te kunnen zeggen: ‘We deden het naar eer en geweten, maar we deden het niet goed’.

De kiem van het conflict

Van 1942 tot 1945 ging Nederlands-Indië gebukt onder de Japanse bezetting. Nederlandse militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) leverden manmoedig strijd. Toen Japan was verslagen, stortte de Indonesische leider Soekarno zich opeens in een onafhankelijkheidsoorlog tegen Nederland. Aan Nederlandse zijde vochten spijkerharde en loyale Molukkers van het KNIL mee om de kolonie te beschermen. In 1949 gaf Nederland het op en in Den Haag werden met ‘overwinnaar Soekarno’ afspraken gemaakt over de oprichting van een federatie Verenigde Staten van Indonesië waarin (kort gezegd) ruimte werd gelaten voor autonomie van de Molukse eilanden. De inkt van dit ‘contract’ was echter nog niet droog of Nederland maakte al zich uit de voeten. Toen Soekarno direct daarop de afspraken in het contract schond en de Molukken onder zijn totalitaire dictatuur stelde, gaf Nederland niet thuis om daartegen te protesteren.

Als reactie hierop proclameerden de Molukkers in 1950 dan maar hun eigen republiek RMS. Niemand erkende deze en Soekarno sloeg als straf keihard terug met een militaire invasie van Ambon. Het enige dat Nederland wilde doen, was haar oud-KNIL-strijders op dienstbevel tijdelijk naar Nederland evacueren. Dat gebeurde in 1951, toen 15.000 Molukse mensen (ze mochten maximaal drie kinderen per gezin meenemen!) werden gehuisvest in voormalige oorlogskampen, zoals Westerbork en Vught. Vanaf dat moment heeft Nederland geen enkele moeite meer willen doen om het Molukse vrijheidsstreven internationaal te bepleiten. In ons land behandelde men de Molukkers slechts als een ‘maatschappelijk probleem’ en negeerde het politieke vraagstuk. Dat maakte vooral jonge Molukkers woedend. Toen zij groot genoeg waren om hun ouders te wreken, namen zij de wapens op en daarop volgden dus de beruchte gijzelingen, waarbij ook onschuldige doden vielen.

Excuses

Het is (objectief bezien) duidelijk dat de Nederlandse aanpak heeft gefaald. De terechte Nederlandse kwaadheid over de gijzelingen is echter geen alibi om dat falen te ontkennen. Oud-premier Dries van Agt zegt: ‘De Molukkers zijn beschamend slecht behandeld. Terugkeer naar de RMS was van meet af aan een luchtspiegeling’. Nog steeds vinden Molukkers dat hen een gemene streek is geleverd en voelen zij zich vernederd en afgedankt. Zou het na zeventig jaar (!) nu niet helpen als de regering openlijk zou vaststellen dat Nederland de zaak destijds fout inschatte? Niet met boze opzet, maar uit onmacht. Is het niet tijd dat onze premier verklaart: We deden het naar eer en geweten, maar we deden het niet goed. En voor het jarenlang ontkennen daarvan passen nu excuses.’ En als de Molukkers op hun beurt hun excuses zouden aanbieden voor hun gewelddadige acties, niet met boze opzet maar uit onmacht, dan kan dit boek wellicht waardig worden gesloten.


Hein Bloemink komt uit Haren en is auteur van de roman ‘De schreeuw van Ambon’.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu