Het vijfde steunpakket voor cultuur komt op 251,6 miljoen euro. Klinkt mooi, maar komt het geld ook terecht bij de makers, of blijven zij weer in de kou staan? | opinie

Staatssecretaris Gunay Uslu van OCW staat de pers te woord na afloop van een gesprek met Talpabaas John de Mol. Foto: ANP/Bart Maat

Wat ontvangen kunstenaars aan compensatie?, vraagt Henk Hofstra zich af. Net als in de afgelopen jaren blijft het steungeld volgens hem hangen bij instanties, fondsen, gemeentes, enzovoorts, en bijten de kunstenaars op een houtje.
Lees meer over
Opinie

In de brief van 31 januari aan de Tweede Kamer van onze nieuwe staatssecretaris van OCW, Gunay Uslu, staat dat er 56,5 miljoen euro extra naar de culturele sector gaat. Het vijfde steunpakket komt daarmee op totaal 251,6 miljoen euro.

Klinkt mooi, maar komt het ook terecht waar het zou moeten? Of maakt deze kersverse staatssecretaris weer de zelfde fouten als onze vorige minister? Blijven de makers van kunst en cultuur weer in de kou staan?

76,5 miljoen gaat naar instellingen in de basisinfrastructuur, dus niet naar de kunstenaars. 8,6 miljoen gaat naar het Mondriaanfonds ter ondersteuning van musea, dus niet naar de makers. 111,5 miljoen gaat naar theaters, poppodia en concertzalen, dus niet naar de kunstenaars.

Subsidie via rijkscultuurfondsen

25 miljoen gaat naar de voortzetting van de lening bij Cultuur+Ondernemen, dus niet naar de kunstenaars. 30 miljoen, zo staat in de brief, is voor verlenging van de directe steun aan makers. Verderop in de brief staat dat het hier subsidieregelingen betreft voor makers via rijkscultuurfondsen en voor financiële ondersteuning van amateurkoepels via het Fonds voor Cultuurparticipatie.

De 30 miljoen wordt als volgt verdeeld: 15 miljoen gaat naar de rijkscultuurfondsen, 10 miljoen gaat naar het Steunfonds Rechtensector, 3,5 miljoen naar het Abraham Tuschinski Fonds en 1,5 miljoen gaat naar de Koninklijke Bibliotheek.

Via het Steunfonds Rechtensector zijn in eerdere rondes duizenden makers bereikt, beweert de staatssecretaris in haar brief. Wie dan? Welke kunstenaars? En wat hebben ze aan compensatie ontvangen?

Op een houtje bijten

Er is kennelijk niets veranderd. Net als in de twee voorgaande jaren blijft het geld hangen bij instanties, gesubsidieerde gesprekspartners van het ministerie, instellingen, fondsen, gemeentes, theaters, enzovoorts, en bijten de kunstenaars op een houtje.

Gemeentes hebben in totaal zo’n 269 miljoen gekregen om te besteden aan kunst en cultuur in hun gemeente. Slechts enkele gemeentes hebben zich gehouden aan de bedoeling van het geld. Daar is het inderdaad bij kunstenaars terechtgekomen en is er veelal nieuw werk van gemaakt.

De vorige minister had beloofd om de gemeentes die zich niet aan de afspraken zouden houden persoonlijk te bellen. Heeft ze voor zover mij bekend niet gedaan. Misschien dat ze er nu de tijd voor heeft om het alsnog te doen?

Een intellectueel en een cultuurhistorica

Even hadden we de hoop dat de nieuwe minister van OCW, Robbert Dijkgraaf, en de nieuwe staatssecretaris, Gunay Uslu, een intellectueel en een cultuurhistorica, de boel eens even flink zouden opschudden. Het ziet er vooralsnog naar uit dat dat niet gaat gebeuren.

In een interview uit 2012 vertelde Dijkgraaf: „Via een omweg van de kunstacademie kwam ik weer bij de natuurkunde terecht. Gerard ‘t Hooft (een Nederlandse natuurkundige en Nobelprijswinnaar, red .) heeft mijn studieloopbaan een keer treffend samengevat: Robbert deed natuurkunde en hij verveelde zich, dus ging hij naar de kunstacademie en daar verveelde hij zich nog meer. Dus ging hij maar weer terug naar de natuurkunde.”

Ben benieuwd of hij zich weer gaat vervelen.

Henk Hofstra is voorzitter van BOK, Beroeps Organisatie Kunstenaars

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu