Sport gaat niet over bikini’s, billen en bodysuits: hoeveel medailles moeten topsportsters nog winnen voor ze serieus worden genomen? | opinie

De Duitse turnster Sarah Voss trad in Tokio aan in een full-bodysuit. FOTO EPA

Discussies over blote turnpakjes en meer bedekkende sportkleding, en mannelijke presentatoren die denigrerende opmerkingen maken over vrouwelijke topsporters. Terwijl het aandeel van vrouwen in de (top)sport flink is toegenomen, blijkt buiten de lijn nog een wereld te winnen, stelt Pascale Thewissen.

Zou het echt zo zijn? Dat de Olympische Spelen in Tokio een omslagpunt zijn? De Britse voormalige atlete en drievoudig wereldkampioen meerkamp, Jessica Ennis-Hill, hoopt van wel. Eindelijk spreken vrouwelijke sporters zich uit. Over de seksualisering van hun lichaam en hun oncomfortabele sportkleding.

Zelf had ze een hekel aan haar running knickers , het kleine hardloopbroekje dat de meeste atletes dragen. ‘Eén pas en het zat al tussen je billen. En als je de horden liep, als je je benen spreidde in de hoge sprong, dan kon je het niet helpen dat je je zorgen maakte over de camera’s die op ongepaste plekken van je lichaam waren gericht. Help, ik wil niet dat m’n kont te zien is.’

In een opiniestuk in The Telegraph beschrijft ze hoe de ongemakkelijke kleding afleidt van waar het eigenlijk om moet gaan: de sportieve prestaties. In plaats van je goed en ondersteund te voelen door je outfit, ben je bang dat je voor schut staat.

De bilnaad scheurt

Neem de Schotse bobsleeër Gillian Cooke. Zoek haar naam op internet en het eerste wat je vindt is een filmpje van de Olympische Winterspelen in Vancouver: haar gespierde lichaam is gepropt in een veel te strak pakje, waarvan de bilnaad scheurt als ze zich voorover bukt om de bobslee weg te duwen. Dat alles close-up in beeld gebracht. ‘Een ongelooflijke atlete op de top van haar kunnen en dit is wat mensen zich herinneren’, verwoordde ze dit in The Telegraph .

Ennis-Hill, die twee olympische medailles won in 2012 en in 2016, heeft een punt: nooit eerder werd zoveel gezegd en geschreven over outfits van de vrouwelijke sporters. Met dank aan de Duitse turnsters die onder leiding van Sarah Voss in full-bodysuit aantraden, omdat ze niet langer de hoog opgesneden pakjes aan willen.

Sifan Hassan, die de wereld verbaasde met drie atletiekmedailles, worstelt er naar eigen zeggen ook mee. Als moslima wordt ze niet geacht in weinig verhullende kleding rond te lopen. Als een van de weinige atletes draagt ze een hemd dat haar buik bedekt.

Vertrutting

Maar is het een omslagpunt? Veranderingen in de sportwereld gaan langzaam. Opmerkelijk: blijkbaar kijkt niemand meer op van al dat bloot, maar o wee als sportvrouwen besluiten om hun lichamen meer te bedekken. Dan is de tv-studio te klein en gaat iedereen los op de vertrutting van de sport.

Waarmee meteen het volgende probleem op tafel ligt: het gros van de commentatoren en sportjournalisten is man en zij vliegen nog wel eens uit de bocht als er vrouwen in beeld zijn. Zeker, er is de laatste jaren een enorme inhaalslag gemaakt en elke uitglijder wordt uitvergroot op sociale media. Maar het blijft voor mannen soms tricky sportprestaties van vrouwen van professioneel commentaar te voorzien.

Dat bewijzen de Olympische Spelen, als er relatief veel vrouwensport te zien is, keer op keer weer. Neem Rio 2016. Amerikaanse commentatoren maakten het behoorlijk bont door te beweren dat de turnsters na hun overwinning stonden te glunderen alsof ze in het winkelcentrum waren. De gouden plak van de Hongaarse zwemster Katinka Hosszú – die op de 400 meter wisselslag meteen het wereldrecord verpulverde – was volgens NBC toe te schrijven aan de succesvolle training van haar man en coach.

