Het Pekelder Diep moet niet alleen bevaarbaar blijven. Het hoort samen met grote delen van de Groninger Veenkoloniën op de Werelderfgoedlijst | opinie

De befaamde Wedderklap, de brug over het Pekelder Diep bij winkelcentrum De Helling in Oude Pekela. Foto: DVHN

Willem Foorthuis noemt de actie om Veenhuizen op de Werelderfgoedlijst te krijgen terecht, maar durft ook te stellen dat Veenhuizen toch echt in het niet valt bij de regio oude Groninger Veenkoloniën.
Lees meer over
Opinie

Het is natuurlijk goed te begrijpen dat een kleine gemeente als Pekela de culturele erfenis die ze heeft niet kan onderhouden. Dat er bruggen zouden moeten verdwijnen en het beheer van het Pekelder Diep aangepast moet worden aan een zeer beperkt lokaal budget is deze gemeente niet aan te rekenen.

Slecht bestuur is eerder te koppelen aan de provinciale en de landelijke bestuurders of de bestuurders van de stad Groningen. Immers, de veenkoloniale geschiedenis is begonnen juist vanuit deze Pekel A en wel in 1599; hoewel daaraan vooraf al honderden jaren veen gedolven werd aan de boorden van de Pekela A.

Deze ontginning resulteerde uiteindelijk in het grootste bevaarbare kanalenstelsel ter wereld met ruim 7000 kanalen en wijken. Het was een kolonie van de stad Groningen en dus een verdienmodel waardoor ook zo ongeveer een mega-archief is ontstaan omdat alles vastgelegd werd. We weten alles!

Basis van hun identiteit

Tot op de dag van vandaag wordt nog aan dit kanalenstelsel gewerkt, gedempt, versmald, weer opengetrokken. De kanalen zijn beeldbepalend en geven een geweldige woonomgeving. Onderzoek van professor Strijker van de Rijksuniversiteit Groningen wees uit dat voor de veenkoloniale inwoners het levende kanaal toch echt de basis van hun identiteit is. En langs de kanalen ontstond door de eeuwen heen een zeer welvarende gemeenschap.

Pekela is hiervan een meer dan prachtig voorbeeld. Met het Kieldiep/Grevelingkanaal en Wildervank is Pekela toch wel de parel van deze zeer bijzondere regio en uniek in Nederland.

Feitelijk durf ik te beweren dat de actie om Veenhuizen, een van de zeven Koloniën van Weldadigheid, op de Werelderfgoedlijst te krijgen zeer terecht is, maar ik durf ook te stellen dat Veenhuizen toch echt in het níet valt bij de regio Oude Groninger Veenkoloniën.

Ambitie mag bijgesteld worden

Ik begrijp Feike Oppewal en Sebes Zevenhuizen dan ook erg goed met hun pleidooi om het Pekelder Diep bevaarbaar te houden (‘Houd het Pekelder Hoofddiep bevaarbaar’, DvhN , 13-12). Maar beide heren hebben het volste recht om hun ambitie bij te stellen: zet het Pekelder Diep en grote delen van de Oude Groninger Veenkoloniën op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Ik roep de regionale en landelijke bestuurders op de gemeente Pekela actief te ondersteunen in het beheer en de doorontwikkeling van dit openluchtmuseum langs de boorden van de Pekel A.

En dan kan de discussie toch niet bepaald worden door de toegang van de brandweer op een brug. En wie moet dit dan betalen? Nou, dat is niet zo ingewikkeld. We hebben in Groningen een veelheid aan fondsen en bedrijven die hun ontstaan en ontwikkeling te danken hebben aan de dynamische bevolking die vanaf 1599 langs deze kanalen een nieuwe wereld creëerde.

Denk aan het Hazewinkel Fonds of het Scholten Kamminga Fonds. Of denk aan mooie bedrijven als Avebe, Tiktak, de Kartonnage, de lijst is eindeloos. En vooral stad-Groninger bestuurders; dit is hun nalatenschap, hun stad is rijk geworden door de exploitatie van deze regio.

Onze eigen koloniën

Het is mooi aandacht te vragen voor cultureel erfgoed in Indonesië, Suriname of Zuid-Afrika, maar laten we nu juist onze eigen koloniën in onze eigen regio, de Pekelders, actief ondersteunen in het beheer van cultureel erfgoed met een hoofdletter.

Willem Foorthuis is lector Duurzaam Coöperatief Ondernemen aan de Hanzehogeschool in Groningen

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nieuws

Meest gelezen

menu