Verpleegkundigen moeten net zo serieus worden genomen als artsen. Laat ze meepraten over de vorming van het nationaal herstelplan voor de zorg | opinie

Verpleegsters op de speciale corona-afdeling van het Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg. ANP ROB ENGELAAR

Sanne Cordfunke-Krebbekx en Levy Bakker pleiten op de Internationale Dag van de Verpleging (12 mei) voor een emancipatieslag voor verpleegkundigen. Zij zouden volgens hen serieus moeten worden genomen als leiders en vertegenwoordigers van verandering, gelijkwaardig aan de medisch specialisten.
Lees meer over
Opinie

Vrijdag 1 mei luidden Bianca Buurman van de Beroepsvereniging Verzorgenden Verpleegkundigen (V&VN) en Peter-Paul van Benthem van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) de noodklok: een herstelplan voor de zorg is nodig om personeel voor te bereiden op de situatie na corona.

Enorme berg inhaalzorg

Er wacht een enorme berg inhaalzorg, naast de zorg voor coronapatiënten. Sinds februari 2020 zijn bijna twee miljoen mensen minder naar een medisch specialist verwezen dan vooraf ingeschat.

Ook Tamara van Ark, demissionair minister Medische Zorg en Sport, noemt het ‘cruciaal’ dat het herstelplan er komt. Als partners voor het ontwikkelen van dit plan noemde zij echter alleen meerdere spelers in de zorg, waaronder verzekeraars en medisch specialisten – verpleegkundigen zijn niet vertegenwoordigd.

Een slechte zaak. Een herstelplan is inderdaad hard nodig, maar kan niet vorm krijgen zonder verpleegkundige inspraak en leiderschap.

Zorgpersoneel presteert het onmogelijke

Sinds de uitbraak van de coronacrisis presteert het zorgpersoneel zowat het onmogelijke: zij biedt de grootste pandemie in honderd jaar het hoofd, en dat na jaren van bezuinigen en structurele problemen. Maar hier hangt wel een prijskaartje aan: ziekteverzuim onder verplegend personeel is historisch hoog (circa 10 procent, ruim twee keer zoveel als normaal) en het aantal verpleegkundigen dat het beroep vaarwel zegt, neemt snel toe. Tegen 2025 verwacht de sector een tekort van honderdduizend verpleegkundigen.

Als we op de oude voet verder gaan, zullen ziekte en uitval leiden tot een dysfunctionele zorgsector die niet bestand is tegen een eventuele volgende pandemie. In het herstelplan moeten daarom preventieve maatregelen worden opgenomen: hoe houden we ons personeel gezond en vitaal? Hoe houden we iedereen enthousiast en bieden we voldoende carrièreperspectief?

Om de reparatie van de zorg tot een goed einde te brengen en fouten uit het verleden niet te herhalen, zal de sector zelf de leiding moeten nemen. Zo herinnert iedereen in de zorg zich nog de Wet BIG-II, het onzalige plan van het ministerie om bevoegdheden bij mbo-verpleegkundigen weg te nemen, die zij alleen weer zouden mogen uitvoeren na behalen van een hbo-v diploma. De weerstand vanuit het werkveld was zo groot, dat het idee na zeven jaar discussie vorig jaar uiteindelijk sneuvelde.

Hét voorbeeld van falende top-down beslissingen

Het is hét voorbeeld van falende top-down beslissingen. Een hoop weggegooid geld en tijd, dat prima voorkomen had kunnen worden als verpleegkundigen meer zeggenschap hadden gehad bij de totstandkoming.

Gedurende de coronacrisis zagen we continu artsen in de media, maar zelden verpleegkundigen. Dat lijkt tekenend voor de verhoudingen, hoewel die in steeds meer zorginstellingen aan het kantelen is. Maar het gaat te traag.

Laten we dit herstelplan aangrijpen om een emancipatieslag te maken en de perceptie en positie van verpleegkundigen als leiders en vertegenwoordigers van verandering, gelijkwaardig aan de medisch specialisten, te bevestigen. De verpleegkundige is degene die op de werkvloer veruit het meeste contact heeft met de patiënt en het best op de hoogte is van wat de patiëntenzorg vraagt.

Verpleegkundig leiderschap

Verpleegkundig leiderschap levert aantoonbaar een bijdrage aan de kwaliteit van zorg, verstevigt de positie van verpleegkundigen en heeft een positieve invloed op de werkomgeving, waardoor uitval en verzuim verminderen.

Wij zeggen daarom: maak de visie van verpleegkundigen een bepalende factor in het herstelplan. Hier ligt een belangrijke taak voor onze Chief Nursing Officer (CNO), die bewindslieden van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevraagd en ongevraagd adviseert over de positie van verpleegkundigen.

Alleen krijgt de CNO jaarlijks slechts vijftien tot twintig adviesdagen van het ministerie. Voor de belangrijke taak van het opstellen van een herstelplan is meer tijd nodig. Bovendien moet de CNO ondersteuning krijgen van een kernteam dat kan meeschrijven aan het plan. Daarvoor zouden verpleegkundigen ingezet moeten worden uit verschillende delen van de zorg, die weten wat nodig is om de problemen aan te pakken.

Dit voorziet het herstelplan van een ander perspectief en creëert draagvlak in de sector. Eenzelfde rol, op basis van gelijkwaardigheid, hebben wij nodig vanuit artsen.

Applaus, cadeaus en bonbons

Het afgelopen jaar kregen verpleegkundigen veel erkenning in de vorm van applaus, cadeaus en een bonus. Dat was een goed begin en daar zijn we dankbaar voor.

Nu is het tijd om die erkenning ook om te zetten in concrete resultaten. Dat begint met een rol aan tafel bij de vorming van het herstelplan, een rol die wat ons betreft op zijn minst gelijkwaardig is aan die van de andere partners.


Sanne Cordfunke-Krebbekx is verpleegkundig specialist en docent verpleegkunde aan de Hogeschool Inholland Amsterdam. Levy Bakker is psychiatrisch verpleegkundige en deeltijd studente HBO-V

Nieuws

Meest gelezen

menu