Uit de bocht

In Tokio vlogen twee Vlaamse sportjournalisten uit de bocht. Eddy Demarez werd geschorst na onflatteuze opmerkingen tijdens een livestream over de Belgian Cats, de vrouwelijke basketbalsters. Een week eerder was Dirk Van Esser op het matje geroepen, nadat hij had gesuggereerd dat de mentale problemen van de Amerikaanse turnster Simone Biles verzonnen zouden zijn.

In de wereld van stoere sportmannen bestaan mentale problemen bij voorkeur niet, is geen plek voor lhtbi’ers en moeten vrouwen toch vooral aantrekkelijk zijn. Sportverslaggeving is door de bank genomen macho. Kort door de bocht? Misschien wel. Maar de hele structuur; het taalgebruik; alles ademt masculiniteit. En alles wat van de norm afwijkt, mag geridiculiseerd worden.

Uit een onderzoek van de Cambridge University Press blijkt dat er nogal wat verschillen zijn tussen de berichtgeving over mannen- en vrouwensport. Als het over mannen gaat, wordt vaak gesproken in termen als sterk, groot en snelst . Terwijl bij vrouwen woorden domineren als getrouwd, alleenstaand, zwanger en oud. Waar het bij mannen gaat over hun prestaties, gaat het bij vrouwen vaak over hun uiterlijk en privéleven. Nog zoiets: mannen zijn mannen. Vrouwen zijn veelal meisjes, denk maar eens aan de hockeydames.

Rondje draaien

In het tennis is het niet veel beter. Over vrouwelijke tennissers wordt minder bericht en gaat het ook minder over hun prestaties op de baan, blijkt uit onderzoek van de internationale tennisfederatie ITF. Exemplarisch: de Canadese Eugenie Bouchard, die in 2015 na haar gewonnen wedstrijd op de Australian Open de vraag kreeg of ze even een rondje wilde draaien zodat het publiek haar outfit goed kon zien. Zou iemand het ooit in z’n hoofd halen om een dergelijke vraag aan pak ’m beet Roger Federer of Rafael Nadal te vragen?

Hoe succesvol vrouwen ook zijn in de Nederlandse topsport, buiten de lijnen is er nog een forse inhaalslag te maken. Vooral op het hoogste niveau, constateert het Mulierinstituut in een onderzoek uit 2019. Daaruit blijkt dat vrouwen stelselmatig zijn ondervertegenwoordigd. Kijk alleen al naar het aandeel van vrouwen in landelijke besturen van sportbonden (18 procent), als topcoach (11 procent), als sportjournalist en als sportfotograaf (3 procent).

Verandert er dan helemaal niets? Zeker wel. Zo hebben Duitsland en Engeland alweer enkele jaren vrouwelijke voetbalcommentatoren. Al ging dat niet van een leien dakje. Claudia Neumann kreeg te horen dat ze beter de gang kon gaan dweilen bij de ZDF, nadat ze een fout had gemaakt tijdens een WK-duel. Ophef was er ook over het WK-debuut van Vicki Sparks bij de BBC, in 2018. Oud-international John Terry op Instagram liet weten de wedstrijd dan maar zonder geluid te bekijken.

Schunnige opmerkingen

In Nederland was Barbara Barend lange tijd de enige vrouw langs de lijn. „Toen ik er ruim twintig jaar geleden voor het eerst stond, als verslaggever, kreeg ik schunnige opmerkingen naar mijn hoofd en testten spelers mijn voetbalkennis. Voetbal is een mannenbolwerk, net als veel sportredacties”, zei ze daarover.

Intussen komen er druppelsgewijs meer vrouwen in de voetbaljournalistiek. Zo maakte Suse van Kleef in maart van dit jaar haar debuut als eerste vrouwelijke commentator bij NOS-radioprogramma Langs de Lijn tijdens de eredivisiewedstrijd Willem II tegen Heerenveen. Ook schuiven steeds vaker vrouwelijke spelers en analisten – zoals oud-wielrenster Roxane Knetemann – aan in de talkshows.

Veronica Inside heeft oud-hockeyster Hélène Hendriks. Die relativeerde de grapjes over haar uiterlijk in De Telegraaf onlangs als ,,voetbaltaal, kleedkamerhumor’’. Nee, natuurlijk is VI niet politiek correct. Vrouwen rangschikken als lekkere wijven of een varken in een trui – zoals Johan Derksen de keepster van de Braziliaanse voetbalploeg betitelde – is natuurlijk grappig bedoeld. Het is nou eenmaal het format van het programma, zegt hijzelf. Het publiek wil het graag.

