Hoge Gerrit Krolbrug een zegen voor de 16.000 valide en minder valide bruggebruikers? Het stadsbestuur kleineert de bezwaren van burgers met onjuistheden | opinie

Een hoge Gerrit Krolbrug een zegen voor de 16.000 bruggebruikers? Foto: Siese Veenstra

Volgens Chris van Malkenhorst neemt het stadsbestuur in zijn argumentatie voor een 4,5 meter hoge Gerrit Krolbrug een loopje met de werkelijkheid.

De nieuwe Gerrit Krolbrug wordt 4,5 meter hoog. Dat zou niet alleen goed zijn voor de scheepvaart maar ook voor het langzame verkeer dat dagelijks de brug over moet. Dit zegt niet Rijkswaterstaat maar het Groningse stadsbestuur.

In zijn ijver de hoge brug te verheffen tot een zegen voor de 16.000 valide en minder valide bruggebruikers pakt het stadsbestuur flink uit. In zijn nieuwsbrief wordt de brug, in de stijl van een reclamefolder, in ronkende woorden aangeprezen als voor iedereen de beste oplossing.

De door de bewonersorganisaties en anderen aangevoerde bezwaren tegen een hoge brug worden gebagatelliseerd. De voordelen voor de scheepvaart worden uitvergroot.

Vermeende nadelen

Frappant is dat het onderzoek dat werd gebruikt bij de brugkeuze expliciet wees op de voordelen van een 3 meter hoge brug: voor de omgeving en de inpassing in het landschap én voor het fietscomfort. Maar het stadsbestuur ziet reden om de nadruk te leggen op de vermeende nadelen van zo’n brug.

Ernstig is dat het college daarvoor argumenten gebruikt die een loopje nemen met de werkelijkheid.

Zo zou de fietser met een 3 meter hoge brug slechter af zijn, omdat die vaker open moet (26 keer per dag). Rijkswaterstaat geeft echter aan dat de 3-meter brug minder vaak open zal hoeven dan de brug die nu kapot is. Met een hogere brug verander dat niet: ook de 4,5 meter bruggen bij Zuidhorn, Aduard en Dorkwerd gaan 25 of 26 keer per dag open.

Recreatievaart geen verschil

Ook de recreatievaart maakt geen verschil. Het kleine aantal pleziervaartuigen dat een geopende brug nodig heeft kan achter de beroepsvaart aansluiten of de door stad en provincie aanbevolen alternatieve routes volgen.

Het is daarom verbijsterend dat het college ons voorhoudt dat er met een hoge brug 30 procent minder voor de brug moet worden gewacht. Ook over het verschil in wachttijd (secondewerk) wordt de werkelijkheid geweld aan gedaan.

Ook claimt het stadsbestuur dat een hoge brug veiliger is voor de gebruikers. Het tegendeel is waar: hoe steiler de helling hoe gevaarlijker het wordt als het verkeer met ongelijke snelheden en vaardigheden de smalle brug af komt rijden. Wind, regen en gladheid vergroten de onveiligheid.

Bijna potsierlijk

Bijna potsierlijk is het argument dat moet aantonen dat de fietser bij een lage brug slechter af is wanneer de brug omhoog moet. Gebruik van de vaste fietsloopbrug, die voor de allergrootste schepen 9,7 meter hoog moet worden, zou minder aantrekkelijk zijn omdat je vanaf een lage brug verder omhoog moet dan vanaf een hoge brug.

Als je met de lift van de begane grond naar de tiende verdieping moet, maakt het niet uit of je onderweg even uitstapt op de derde of op de vierde: je moet tien verdiepingen omhoog. Ook als we er vanuit gaan dat een deel van de klim nog fietsend kan worden afgelegd, is het verschil verwaarloosbaar.

Tot slot wordt beweerd dat de helling voor de hoge brug overeenkomt met die over het Herewegviaduct. Die kent een helling van 2,2 procent. De Gerrit Krolbrug wordt met 2,5 procent steiler.

Plotseling wel acceptabel

Interessant is dat in plannen over verhoging van de doorrijhoogte van het Herewegviaduct stijging van de helling naar 2,5 procent door het stadsbestuur is afgewezen vanwege het verminderde fietscomfort. Dus wat voor het Herewegviaduct niet acceptabel wordt geacht, is plotseling wel acceptabel voor de Gerrit Krolbrug. Afgezien daarvan: het is een zwaktebod om een probleem niet als probleem te erkennen omdat elders hetzelfde probleem zou bestaan.

Uiteraard mag het stadsbestuur om wat voor reden dan ook de kant van Rijkswaterstaat kiezen. Maar wat niet kan, is dat daarvoor met onjuistheden de bezwaren van burgers worden gekleineerd.

Dat is een stomp in de maag van al die betrokken burgers die zich uit de naad hebben gewerkt om voor de stad een goed alternatief te vinden. Burgerparticipatie vraagt niet alleen wat van de burger, maar ook van het bestuur: geen verkooppraatjes maar eerlijke afwegingen.

Chris van Malkenhorst is voorzitter van het Gerrit Krolbrugcomité

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu