Een landgoed is geen natuur

Ja, hij woont er prettig. Daarom is Assenaar Harry van de Pol ook eigenaar geworden van De Lariks. Landgoed De Lariks in Assen, een kast van een woonhuis uit 1915 op een tuin van 8000 vierkante meter. En dat is dan weer gelegen in een bos, het Lariksbos.

Harry van de Pol op zijn landgoed De Lariks. FOTO JASPAR MOULIJN

Harry van de Pol op zijn landgoed De Lariks. FOTO JASPAR MOULIJN

Het Lariksbos, een 16 hectare groot park, is eigendom van de gemeente Assen. Het bos is bedoeld als een vrij toegankelijk park, waarin gewandeld en gerecreëerd kan worden.

,,Voor mij zou het beter zijn als het helemaal dichtgroeit, als het puur natuurgebied zou zijn’’, zegt Harry van de Pol, de trotse bezitter van Landgoed De Lariks in datzelfde bos. ,,Dan zou ik nóg meer privacy hebben.’’

Maar in de praktijk maakt het niet veel uit. Staande in zijn tuin wijst hij op een gebouw in de verte. ,,De Slingeborgh, een bejaardentehuis. Nu kun je het nog zien staan. Maar over twee weken, als de bomen in blad staan, zie je er niets meer van.’’

Modegrillen

Van de Pol heeft zichzelf gepensioneerd en verdiept zich sindsdien in geschiedenis en trends van landgoederen als het zijne. Onder meer door een leergang te volgen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het beheer en onderhoud ervan is onderhevig aan modegrillen, zo ervaart hij.

,,Monumentenzorg is het terrein van bouwhistorici’’, zegt hij. ,,Men wil ze altijd terugbrengen in originele staat. Met paleis ’t Loo is dat bijvoorbeeld gebeurd. De bovenste verdieping is eraf gehaald, de tuin teruggebracht in de staat die het had rond 1600.’’

Het beeld moet altijd worden gecorrigeerd naar dat van vóór 1900. ,,Ik merkte het ook toen ik een kantoor had aan De Vaart’’, zegt Van de Pol. ,,Er stond een smeedijzeren hek voor dat niet voorkomt op een schilderij van Georg Laurens Kiers. Dus vond de gemeente dat mijn hek weg zou moeten. Dat Kiers het niet mooi vond en daarom wegliet kwam niet bij ze op. Waarschijnlijk heeft het hek altijd bij het huis gehoord.’’

Toevoegingen niet geaprecieerd

Toevoegingen worden zelden geapprecieerd, merkt Van de Pol. ,,Zelfs niet als ze nuttig zijn of een meerwaarde geven. Maar er is ook een historische gelaagdheid. Je moet kunnen zien wat er in de geschiedenis met een bepaald gebouw gebeurd is. De tempels van Bali, die op de werelderfgoedlijst staan, zouden er anders niet eens geweest zijn. Ze rotten steeds binnen een paar jaar weg en worden dus permanent vernieuwd.’’

,,Het gaat niet alleen om het gebouw, ook om de beleving’’, vervolgt hij. ,,Ook het verhaal hoort erbij. Zowel van het gebouw als de tuin. In Nederland zijn vaak de tuinen echt bijzonder, meer nog dan de huizen.’’

Reisverslagen

Het blijkt volgens hem uit de reisverslagen uit de zeventiende eeuw. ,,De gegoede burgerij maakte voor het huwelijk een Europareis. Dat bracht Nederlanders in Venetië, maar ook buitenlanders naar het toen steenrijke Nederland. Uit wat ze schreven, blijkt dat ze de huizen niet zo bijzonder vonden. Kleiner ook dan elders. Maar de tuinen waren beroemd.’’

In de zeventiende eeuw verhuisde de Amsterdamse jetset twee keer per jaar. In de zomermaanden verbleef men in de buitenhuizen, veelal aan de Vecht, in de het koude jaargetijde was de grachtengordel het domicilie.

