De publieke omroep doet alsof kunst gaat over het kopiëren van De Nachtwacht en het naschilderen van een citroen. Neem de kunstmakers-van-nu eens serieus | opinie

Het team van experts van 'Het geheim van de Meester'. Foto: AVROTROS/Elvin Boer

Het beeld dat de makers achter ‘Het geheim van de Meester’ en ‘Project Rembrandt’ van kunst geven, is lui en niet meer van deze tijd, stelt Erik Mattijssen. Volgens hem zouden we enorm veel plezier beleven als kunstmakers-van-nu eens serieus zouden worden genomen.
Lees meer over
Opinie

We werden de afgelopen weken op televisie in ronkende zinnen aangemoedigd te gaan kijken naar nieuwe afleveringen van de serie Het geheim van de Meester .

Dit keer betrof het ‘een kolossale uitdaging; de onmogelijke opgave om het genie Rembrandt te doorgronden, in de ongelooflijk ambitieuze opdracht het wereldberoemde meesterwerk van de miraculeuze schilder te kopiëren’.

Dat had in de eerste aflevering al met tegenslagen te maken: het door een wetenschappelijk team zorgvuldig uitgezochte okerpigment werd donkergroen op de problematische ondergrondschildering (de doodverf). Een kolossale uitdaging.

Een wedstrijd met 2,5 miljoen kijkers

Tegelijkertijd startte een nieuwe serie afleveringen van Project Rembrandt waar ‘uit gepassioneerde talenten de meest getalenteerde kunstschilder gekozen gaat worden’. Een wedstrijd waar 2,5 miljoen mensen naar kijken.

En dan is er ook Operatie Nachtwacht , waarvoor een laboratorium is gebouwd waar 25 ‘topspecialisten’ zich buigen over de vraag hoe ‘een van de grootste schilderijen ter wereld behouden kan blijven voor de toekomst’. De tekstschrijvers hebben hun best gedaan.

Wat me zo verbaast, is dat deze populaire programma’s teruggrijpen op de schilderkunst van de 17e eeuw, en dan het liefst gekoppeld aan Rembrandt. Het vormt in ieder geval een succesvolle marketingcampagne voor het Rijksmuseum dat De Nachtwacht zo graag promoot als een van de belangrijkste kunstwerken op aarde. En als je dat maar vaak genoeg herhaalt, is het zo. En natuurlijk laat je dan een ‘topwerk’ als De vaandeldrager niet schieten.

We leven in 2022

Maar we leven in 2022. We leven in een land waarin zo’n twintig kunstacademies jaarlijks honderden ondernemende, avontuurlijke, zoekende kunstenaars en vormgevers afleveren, afkomstig uit alle delen van de wereld. Die proberen allemaal een plek te veroveren om hun verhalen te vertellen, op welke wijze dan ook. Fris, spannend en vol plannen.

En wat doet de publieke omroep? Die doet alsof er in de beeldende kunst niks gebeurd is sinds 1669. Die laat het nauwgezet inschilderen van een overgetrokken lijntekening van een foto van De Nachtwacht zien, in vier afleveringen. Ongetwijfeld garant staand voor hoge kijkcijfers.

Bij de omroep geeft men bovendien de voorkeur aan amateurs boven opgeleide kunstenaars, dirigenten of dansers. De helft van de amateurs werd in Project Rembrandt door docenten naar huis gestuurd na het schilderen van een geschilde citroen en een zelfportret. Daar zaten vast de leukste schilders tussen.

Lastige onderneming

Er zijn meer en minder geslaagde pogingen gedaan hedendaagse beeldende kunst op de Nederlandse televisie voor het voetlicht te brengen. Het blijkt een lastige onderneming.

Praten over wat je gemaakt hebt is voor veel kunstenaars geen dagelijkse praktijk en doorgaans geen groot genoegen. De formats van de programma’s zijn niet gebaat bij onderwerpen die tijd vragen en als het niet in de vorm van een wedstrijd kan, wordt het helemaal moeilijk.

Tien jaar geleden was De Nieuwe Rembrandt (daar heb je ‘m weer) een moedige poging, hoewel wat geforceerd. De deelnemende kunstenaars moesten in korte tijd een opdracht maken en hen werd de deur gewezen als dat niet lukte. Ook weer een wedstrijd, maar in ieder geval gaf dat programma wat meer zicht op drijfveren en enthousiasme van kunstenaars van nu. De Artmen (David Bade en Jasper Krabbé) waagden het er op, maar werden al snel van de buis gehaald.

Bevestiging van vooroordelen

Het kopiëren van De Nachtwacht en het naschilderen van een citroen vergroten het misverstand dat kunst daarover gaat. Het is vertekenend en regressief, niet meer van deze tijd en lui. Lui van programmamakers om het daartoe te reduceren, alle geldende vooroordelen bevestigend.

En daarmee wordt de betekenis van alles wat er nú gemaakt wordt niet voldoende onderkend, of beperkt tot een kleine groep ingewijden. Zo blijft het een marginale aangelegenheid, en gemakkelijk over het hoofd gezien door politici, beleids- en televisiemakers.

Ik denk dat we er enorm veel plezier aan gaan beleven wanneer die opgewonden, gedreven kunstmakers-van-nu wél serieus worden genomen. Als er programma’s zouden worden ontwikkeld waarmee de kern van de creatie, de lust en de lol van het maken, van verbeelden, van nieuwe dingen uitproberen, van falen en veroveren zouden worden getoond. En dan niet als wedstrijd, niet als kopie, maar verleidelijk en voedend, als inspiratiebron.

Als aanzet om anders naar de wereld te kijken en als begin van een mooiere, daar geloof ik in.

Erik Mattijssen is beeldend kunstenaar in Amsterdam

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu