Boerderijen, woonhuizen, kerken en sluizen: onze monumenten vormen de ziel van onze provincie. Laten we in onze ijver om de vooruitgang te dienen het verleden daarom niet verwaarlozen | opinie

Interieur kerk van Middelstum. Foto: Jan Zeeman

Het Nationaal Programma Groningen (NPG) wil ‘grote plannen maken die Groningen écht vooruit helpen’. Volgens Derwin Schorren lukt dat alleen als er beter gekeken wordt naar onze voorouders en hoe zij zaken aan- en oppakten.
Lees meer over
Opinie

Onder de slogan ‘een goede toekomst voor elke Groninger’ bundelt het Nationaal Programma Groningen (NPG) ‘krachten om grote plannen te maken die Groningen écht vooruithelpen.’ Dat zijn mooie – en ik weet gemeende – woorden vanuit een organisatie die de komende jaren nog veel geld te verdelen heeft.

Maar hoe gaan we Groningen vooruithelpen, wanneer we de traditionele vooruitgangsgedachte – ons geloof in de route naar een steeds volmaaktere menselijk beschaving – door ons eigentijdse handelen aan het wankelen brengen?

Een antwoord hierop is: door beter te luisteren naar onze voorouders en door te kijken hoe zij zaken aan- en oppakten. Het is niet zo dat vroeger alles slechter was en dat nu alles beter is. Met andere woorden: niet elke vooruitgang blijkt een verbetering.

Van Waren- naar Waardenhuis

Als toenmalig bestuurslid van de Groninger Bodem Beweging (GBB), maar ook als bewoner van de Groninger Ommelanden was ik al zeer geïnteresseerd naar de wijze waarop de gelden van het Nationaal Programma Groningen worden besteed. Ik schreef regelmatig over het ontbreken van een visie bij de verdeling van het geld.

Om ons als bewoners thuis te blijven voelen in Groningen (Stad en Ommelanden) suggereerde ik dat we niet uit moeten gaan van een Warenhuis, maar van een Waardenhuis. Het Warenhuis staat symbool voor een situatie waarin alleen de waarde geld telt (= oude economie) en top-down wordt gestuurd (= oude politiek), terwijl het Waardenhuis een huis is dat wordt gebouwd op een fundament van meerdere waarden, zoals leefbaarheid, welzijn, circulariteit, onderlinge verbindingen en natuurlijk duurzaamheid.

In een Waardenhuis is geld niet de belangrijkste waarde (= nieuwe economie) en in een Waardenhuis wordt veel meer bottom-up beslist over belangrijke toekomstige zaken (= nieuwe politiek).

Meer dan een dak boven je hoofd

Van door de gaswinning bewegende en scheurende huizen, ben ik via fictieve Waren- en Waardenhuizen aangekomen bij bestaande huizen met een lange en bewogen geschiedenis: monumenten. Het hoofdthema is niet de huizen zelf (de stenen). Ik ben vooral geïnteresseerd in het welzijn van de mensen die de huizen bewonen of bewoonden.

We kunnen veel leren van het verleden en de manier waarop gebouwd werd. Naast de eigen beleving was er oog voor de leefomgeving: naast mooie panden met fraaie interieurs werden ook mooie tuinen, waterpartijen en lanen aangelegd. Men ontwierp en bouwde zodanig, dat latere generaties de behoefte voelden om sommige markante panden die destijds werden gebouwd en aangelegd, te blijven onderhouden en behouden.

Dit deed men omdat het mooi gevonden werd, omdat het goed voelde en omdat het blijkbaar (nog steeds) appelleert aan iets ‘oers’ in ons. Een gevoel dat de huidige generatie gebouwen nauwelijks meer bij ons oproept. Het is net als bij ons thuis: een bekende, vertrouwde en gewaardeerde gast neemt de achteringang.

In de rust is nog veel ruimte

Het fundament, een waarde die velen van ons in Stad en Ommelanden delen, is rust en ruimte. En in die rust – met haar eeuwig mooie luchten – is er nog veel ruimte voor monumentale elementen.

Boerderijen, woonhuizen, kerken, sluizen (het steenrood) en al het monumentale groen (parken, siertuinen, kerkepaden) en blauw (poelen en waterpartijen) geven kleur, geur en een intense beleving aan onze provincie. Door hun eeuwenlange bestaan zijn zij als de ziel van Groningen geworden. Rood, groen en blauw: wellicht heeft de Groninger vlag niet voor niets deze kleuren…

Laten we – in onze ijver om de vooruitgang te dienen – de achteringang niet verwaarlozen. De informatie die dáár vandaan komt, maar ook de tastbare gebouwen (het rood) en ook het groen en het blauw uit verleden tijden, spreken nog steeds tot onze verbeelding. Zij zouden dit nog eeuwen moeten kunnen doen. Wij zijn als bewoners van Stad en Ommelanden met die eeuwenoude Groninger ziel verbonden.

Die ziel van Groningen is niet vanzelfsprekend

De bestuurders van het National Programma Groningen moeten niet de monumentale vergissing maken om die ziel van Groningen als vanzelfsprekend te zien. Juist deze NPG-bestuurders hebben de mogelijkheid om er voor te zorgen dat monumentale elementen tot onze verbeelding kunnen blijven spreken. Dit door hierin groots te investeren.

Daarbij zou tegenprestatie niet moeten zijn dat monumenteigenaren en eigenaren van ander cultureel erfgoed er zelf geld bij moeten leggen, of met een (terug)verdienmodel moeten komen. De ultieme tegenprestatie is dan dat door er te zíjn als monument, de ziel van Groningen wordt gered.

Neem niet de vóóruitgang maar de achteríngang als doorgang naar de toekomst! Te beginnen bij onze museale monumenten; de door iedereen veelgebruikte visitekaartjes voor Groningen.

Derwin Schorren is onafhankelijke consulent en voormalig vicevoorzitter van de Groninger Bodem Beweging (GBB)

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu