Wat was er zo slecht aan de Sovjettijd? Laten we de noodkreten van ervaringsdeskundigen zoals de Esten of de Oekraïners serieus nemen | opinie

'Op plaatnummer B114 en A180 van het Maarjamäe Memorial bij Tallinn zijn de namen van mijn twee overgrootvaders geschreven.' FOTO SHUTTERSTOCK

Laten we de noodkreten van ervaringsdeskundigen over overheersing van Moskou serieus nemen – zoals bijvoorbeeld van de inwoners van Estland, stelt de Estse Anna Lillioja.
Lees meer over
Opinie

E en dezer weken vroeg iemand aan mij: maar wat was er dan zo slecht aan de Sovjet-Unie en het communisme? Er werd toch voor je gezorgd, iedereen was gelijk? Ik ging graven in mijn geheugen naar de verhalen die mij verteld zijn door mijn familie in Estland.

Er zijn verhalen die absurd en grappig aandoen, die ik graag vertel aan vrienden. Zoals het feit dat Westerse televisie en radio verboden waren, maar je in Tallinn ook soms tv uit Helsinki kon ontvangen – 80 kilometer verderop.

Een van de kinderen uit elk gezin had dan ‘antennedienst’, en moest gedurende een hele uitzending de televisieantenne precies op de sweet spot gericht houden, zodat de rest van het gezin naar Finse televisie kon kijken. Hierop zagen ze Michael Jackson, Levi’s jeans, Coca-Cola, het echte nieuws, en bijvoorbeeld reclamespotjes voor bananen en sinaasappels. Een glimp van het dagelijkse leven vanachter het ijzeren gordijn.

In de eigen supermarkt kocht je alleen één soort vlees, een of twee soorten groenten en geen fruit. Het officiële bericht vanuit Moskou was volgens mijn oma: wat je ziet op de Finse televisie is nep. Zij hebben geen fruit, de bananen die je ziet zijn van plastic, zij hebben het nog slechter dan wij.

Toegangspoort naar Sovjet-Unie

In werkelijkheid was Estland nog het beste af van alle Sovjetlanden – we hadden voorrechten die de anderen niet hadden. Zoals dat we onze eigen taal mochten spreken op school. Vermoedelijk was dit omdat de Baltische Staten een soort toegangspoort naar de Sovjet-Unie waren, waar je je van je beste kant liet zien aan buitenlandse bezoekers.

Maar achter die absurditeit ligt de pijn verscholen, de verhalen waar niemand om kan lachen, de verhalen die mij in flarden zijn verteld of mij door betraande, weggekeerde gezichten, juist uit zelfbescherming zijn onthouden.

Wie heeft de film Tenet gezien? In het kort gaat deze Amerikaanse actiefilm uit 2020 over een groep spionnen die door de tijd kunnen reizen en op die manier een Derde Wereldoorlog moeten zien te voorkomen.

Over het algemeen niet een erg noemenswaardige film, maar een deel van deze film is opgenomen in mijn geboorteland, Estland. Ja, daar waren we trots op! Want als jong onafhankelijk land, dat 700 jaar uit een millennium een speelbal van andere landen is geweest (net als Oekraïne), ben je trots, ontzettend trots.

Op een gegeven moment zie je de hoofdpersoon van Tenet , Protagonist, samen met de Indiase wapenhandelaar en geheim agent Priya (die haar tijdreizende kogels trouwens aan een slechtwillende, Russische miljardair heeft verkocht) langs een imposant bouwwerk lopen. Dit bouwwerk is het Maarjamäe Memorial.

‘Beslissing voltooid’

Op plaatnummer B114 en A180 zijn de namen van mijn twee overgrootvaders geschreven. Er staan plaatsnamen in Rusland bij. Oblast Sverdlovski. Oblast Kirov. Ik zoek de plaatsen op in Google Maps. Het pinnetje landt zo’n 700 kilometer ten oosten van Moskou, op mijn beeldscherm verschijnen plaatjes van berkenbomen en een natuurreservaat. De berk is de nationale boom van Rusland. Hij leeft zelfs in de meest barre omstandigheden. Zoals de Russen zelf misschien. In het korte tekstje staat: Oblast Kirov kent een goed netwerk van transportverbindingen, ligt aan de trans-Siberische spoorlijn en heeft een binnenlandse luchthaven.

Dat deze plek een goede treinverbinding heeft, wist ik al. In juni 1941 werd mijn grootvader Ivo Lillioja op een trein hierheen gezet vanaf zijn woonplaats in Estland. Zijn gezin, waaronder mijn opa, ging naar een andere plek verderop. Zij keerden terug, nadat ze dertien jaar in ballingschap moesten leven, maar hun vader hebben ze nooit meer gezien. Op 5 juni 1942 is volgens het plakkaatje bij de Memorial zijn ‘beslissing voltooid’: hij is vermoord.

