SodM zou Groningers gerust moeten stellen in plaats van te blijven hameren op hun nog lang voortdurende overlijdensrisico | opinie

Herstelbouw in Overschild. Foto: Jan Zeeman

Verder ‘versterken’ komt vooral neer op een vakkundige risicobeoordeling, in de meeste gevallen gevolgd door een veilig-verklaring, stelt Charles Vlek. Volgens hem zou het SodM Groningers gerust moeten stellen in plaats van te blijven hameren op hun nog lang voortdurende overlijdensrisico.

Met zijn voortgangsrapport-2021 over de versterkingsoperatie in het aardbevingsgebied levert het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) een ingewikkelde, tweeslachtige en onrealistische boodschap. Ingewikkeld door de opsomming van uiteenlopende getallen over meer en minder onveilige gebouwen in verschillende stadia van het versterkingsproces. Tweeslachtig omdat stoppen met gaswinning en doorgaan met versterken moeilijk te rijmen zijn. Onrealistisch omdat SodM’s herhaalde aanbevelingen (‘versnellen, versnellen!’) moeilijk zijn op te volgen.

Zou het niet goed zijn om de hedendaagse bedoelingen, noodzaak en uitvoering van die tijdrovende versterkingsopgave opnieuw te bekijken met verschillende experts onder regie van het provinciebestuur? Dat zou veel rust kunnen terugbrengen bij gebiedsbewoners, belangenorganisaties en kritische Kamerleden.

Hoewel SodM zich positief uitlaat over het afnemen van de seismische dreiging waarschuwde inspecteur-generaal Kockelkoren de Tweede Kamer op 23 juni: „Ook als de gaswinning is gestopt blijft er [nog voor langere tijd] een dreiging bestaan.” In zijn landelijke pagina-advertentie (chapeau!) op 16 augustus herhaalt de Groninger Bodem Beweging “... dat een zware aardbeving nog altijd dreigt.” Maar wie een beetje telt en rekent komt al gauw uit bij de vraag: ‘Maar hoe ernstig kan die dreiging nog zijn?’

Werkbijeenkomst in Amsterdam

Volgens kabinetsplan zal de gaswinning volgend jaar worden beëindigd. De bevingsactiviteit is al sterk verminderd. Een zware aardbeving met magnitude 3,5 of meer is zeer onwaarschijnlijk geworden. Ook SodM had dit drie jaar geleden al kunnen inschatten. Nu wordt pas half oktober aanstaande in Amsterdam een vierdaagse(!) internationale werkbijeenkomst gehouden over de maximaal mogelijke aardbeving in het Groningenveld, een cruciaal punt voor de versterkingsopgave die nog steeds uitgaat van magnitude 5.0, zoals in 2016.

Terwijl SodM eerder volhield dat elk gebouw individueel op veiligheid moest worden beoordeeld klaagt de toezichthouder nu over tekortkomingen in de groepsgewijze typologiebenadering en in de meer deskundig-intuïtieve ‘praktijkaanpak’, die beide noodzakelijk zouden zijn (geweest) om de versterkingsoperatie te versnellen. Waarom versluiert SodM het probleem dat de kans op fatale woninginstorting bij een aardbeving niet betrouwbaar genoeg is te schatten voor het uitvoeren van een kwantitatieve veiligheidstoets?

En wat betekent eigenlijk ‘veilig genoeg’? Sinds 2016 heeft SodM consequent gewerkt met de eendimensionale veiligheidsnorm (overlijdenskans) van hooguit 10-5 (1 op de 100.000) per jaar, die eind 2015 werd ingevoerd. Onlangs stelde SodM echter dat ‘risico’ meer inhoudt dan overlijdenskans, namelijk ook schade, stress en gezondheidseffecten.

Méérdimensionale grondslag

Dit meer-dan-technische risicobegrip stamt uit de jaren 1980-’90 en werd ook bij de gaswinning al eerder van verschillende kanten naar voren gebracht. ‘Veilig genoeg’ zou dan betekenen dat ook schade, stress en gezondheidseffecten worden begrensd. Hiermee zou een méérdimensionale grondslag ontstaan voor een concreet, meer genuanceerd versterkingsbeleid.

Het kabinetsbesluit tot versnelde afbouw van de gaswinning (sept. 2019) heeft de toch al moeizame versterkingsoperatie goeddeels onderuit gehaald. Verder ‘versterken’ komt vooral neer op een vakkundige risicobeoordeling, in de meeste gevallen gevolgd door een veilig-verklaring. SodM heeft dus goede redenen om veel Groningers gerust te stellen in plaats van te blijven hameren op hun nog lang voortdurende overlijdensrisico.

Een addertje onder het gras is de mogelijkheid dat de nationale leveringszekerheid van laag-calorisch aardgas alsnog in gevaar komt. Vorig jaar adviseerde de Mijnraad hierover: “Alleen als die alternatieven [voor de leveringszekerheid] onvoldoende soelaas bieden kan het langer inzetten van het Groningenveld gerechtvaardigd zijn.” Naast veiligheid en schadeherstel is volgens de Mijnraad meer aandacht nodig voor genoegdoening aan bewoners van het aardbevingsgebied.

Eén daadkrachtige organisatie

Voor een effectieve aanpak (‘governance’) van de Groningse gaswinning-met-aardbevingen zou er eigenlijk één daadkrachtige organisatie moeten zijn ter coördinatie van schadevergoeding, risicobeoordeling, woningversterking en sociaal-economische stimulering. Is het provinciebestuur niet de aangewezen instantie om, in het belang van zijn eigen burgers en bedrijven, zelfstandig toezicht te houden op de verschillende onderzoeks- en beleidslijnen en deze te coördineren?

Charles Vlek is emeritus hoogleraar omgevingspsychologie en besliskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu