We moeten leren leven met klimaatverandering

Hoogwater in de Onlanden Foto: Jan Willem van Vliet

Toen ik in de jaren negentig op feestjes vertelde over mijn werk over klimaatverandering, keken de meesten me glazig aan: ‘Is het dan zo erg dat het wat warmer wordt?’ Nog altijd zijn er notoire klimaatsceptici, denk aan Donald Trump die uit het klimaatakkoord van Parijs stapte (een beslissing die Biden gelukkig direct terug zal draaien). Maar de klimaatverandering zet door. Over hoe we hiermee om moeten gaan, organiseert Groningen nu de Klimaatadaptieweek.

Klimaatverandering ontstaat doordat broeikasgassen, zoals CO 2 , in de atmosfeer als het ware een deken om de aarde vormen en zo warmte vasthouden. Dankzij die deken is het op aarde gemiddeld zo’n 15 o C. Door verbranding van fossiele brandstoffen zijn we wereldwijd steeds meer CO 2 gaan uitstoten, is de deken met broeikasgassen dikker geworden en de aarde warmer.

Verzuring

De gevolgen ervan zien we om ons heen. Sinds 1850 is de temperatuur op aarde gemiddeld met meer dan 1 o C gestegen. De laatste decennia zijn de warmste geweest sinds 1850. Hierdoor zijn ijslagen en gletsjers op grote schaal gesmolten, met name in het Arctisch gebied. Volgens het IPCC, het wetenschappelijke panel van de VN, is sinds 1993 de opwarming van oceanen verdubbeld. Dat leidt tot verzuring van het oceaanwater, met ernstige gevolgen voor zeeplanten en -dieren. En voor de mens, die daar weer van afhankelijk is.

Maar daar blijft het niet bij. De wereldbevolking groeit door richting acht miljard mensen. Daarvan woont binnen een decennium bijna twee derde in stedelijke gebieden. De meeste steden zijn niet voorbereid op hittestress en bijkomende gezondheidsklachten. Ook voedseltekort ligt op de loer. De Wereldbank heeft becijferd dat rond 2050 hierdoor 250 miljoen mensen wereldwijd zullen moeten migreren. Op zoek naar een beter bestaan.

In het rood

Is het verhaal dan echt zo hopeloos? Om deze vraag te beantwoorden, heeft het IPCC verschillende scenario’s voor opwarming doorgerekend. De conclusie is dat bij een gemiddelde opwarming van 1,5 tot 2 graden de risico’s nog beheersbaar zijn. Daarboven schieten we in het rood, met onomkeerbare, kostbare en vaak onbeheersbare gevolgen. Dit is precies de reden waarom het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 de grens bij 2 o C legde (en liefst 1,5 o C om aan de veilige kant te zitten).

Moeten we het tijdens de Klimaatadaptatieweek in Groningen dan niet hebben over het voorkomen van het klimaatprobleem zelf? Is adaptatie, oftewel het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, niet dweilen met de kraan open? Het antwoord is dat we beide nodig hebben.

Voor het halen van de klimaatdoelen van Parijs moet in de loop van deze eeuw de uitstoot van broeikasgassen naar nul. Daarmee zal klimaatverandering echter niet zijn voorkomen. Die remmen we slechts af tot het punt dat we niet in het rood gaan. Maar ook bij 2 graden opwarming verandert het klimaat – twee keer zo veel als we nu al om ons heen zien – en zullen we ons moeten aanpassen aan de gevolgen ervan.

Groen en grijs

De luxe van kiezen tussen voorkomen of aanpassen hebben we helaas niet meer. Bij beide moeten de mouwen worden opgestroopt. Het goede nieuws is dat er al van alles gebeurt rondom het thema adaptatie. Denk aan waterdoorlatende pleinen in steden, afwisseling tussen groen en grijs in woonwijken, waterbuffers zoals de Onlanden en klimaatbestendige landbouwgewassen. Tijdens deze Klimaatadaptatieweek laat Groningen volop oplossingen zien.

Waarom Groningen? Waarom niet! Groningen is bij uitstek een regio die gidsend kan zijn, omdat hier veel ervaring is met het meebewegen met het klimaat, met respect voor de natuur en slimheid om er mee om te gaan. Wij kunnen ons aanpassen als de beste, een eigenschap die steeds belangrijker wordt, zoals deze Klimaatadaptatieweek laat zien.

Wytze van der Gaast is onderzoeker en beleidsadviseur bij JIN Climate & Sustainability

Nieuws

Meest gelezen

menu