Een woordje verkeerd

Net als mijn andere overgrootvader: die mijn oma als eenjarig meisje moest uitzwaaien. Een jaar lang nog breidde haar moeder warme sokken voor haar man, die ze opstuurde naar het kamp. Opdat hij het niet te koud zou hebben. Tot er geen antwoord meer terugkwam. Zijn laatste brief was gericht aan zijn dochter, die deze pas jaren later zou kunnen lezen en begrijpen. Alles wat mijn oma van haar vader heeft is die brief, en die koperen plaat, nummer B114.

Het Maarjamäe Memorial is een gedenkplek voor slachtoffers van het communistische terreurregime. Een vijfde van de Estse bevolking werd hier slachtoffer van. Meer dan 75.000 mensen werden vermoord, gevangengenomen of vervolgd.

Waarom? Net als mijn overgrootvaders, bezaten ze bijvoorbeeld een eigen onderneming of waren actief in de lokale politiek en gemeenschap. Zij vormden volgens Moskou een gevaar voor het Sovjetregime. Net als elke Est, Oekraïner of andere inwoner van de Sovjet-Unie (waarbij de Russen natuurlijk zijn inbegrepen), die maar een woordje verkeerd sprak of een stapje verkeerd zette, in de komende vijftig jaar dat zou gaan doen of al deed.

Wc-rol als waarschuwing

Op elke werkplek, in elke schoolklas, in hotels, restaurants, publieke gebouwen, werden spionnen van de KGB geïnstalleerd, die zich voordeden als collega’s, dokters, schoolgenoten, serveersters. Elk woord, elke handeling werd geregistreerd. Ik hoorde eens van een buitenlander, die in een hotel in Tallinn verbleef. In de hotelkamer was het wc-papier op, wat hij in de kamer besprak met zijn kamergenoot. Nog voordat ze naar de receptie konden lopen, werd er op de deur geklopt. Wat achter hun deur lag zag eruit als een onschuldige rol wc-papier, maar was eigenlijk een waarschuwing.

Geregeld verdwenen er mensen, voor een jaar, voor langer of altijd. Ze werden uitgeschreven op school of in ergere gevallen in gevangenschap gezet in Goelagkampen. Mijn eigen vader werd vanaf zijn zeventiende jarenlang bij de KGB op het matje geroepen en psychologisch geteisterd, omdat hij als 16-jarige op het schoolplein toevallig door een Zweedse journalist was aangesproken. Hierover zweeg hij jarenlang, doodsbang om ook in een gevangenenkamp te belanden. In de tijd van Stalin, in de jaren twintig en dertig, was er niet eens een ‘goede reden’ nodig om opgesloten of neergeknald te worden. Je eigen buurvrouw kon je bij wijze van spreken verklikken als landverrader, omdat je kat op haar deurmat had gepist.

Democratie en vrijheid van meningsuiting bestonden in de Sovjet-Unie niet, zoals ze vandaag ook niet in Rusland bestaan. Gelijkheid bestond, ja: de hele bevolking werd op gelijke manier koest gehouden, moest exact gelijk leven aan de regels van het regime en had exact gelijk het minimale ter beschikking.

Paranoia

In Estse media wordt de mensen nu steeds steviger op het hart gedrukt: wij zijn veilig, wij zijn bij de NAVO, wij zijn veilig, toch? Maar de Estse noodnummers worden tegelijkertijd ook platgebeld door ongeruste mensen, die voor de zekerheid informeren naar waar de schuilkelders zich bevinden.

Onlangs riep Estland als eerste NAVO-lidstaat op het luchtruim boven Oekraïne te sluiten. En er wordt massaal gedoneerd en geprotesteerd voor Oekraïne, al acht jaar trouwens: voor de Russische ambassade in Tallinn verzamelt zich al sinds de annexatie van de Krim wekelijks een groep mensen.

Al acht jaar proberen de Baltische Staten de andere NAVO-leden ook te waarschuwen voor verdere agressie van Rusland. En al acht jaar worden deze waarschuwingen door sommigen afgedaan als paranoia. Een van die waarschuwingen? Het is heel belangrijk om niet te vergeten dat Poetin een ex-KGB-agent is en al zijn KGB-vrienden op belangrijke posities heeft geplaatst. Nog belangrijker is het om te weten dat er in de werkelijkheid niet zoiets bestaat als een ex-KGB-agent.

Dat Estland het in de afgelopen dertig jaar gered heeft om zich aan te sluiten bij de EU en NAVO, voelt bitterzoet. Onze lotgenoten blijven achter.

Door de tijd reizen om de geschiedenis te keren, zoals in Tenet , is voor ons helaas niet weggelegd. Maar laten we in ieder geval niet slechts met lede ogen aanzien, en de noodkreten van ervaringsdeskundigen – zoals de Esten of de Oekraïners – serieus nemen. Want, zoals de ondertitel van Tenet luidt: Time runs out .

Anna Lillioja (33) is freelance journalist en schrijfster. Dit artikel schreef ze aan de hand van haar Estse familiegeschiedenis en persoonlijke ervaring.

Als ingelogde PREMIUM lezer kun je op dit artikel reageren. Hierbij hebben we een aantal huisregels voor opgesteld welke je hier kunt lezen.

Reageren

Nog geen toegang tot PREMIUM, abonneer je hier

Nieuws

menu