Worden wat je wil vertaalt zich niet in een beroep en is voor velen ook niet weggelegd. Laten we kinderen dan ook nog niet met deze toekomstvraag lastigvallen | opinie

Een stewardess vertelt over haar beroep tijdens de opening van de Kinderboekenweek 2021 op openbare basisschool 't Eenspan in Emmen. ANP REMKO DE WAAL

‘Worden wat je wil’ is niet zo’n geslaagd thema van de Kinderboekenweek, stelt Saskia Zeevaart-Rem. Volgens haar moeten we kinderen helemaal nog niet met de wat-wil-je-worden vraag lastigvallen.

Het thema van de Kinderboekenweek van dit jaar, ‘Worden wat je wil’, is een beroepsgeoriënteerde vraag. Banen van grote mensen, wie wil daar nou over lezen? Daarom worden er boekentips gegeven met alleen maar vetcoole beroepen zoals: uitvinder, astronaut, archeoloog, circusartiest, vlogger, ontdekkingsreiziger en auto-ontwerper.

De wat-wil-je-worden vraag is een hele lastige omdat het natuurlijk eigenlijk moet zijn: wat kun je worden? In de fantasie van kinderen kan alles, maar dit moet niet gekoppeld worden aan een beroepenwens. Ik hoop dat docenten tijdens of na de Kinderboekenweek een kringgesprek hebben met de boodschap dat je niet alles kunt worden wat je wilt.

Het is zowel vertederend als vernederend als een kind zegt dat hij Donald Duck-schrijver wil worden. Dat zal immers zeer waarschijnlijk niet de realiteit worden en het herinnert ons aan onze eigen onvervulde wensen.

Heel irritante vraag

Ik heb het zelf als kind altijd heel irritant gevonden als volwassenen aan je vroegen wat je later wilde worden. Ik dacht dan: „Geen idee! Ik moet iets speciaals verzinnen anders ben ik een nul.”

Het beroep van je ouders noemde je zeker niet omdat dat iets vaags was waar je moe en gestrest van werd. Het voelde als een test of je wel een toekomstplan had. Ik kreeg er een minderwaardig en paniekerig gevoel van.

Kinderen kunnen geen langetermijnvisie hebben, die zijn met het hier en nu bezig. Hun hersenen zijn er simpelweg nog niet toe in staat. We moeten kinderen helemaal nog niet met deze toekomstvraag lastigvallen, want een goed gesprek is hierover nog niet mogelijk. Kinderen voelen zich er ongemakkelijk bij en gaan iets verzinnen en de volwassene kan hier niet serieus op antwoorden. Samen fantaseren is natuurlijk wel leuk.

Kinderen zijn realistischer dan we denken

Volgens mij kunnen kinderen in beginsel al op jonge leeftijd inschatten dat er voor beroepen als circusartiest of uitvinder talenten nodig zijn die ze zelf niet hebben. Ze zijn realistischer dan we denken. We wuiven hun bezwaren echter vaak weg en houden ze voor dat als ze maar hard genoeg werken het wel zal lukken.

Maar worden wat je wil is meestal onbereikbaar en nog mijlen ver weg. Het impliceert dat je moet transformeren en niet mag zijn wie je bent.

Er is echter een steeds groter wordende groep ouders die werkelijk denkt dat hun kind alles kan, eventueel met extra druk van grote beloningen (en dus teleurstellingen) en bijspijkeren. Kinderen komen daar doorgaans tegen in opstand, gaan liegen en bedriegen, gaan zich dommer voordoen of krijgen psychische problemen.

Ouders zijn vaak ongeduldig

Kinderen willen zo lang mogelijk kind blijven om te kunnen fantaseren over van alles en om zichzelf te mogen zijn. Ouders zijn vaak wat ongeduldiger, ze willen dat hun kind de stadia van kind-zijn zo snel mogelijk ontgroeit en als volwassen mens verantwoordelijkheden draagt en gelukkig wordt.

Voor de meesten van ons maakt ons beroep ons niet zozeer gelukkig, maar is het een middel dat ervoor zorgt dat je je daarnaast zoveel mogelijk kunt amuseren. Worden wat je wil vertaalt zich dus niet in een beroep en is voor velen ook niet weggelegd. De meeste kinderen zien en weten dat heus wel, laten we hen respecteren.

Saskia Zeevaart-Rem uit Kropswolde is pedagoog en docent Maatschappijleer

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
menu