Ogen die konden doden

Maar zo stigmatiserend als het is voor de vrouwen in kwestie, is het óók voor het kijkerspubliek. Alsof het vooral mannen als Onslow zijn – de dikke, bier zuipende en altijd in smoezelig onderhemd geklede zwager van Hyacinth Bucket in Schone Schijn – die naar dit programma kijken en schuddebuiken van het lachen als er weer eens een kwetsbare groep mensen op de hak wordt genomen. Vrouwensport kijken ze amper. Behalve naar beachvolley, om zich te verlekkeren aan strandvolleybalsters in hun minuscule bikini’s.

Die bikini’s zijn trouwens ook nog wel een dingetje. Als argument voor dat weinig verhullende outfit wordt beweerd dat het lekker zit en je op die manier minder last hebt van zand dat in je kleding gaat zitten. Maar waarom dragen de mannen dan geen Speedo’s? Nog zoiets: ga je echt sneller als je zo’n superhoog uitgesneden badpak draagt of mag het best ietsje meer (stof) zijn?

Doordat mannen veelal de kledingvoorschriften opstellen, wordt er ook geen rekening gehouden met bijvoorbeeld de menstruatie. Ennis-Hill beschrijft hoe in haar tijd zelfs de meest voor de hand liggende dingen – gebruik geen wit voor damesbroekjes – vergeten worden in het ontwerpproces.

Bodyshaming

Bijkomend probleem van die strakke pakjes is het fenomeen bodyshaming. Eén vetrolletje te veel en je wordt op sociale media afgemaakt. De gevolgen laten zich raden: onzekerheid, depressies en eetstoornissen. Ex-baanwielrenster Elis Ligtlee weet er alles van. Nadat ze voor de NOS het olympische baantoernooi had geanalyseerd, kreeg ze tal van negatieve reacties over haar gewichtstoename over zich heen. Terwijl ze nou net had gehoopt dat juist dat na het beëindigen van haar profloopbaan voorbij zou zijn.

Zeker, er valt op bovenstaande van alles af te dingen. Zo hebben de hockeydames zelf gekozen voor hun korte rokjes en vrouwelijke shirts. Al was het maar omdat die plooirokken en blouses uit het verleden echt niet comfortabel waren. En er zijn de nodige individuele sporters die profiteren van hun imago als sportbabe . En ja, ook in de mannensport is uiterlijk best belangrijk.

Er is ook al het nodige verbeterd. De pitspoes is afgeschaft en de rondemiss zien we ook steeds minder, om redenen die verder geen toelichting behoeven. Maar kijk hoe denigrerend er nog steeds wordt gedaan over bijvoorbeeld het vrouwenvoetbal. Het is gemeengoed om de oranjeleeuwinnen en hun tegenstanders af te kraken.

Met de billen wiebelen

Misschien wel het gênantste moment ooit in de geschiedenis van het vrouwenvoetbal was de allereerste uitreiking van de Gouden Bal aan de beste voetbalster. Wat een historisch moment moest worden, werd een vreselijke afknapper toen presentator en dj Martin Solveig het nodig vond om aan de winnares, de Noorse spits Ada Hegerberg te vragen: do you twerk ? Of ze met haar billen kon wiebelen. Met ogen die konden doden, schudde ze nee en liep ze weg.

Is de sportwereld anno 2021 nog seksistisch? Helaas wel. Nog te vaak roepen topsportsters het slechtste in sommige mannelijke commentatoren op. Omroepbazen zouden daar best harder tegen mogen optreden. Diversiteit moet ook bij sportprogramma’s hoog op de agenda staan. Ook voor het IOC is een rol weggelegd. De internationale sportwereld moet meegaan met de tijd. Tot slot: sport gaat niet over bikini’s, billen en bodysuits. Sport draait om presteren.

Je zou het bijna vergeten, maar toevallig zijn het wel de Nederlandse vrouwen die op de Olympische Spelen van Tokio de meeste medailles binnenharkten. En daar gaat het toch om. ‘Babe’ of ‘manwijf’, homoseksueel of hetero, een vetrolletje meer of minder? Wat maakt het uit, zolang het goud, zilver of brons is wat blinkt.

Pascale Thewissen is verslaggever voor De Limburger

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu