Onbruikbare afdankertjes: westerse tweedehands kleding eindigt op de vuilnisbelt in Afrika | onze vrouw in Nairobi, Saskia Houttuin

In mijn studententijd zag een gemiddelde zaterdag er als volgt uit: een ochtenddienst draaien achter de kassa, ‘s middags alles uitgeven bij die ene bekende Zweedse modeketen en hup, ‘s avonds in mijn nieuw gekochte outfit naar de kroeg. Voor een berooide student had ik een verdacht volle kledingkast, die ik om de zoveel tijd weer moest uitmesten om plaats te maken voor nieuwe aanwinsten. Zo kwam ik er regelmatig achter dat ik – oeps – het bestaan van sommige kledingstukken helemaal was vergeten.

Saskia Houttuin FOTO JOOST BASTMEIJER

Saskia Houttuin FOTO JOOST BASTMEIJER

Lees meer over
columns

Gelukkig was er aan het einde van de straat een kledingrecyclebak, waar ik, toch enigszins trots op mijn liefdadigheid, mijn miskopen in kwijt kon. We zijn nu vijftien jaar verder en inmiddels is mijn koopgedrag een stuk zeldzamer en vooral duurzamer geworden. Het roer ging bij mij definitief om in 2013, het jaar dat meer dan duizend mensen omkwamen toen een kledingfabriek in Bangladesh instortte. We konden niet meer om de keerzijde van fast-fashion heen.

Nieuws

menu