Een duiventil tegen duiven. Dikke kans dat lokale duivenknuffelaars straks ondergronds gaan | column Eric Nederkoorn

Eric Nederkoorn. Foto: Nienke Maat

Lees meer over
columns
Assen

W ie straks het stadhuis van Assen wil betreden doet er goed aan een paraplu mee te brengen, of een ander type bescherming tegen narigheid van boven. De gemeente bouwt daar een grote duiventil op haar eigen dak – andere daken bedankten vriendelijk voor de eer – en duiven poepen nu eenmaal bij voorkeur vanaf de dakrand.

Zo wordt het verlengen van het rijbewijs al snel bezegeld met de volle gops. Dat is Drents voor straal. Een mooi woord, dat ook weleens anders is ingezet. Mijn toenmalige schoonouders trakteerden ooit vanuit Gasselte een dorpsgenoot op een lift naar Groningen. Zijn eindbestemming was de Nieuwstad. ,,Veur ’n tientje gef ik ze de volle gops”, vertelde hij trots vanaf de achterbank. Alsof de dames in kwestie hem wel dankbaar mochten zijn.

Zoals veel andere steden van naam (ik noem een Venetië, een Amsterdam) heeft Assen een ferm duivenprobleem. Met name op het Koopmansplein. Daarom willen B en W de komende week een slinger geven aan de APV (Algemene Plaatselijke Verordening).

Vanaf dan verbiedt deze het voeren van duiven in het centrum. Trouwens direct ook het voeren van andere beesten, om discussies te voorkomen. Je zult ook een duif en een labrador niet uit elkaar kunnen houden.

Dikke kans dat lokale duivenknuffelaars straks ondergronds gaan en stiekem toch strooien, maar mocht de gemeenteraad het voederverbod omarmen, dan kan de tiltimmerman zijn gereedschapskist prepareren. Voor een gestroomlijnd proces heeft Assen vanzelfsprekend een officiële ‘duivenprojectleider’ aangesteld.

De nieuwe duiventil telt straks 84 nestkasten. Nest klinkt naar voortplanting, maar dat moet nou juist niet. Dus wordt een medewerker gezocht die de til schoonhoudt en de duiven beduvelt met kalkeieren, een klusje waarvoor de duivenprojectleider zelf in een te hoge schaal zit. Met zo’n kalkei wordt de duif belazerd. Mannetje en vrouwtje broeden afwisselend – de duif is een geëmancipeerd wezen – voor jan(ine) doedel. Best onaardig.

De gemeente hoopt vurig dat de gevederde populatie het Koopmansplein als standplaats inruilt voor het eigen dak. Dan moet de projectleider de duiven nog wel even leren hoe ze alle smakelijke snackresten op straat negeren en zich boven in de kou storten op die laffe korrels. Een hele klus. Om je al snel aan te vertillen, zeg maar.

Al dit gedoe is natuurlijk niet voor niks. De duiven schijten de boel er goed onder. Daar hebben de ondernemers last van. De eigenaar van het Hemapand liet in het geniep al een bataljon duiven vangen en vergassen. Overigens waren zulke vergassingen in Groningen vijftien jaar geleden bijna tot gemeentebeleid gebombardeerd.

Los van sneu en duifonterend: het stadexemplaar is een exoot, afstammeling van letterlijk verdwaalde postduiven van wie te veel is geëist. Die hoort niet in de stad thuis. Veel zien eruit alsof iemand halverwege is gestopt met plukken. Zeer ongezond. En wie weet welke rol ze later nog krijgen in virusverspreidingen.

Ik nam donderdag een kijkje op het Koopmansplein. Het begon nog veelbelovend, in de Kruisstraat naar dat plein toe. Daar zit een winkel in tassen en koffers: duifhuizen. Op het plein zelf was geen duif te bekennen. Misschien kregen ze net college van de projectleider. Er is ongetwijfeld ijverig schoongemaakt, maar duivenstront zag ik evenmin. Geen klodder.

Wel kauwgom. Niet een beetje, maar een recordhoeveelheid platgetrapte plak, in de wijde omgeving. Goor. We kunnen van alles willen bestrijden, ’t begint bij onszelf. Duif en kauwgom.

eric.nederkoorn@dvhn.nl

Nieuws

Meest gelezen

menu