Natuurinclusieve landbouw: een fopspeen waar boer en vogels niks aan hebben | Opinie

Een velduil verstopt zich op de vette kleigrond bij Muntendam. Foto Ben Koks

De Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw levert veel geld op, maar op het effect ervan valt veel af te dingen, stelt Ben Koks van de Werkgroep Grauwe Kiekendief.
Lees meer over
Opinie

De Provincie Groningen was de trekker van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw, die het Rijk en de drie noordelijke provincies in 2019 sloten. De Noordelijke Rekenkamer zette vorig jaar in een kritische rapportage grote vraagtekens bij de effectiviteit ervan.

Kennis niet benut

Als de kennis die vanaf 1990 is verzameld over akkernatuur was gebruikt dan hadden er serieuze stappen gezet kunnen worden naar een landbouw die op minder gespannen voet staat met natuur en landschap.

De provincie Groningen was namelijk ooit een kweekvijver van ideeën voor effectieve vormen van natuurbeheer in grootschalig akkerland, en hoe dit kan samengaan met de moderne landbouwpraktijk. Zo werd hier eind jaren negentig het meest robuuste beleid voor akkervogels ontwikkeld dat Nederland ooit zag.

Broedende kiekendieven

Het beschermingswerk rond de in akkerland broedende kiekendieven speelde daarin een doorslaggevende rol. Dankzij de nuchtere samenwerking met akkerbouwers in het Oldambt, Hogeland en de Veenkoloniën werden ook slimme maatregelen voor soorten als de veldleeuwerik en geelgors ontwikkeld.

Het ‘Groningse akkervogelmodel’ maakte zelfs furore buiten Groningen. De mogelijkheden om de belangen van landbouw en natuurwaarden op een hoger plan te brengen waren een lichtend voorbeeld voor anderen.

Vooruitstrevende positie kwijt

Inmiddels is de provincie haar vooruitstrevende positie kwijtgeraakt als initiator van kansen voor een landbouw die in balans is met natuur. Het recentste speeltje van beleidsmakers heet natuurinclusieve landbouw. In een optimistische bui kun je die omschrijven als een manier van werken waarbij landbouw en natuur elkaar wederzijds versterken.

Was het maar zo simpel. Ik was zelf in 2015 een van de aanjagers van verdere ontwikkeling naar een mooier en gezonder productielandschap. Maar al snel bleek dat andere belangen de voorkeur kregen boven die van patrijzen, grauwe kiekendieven, veldleeuweriken en gele kwikstaarten. De open en op feiten gebaseerde dialoog die er altijd was tussen bestuurders, beleidsambtenaren, boerenorganisaties, beschermers en kennispartijen werd politieker – en grimmiger.

Belang van geldstromen

De provincie Groningen ruilde haar rol als objectieve regisseur van een breed palet aan belangen in voor een positie die het belang van geldstromen naar de landbouw belangrijker vond dan het halen van ecologische doelen. Niets nieuws onder de zon, hoor ik u denken. Maar het is de provincie wel kwalijk te nemen.

Wat het huidige College van Gedeputeerde Staten zich bovendien niet realiseert, is dat met het sluipenderwijs ontmantelen van het Groninger akkervogelbeleid ook de fundamenten van natuurinclusieve landbouw is verkruimeld. Zo hebben brede akkerranden plaats gemaakt voor smalle randen met ook nog eens kruidenmengsels die weinig effectief zijn voor insecten en vogels.

Relevante ervaring niet benut

Ook is er geen serieus werk van gemaakt om de natuurinclusieve relevantie van karakteristieke akkergewassen als bijvoorbeeld karwij, blauwmaanzaad of koolzaad te testen in de context van een gezondere bodem. Relevante en vaak ook historische ervaringen van boeren is daarbij niet benut.

Er zijn nu talloze kortlopende projectjes opgestart die op geen enkele wijze de noodzakelijke landbouwtransitie verder zullen brengen.

Als ik lid zou zijn van de Provinciale Staten in Groningen zou ik het rapport van de Noordelijke Rekenkamer uit najaar 2020 nog eens aandachtig lezen. En me vervolgens afvragen: hoeveel van de zogenaamde Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw heeft uiteindelijk geleid tot een evolutie naar een duurzamer landbouwconcept, waarin de biodiversiteit zich kan herstellen?

Vijftig miljoen

De drie Noordelijke provincies kozen ervoor om vijftig miljoen aan maatschappelijk geld niet te investeren in de verdere ontwikkeling van praktische landbouwconcepten waar boer en vogels wat aan hebben. In plaats daarvan hebben ze een natuurinclusieve fopspeen gefabriceerd. De biodiversiteit, die al decennia zwaar in de min staat, heeft het daarbij verloren van het gebrek aan visie en doortastendheid van bestuurders.

Ik kijk reikhalzend uit naar de volgende rapportage van de Noordelijke Rekenkamer en ik hoop dat dit onafhankelijke instituut nu ook het ecologische rendement zal toetsen. Zijn de dure centjes van de belastingbetaler bijvoorbeeld daadwerkelijk bij grutto’s, patrijzen en velduilen terecht gekomen?

Ontluisterend

Als ik de Rekenkamer een tip mag geven: lees de reactie van Gedeputeerde Staten van Groningen nog eens aandachtig door en hanteer het principe van ‘follow the money’. De eindconclusie zal ontluisterend zijn.

Helaas hebben de vogels en de boeren die serieus bezig zijn met een duurzamere landbouw hier niets aan, en dat is om tal van redenen een verdrietig idee.


Ben Koks is oprichter van Werkgroep Grauwe Kiekendief

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Biodiversiteit
menu