Wij kunnen niet anders concluderen dan dat het besluit om de drafbaan te sluiten al maanden, zo niet jaren, vaststond | opinie

Een koers op de drafbaan. Foto: Bas Huybers - Huybers.com

Weldenkende en participerende burgers worden met voorbedachte rade bedonderd en klein gehouden, stelt Kees de Bock van de Koninklijke Harddraverij en Renvereniging in een open brief aan de Groningse wethouder Sport, Inge Jongman.

Geachte mevrouw Jongman,

Na het lezen van de opiniestukken van Frits Poelman (‘ Vertrouwen zoek in gemeente Groningen ’, DvhN , 27-05) en Herman Blom (‘ Wat is dat toch met inspraak in Nederland? ’, DvhN , 05-06) heb ik een dubbel gevoel.

De kritiek van beide heren herken ik maar al te zeer, als burger, maar vooral ook als bestuurder van de KHRV (Koninklijke Harddraverij en Renvereniging). Tegelijkertijd vrees ik dat het niet eenvoudig zal zijn om de politiek, u dus, zover te krijgen dat ze wél naar bewoners en andere belanghebbenden luistert.

De paralellen met recente landelijke politieke debacles (Toeslagaffaire, Omtzigt) zijn snel gemaakt. De mentaliteit van landelijke én gemeentelijke ambtenaren en bestuurders lijkt griezelig veel op elkaar. Bij niemand staat de communicatie en het contact met de burger nog vooraan op de rol.

Wat moet en doet men ermee? Niets

De bestuurders zelf, u ook, beweren natuurlijk van wel en streven naar eigen zeggen steevast naar een ‘optimale participatie van de burger’. Maar geen ambtenaar of wethouder weet hoe die om dient te gaan met een participerende burger. Wat moet en doet men ermee? Niets.

Echte participatie kan tot gevolg hebben dat een bepaalde visie aangepast moet worden, dat er een stukje macht gedeeld moet gaan worden. Dat is nu eenmaal niet de sterkste kant van beleidsmakers.

Door het hele, niet-functionerende inspraakcircus in stand te houden wordt de kloof tussen bestuurders en burgers steeds groter, net als het wederzijds onbegrip. Men weet elkaar van geen kant te bereiken. Laat staan op de inhoud.

Vooral geloof in eigen plannen en ideeën

Raadsleden van de coalitie en hun wethouders geloven vooral in hun eigen plannen en ideeën. Logisch ergens dat bestuurders liever eerst in de achterkamer zonder enig overleg een visie schetsen, hiervoor de juiste informatie inwinnen en dan besluiten om het zo te gaan doen.

Om het vervolgens in een jasje te gieten waarvan ze slechts kunnen hopen dat die de burger past. En zo niet dan wordt dat jasje stevig over de kop van de burgers getrokken. Goed- of kwaadschiks.

In het geval van de eliminatie van de drafsport – een van de dramatische uitkomsten van de doorgedrukte Herijking Visie Stadspark – verliep het exact zo.

Nooit op de drafbaan laten zien

Als wethouder van Sport heeft u zich, ondanks diverse invitaties, nooit en te nimmer op de drafbaan laten zien. U bent nooit op de inhoud van onze bezwaren, of überhaupt ons pleidooi voor het behoud van onze sport, met ons in gesprek gegaan. Vijfduizend petities en een oproep van prominenten ten spijt.

Enkel het elimineren van de drafsport stond op de agenda, een agenda die altijd enkel door u is bepaald. Als wij u een keer uitnodigden voor een gesprek of ontmoeting, kregen we geen sjoege.

Wij kunnen niet anders concluderen dan dat het besluit om de drafbaan te sluiten al maanden, zo niet jaren, vaststond. Ook al werd er bij de (her)start in 2018 steeds verkondigd ‘dat er nog niks zeker was’.

Bedonderd en klein gehouden

Door politieke uitruil moest u de Visie, en dus ook ons einde, wel steunen. En dat maakt een gesprek met ons natuurlijk niet erg aanlokkelijk. Weldenkende en participerende burgers worden op die manier met voorbedachte rade bedonderd en klein gehouden.

Het is zeer bedenkelijk dat u als sportwethouder zich zo door het politieke systeem heeft laten dwingen tot een onterechte, onnodige en voor velen zeer pijnlijke beslissing. En dat ten opzichte van een sport die het predicaat ‘koninklijk’ heeft en al meer dan honderd jaar bestaat.

Kees de Bock is bestuurder van Koninklijke Harddraverij en Renvereniging

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu