Door een verplicht coronatoegangsbewijs mogen miljoenen mensen straks niet meer meedoen. Maar staan deze 'entreebewijzen' niet op gespannen voet met de wet? | opinie

Jongeren staan met een coronatoegangsbewijs in de rij om naar binnen te mogen bij een kroeg. ANP EVERT ELZINGA

Door het coronatoegangsbewijs mogen straks miljoenen mensen niet meer meedoen, stelt Stan Baggen. Dat gebeurt volgens hem op basis van opportunisme en niet op basis van de wet.
Lees meer over
Opinie

Het demissionaire kabinet heeft aangekondigd dat met ingang van 20 september op veel locaties een coronatoegangsbewijs verplicht zal zijn. Alleen gevaccineerden en mensen met een herstelbewijs mogen nog naar binnen zonder eerst een coronatest te doen, uiteindelijk tegen betaling. 

Dat is een ingrijpende maatregel die onontkoombaar tot verdeeldheid en spanningen in de samenleving zal leiden. Miljoenen mensen mogen straks, in zekere zin, niet meer meedoen. Miljoenen anderen lijken dat terecht te vinden. 

Opvallend is dat deze aanpak niet door het OMT is geadviseerd. Het is een zuiver politieke keuze. Nog opvallender is dat de aanpak geen steun lijkt te vinden in de Wet publieke gezondheid .

Nauwelijks verspreiding?

In het debat over toegangsbewijzen wordt er min of meer vanuit gegaan dat gevaccineerden het virus niet of nauwelijks verspreiden. Als die aanname onjuist blijkt te zijn, zou het verschil in behandeling evident niet te rechtvaardigen zijn.

Zo ziet de wetgever dat gelukkig ook. De Wet publieke gezondheid bepaalt uitdrukkelijk dat toegangsregels gebaseerd op vaccinatie alleen gesteld mogen worden als kan worden vastgesteld dat bij een gevaccineerde een vergelijkbare kans op overdracht van het virus bestaat als bij iemand na een negatieve testuitslag.

Als de kans op verspreiding door een gevaccineerde groter is dan de kans op verspreiding door een negatief geteste persoon, mag een vaccinatiebewijs niet als toegangsbewijs gebruikt worden. Dit is overigens geen bepaling uit lang vervlogen tijden maar een bepaling die pas op 1 juni van dit jaar in werking is getreden.

Achterhaald door de werkelijkheid

De aanname dat de vaccins ook de verspreiding van het virus tegenhouden, is inmiddels door de werkelijkheid achterhaald. Volgens het Israëlische ministerie van gezondheid beschermden de vaccins in juli nog maar voor 39 procent tegen het enkele besmet raken met het virus (wat iets anders is dan er ook ziek van worden). Bovendien blijkt uit de Israëlische data dat deze bescherming in tijd verder afneemt.

Recent Brits onderzoek laat weliswaar een bescherming tegen besmetting zien van 80 procent bij Pfizer en 67 procent bij AstraZeneca maar dat onderzoek toont ook aan dat die bescherming door de tijd exponentieel afneemt, bij Pfizer met maar liefst 22 procent per dertig dagen. 

Uit dit Britse onderzoek en meerdere andere onderzoeken kan bovendien geconcludeerd worden dat een gevaccineerde die eenmaal is besmet, het virus in gelijke mate op anderen kan overbrengen als een ongevaccineerde.

Wettelijke voorwaarde

De wettelijke voorwaarde om vaccinbewijzen als toegangsbewijzen te hanteren is echter niet dat gevaccineerden minder verspreiden dan ongevaccineerden maar dat gevaccineerden minder verspreiden dan mensen met negatieve testresultaten.

Het komt me voor dat we inmiddels gerust kunnen aannemen dat iemand die zich net heeft laten testen een stuk veiliger is dan iemand die dat niet heeft gedaan, ook al is diegene gevaccineerd. Het tegendeel kan in ieder geval niet worden vastgesteld en daarmee vervalt de wettelijke grondslag onder de invoering van het coronatoegangsbewijs in de beoogde vorm.

Overigens bestaat ook voor het voornemen om mensen te laten betalen voor testen geen wettelijke grondslag. De Wet publieke gezondheid bepaalt immers dat de kosten van de testen voor rekening van de overheid komen. Zonder wetswijziging gaat dit proefballonnetje dus niet op. Dat het parlement een motie heeft aangenomen waarin het kabinet tot het instellen van een eigen bijdrage wordt opgeroepen, maakt dat niet anders.

Wel erg schouderophalend

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) gaat aan dit alles wel erg schouderophalend voorbij. Op de vraag of hij het OMT heeft gevraagd of gevaccineerden zich niet ook zouden moeten laten testen voor toegang antwoordde hij op de laatste persconferentie dat „je dit eigenlijk zou moeten doen”. Maar ook dat dit „de aantrekkelijkheid om je te laten vaccineren” zou verminderen.

Dat is allemaal leuk en aardig maar daarmee geeft de minister toe dat hij oneigenlijk gebruik maakt van de voorwaardelijke bevoegdheid die de wetgever hem heeft gegeven. Het is hem enkel te doen om de vaccinatiegraad, waarbij hij gevaccineerden graag een voordeeltje gunt, ook als dat tot minder veiligheid leidt (wie herinnert zich ‘dansen met Janssen’ nog?).

De minister geeft zo min of meer toe dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarde voor het kunnen gebruiken van vaccinatiebewijzen als toegangsbewijs. Dat betekent dat de politiek weer aan zet is. Moet iedereen zich dan tot Sint Juttemis laten testen voor toegang of komt er toch nog een moment dat we besluiten dat meer vrijheid voorgaat op meer veiligheid? Hoe die discussie ook afloopt, op grond van de wet is het samen uit, samen thuis. En zo hoort het ook.

Stan Baggen is advocaat in Amsterdam

Nieuws

Meest gelezen

menu