In Noord-Nederland waren de borgen in Groningen en Friesland de paleisjes van de ‘happy few’. Ook die hebben meestal heel bijzondere tuinen. ,,Ons klimaat is daar natuurlijk ook bijzonder geschikt voor’’, merkt Van de Pol op. ,,Borg en tuin vormen een ensemble.’’

Dilemma's

Ook dat stelt restaurateurs soms voor dilemma’s. ,,Bij paleis Soestdijk stond een schitterende boom die er niet hoort te staan. Niet bij dat soort tuin. In Friesland speelt iets soortgelijks. Het gaat erom dat je er met respect voor de historische context mee omgaat. Maar huis en tuin zijn wel gebruiksgoed.’’

Wat dat betreft heeft Van de Pol wel zijn twijfel over de stichting Het Drentse Landschap, dat het Lariksbos in onderhoud krijgt. ,,Wat de stichting doet, is restaureren en dan pas nadenken over wat de bestemming moet worden. Dat hebben ze met de kerk in Smilde gedaan en met Klein Soestdijk in Veenhuizen ook. Bij landgoed Oldegaerde in Dwingeloo weten ze ook niet wat ze ermee moeten.’’

Het Lariksbos is geen eigendom van Van de Pol, hij wil het ook gratis nog niet hebben. ,,Het onderhoud zou me een ton per jaar kosten.’’ Op dit moment wordt het bos maar matig onderhouden, vindt hij. ,,Er lijkt bijna een verbod op het kappen van bomen in Assen. En als je een park lang niet onderhoudt, gaat het al snel op natuur lijken. Maar dat is het dus niet.’’

Een verschuiving van het rood naar het groen

,,In zijn algemeenheid is het niet goed als een landgoed uit elkaar wordt gehaald’’, zegt directeur René Dessing van de stichting Kastelen Buitenplaatsen Landgoederen, doelend op De Lariks in Assen waar huis en tuin gescheiden zijn van het omliggende Lariksbos. ,,Dat komt de samenhang niet ten goede en dat is iets waar voortdurend aandacht voor moet zijn.’’

,,Landgoederen zijn kostbaar erfgoed en dat wordt niet altijd goed begrepen’’, vervolgt Dessing. ,,Direct rendement behalen is meestal een lastig verhaal en de subsidieregelingen van de overheid worden minder. Dat het niet goed gaat met de landgoederen is te zwaar uitgedrukt, maar de situatie is wel zorgelijk.’’

Gedecentraliseerd

De directeur wijt dat ook aan het gedecentraliseerde beleid. ,,Het is neergelegd bij de provincies en de ene provincie doet dat beter dan de andere. In zijn algemeenheid kun je stellen dat in Zeeland en Drenthe minder te halen valt dan in provincies als Overijssel, Gelderland en Utrecht. Daar staat tegenover dat er in die provincies ook veel meer is.’’

,,In zijn algemeenheid gaat het wel goed’’, zegt Hermie Rijkens van het onafhankelijke Steunpunt Erfgoed Drenthe dat eigenaren van landgoederen bijstaat. ,,Echt veel achterstallig onderhoud is er niet. Maar toch is het vaak niet eenvoudig om een landgoed in stand te houden.’’

Bewustwording

Volgens Rijkens is er naast het rood (het gebouw) de laatste jaren meer aandacht voor het groen (tuin of park) gekomen. ,,Het is een combinatie. In het verleden lag de focus misschien iets te veel op natuur, het gaat bij een landgoed om de cultuurhistorische waarde. Die bewustwording is gegroeid. Het is een integrale benadering.’’

,,Eigenlijk is er nooit voldoende geld’’, erkent Rijkens na enige aarzeling. ,,Maar ik leg liever de nadruk op wat er allemaal wél kan. Dat doen we met eigenaren. De vraag is altijd: Wat kunnen we sámen doen?’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
PREMIUM
menu