Het allerlaatste kunstje van Henk Grol: 'Al steken de botten eruit, ik ga door'

Henk Grol is op afscheidstournee in Tokio. Zijn hele judoleven droomt de Veendammer al van olympisch goud. Zou het hem in zijn allerlaatste wedstrijd eindelijk lukken om in de voetsporen van Anton Geesink te treden?

Henk Grol in actie tegen landgenoot Roy Meyer tijdens de Europese kampioenschappen judo in Portugal.

Henk Grol in actie tegen landgenoot Roy Meyer tijdens de Europese kampioenschappen judo in Portugal. Foto: Remko de Waal

Henk Grol begint het gesprek op zijn Henk Grols. Wat stuurs, wat bot, wat kortaf. Ben je fit? ,,Ja prima.’’ Wat is je doelstelling voor Tokio? ,,Op het podium komen.’’ Dus een derde olympische medaille erbij? ,,Ja, als dat niet zou kunnen, zou ik vandaag nog stoppen. Als ik dat geloof niet had, zou ik er niet eens meer voor trainen. Ook die paar weken niet meer.’’

De Olympische Spelen in Japan betekenen veel voor Grol. Veel meer dan hij in eerste instantie wil toegeven. Het moet het klapstuk worden van zijn loopbaan. De kroon op zijn carrière, hoewel die ook zonder olympisch goud meer dan voldoende glans heeft. De prijzenkast van de 36-jarige Veendammer, die al jarenlang in Haarlem woont, herbergt twee bronzen olympische medailles. Op de Spelen van Peking en Londen liet hij zich het eremetaal om zijn gespierde nek hangen. Ook won Grol drie keer WK-zilver en mag hij zich drievoudig Europees kampioen noemen.

Het absolute slotstuk

Maar het valt allemaal in het niet bij zijn grote droom. Olympisch goud is de ultieme wens van Grol. Al jaren. ,,Tokio moet het absolute slotstuk worden’’, vertelt hij. ,,De omstandigheden zijn er zeer speciaal. Ik ben 36 jaar, het is mijn laatste toernooi, in het hol van de leeuw ook nog eens, Japan. Dat moet het gedroomde einde van mijn carrière opleveren. Ik ben er op gebrand om ook mijn laatste wedstrijd winnend af te sluiten.’’

Na enige aandringen laat Grol steeds meer het achterste van zijn tong zien. Natuurlijk gaat zijn doelstelling verder dan het podium dat hij in de eerste alinea van dit verhaal noemt als uitgangspunt. ,,Ik ga gewoon voor het hoogst haalbare’’, geeft de Groninger toe. ,,Ik weet heel goed dat ik zelf degene ben die dat altijd het hardst heeft geschreeuwd, zijn hele leven lang. Ik heb er ook de hardste klappen voor opgevangen. Ik formuleer mijn doelstelling deze keer op een iets andere manier, maar een ieder die mij kent, weet precies hoe ik erin sta. Ik ga er alles aan doen om het maximale eruit te halen.’’

Dat laat onverlet dat er al een heel mooie strik om de carrière van Grol zit. De Veendammer krachtpatser is onmiskenbaar één van ‘s lands grootste judoka’s van de laatste decennia, letterlijk en figuurlijk. ,,Wat er ook gebeurt, dat ik op mijn 36ste nog aan de wereldtop sta, is al iets heel moois’’, meent Grol. ,,Er is niemand op deze hele wereld die zich op die leeftijd nog kan meten met de besten der aarde. Daar ben ik al enorm trots op. Bij mijn laatste vijf toernooien ben ik vier keer op het podium beland. Al die keren was de wereldtop aanwezig. Dan weet je dat je ook in Japan op het podium terecht kan komen. Alles is mogelijk. Het is een relatief klein deelnemersveld. Ik moet het wel heel slecht doen, wil ik niet heel dicht in de buurt van de prijzen komen. Dat is zelfs in mijn slechtste dromen nog niet gebeurd. Ik heb er heel erg veel geloof in dat ik iets moois kan neerzetten in Tokio.’’

Dat ondanks alles wat hij in zijn judoloopbaan al heeft meegemaakt. Meer dan eens bezweek Grol onder zijn zelf opgelegde druk. Dat probleem heeft hij zelf in de loop der jaren onderkend en er maatregelen voor genomen. Het is een van de redenen waarom hij naast de sport is gaan werken. Grol vist nog altijd graag, runt zijn eigen sportschool en doet wat andere zakelijke dingen. ,,Dat vind ik ontzettend leuk, daar leer ik onwijs veel van.’’

‘Mijn lichaam is getekend’

Ook de meest uiteenlopende blessures, inherent aan de judosport, speelden hem parten. ,,Mijn lichaam is getekend’’, zo omschrijft de spierbundel het zelf. ,,De ene week werkt mijn lijf soepel mee, de andere week is het een groot gevecht. Zeker in periodes waarin ik arbeid verricht, zoals de laatste tijd, heb ik goede en slechte weken. De blessures die ik heb opgelopen in de afgelopen twintig, dertig jaar, komen soms bovendrijven. Dan voel je ze. En als je dan mijn leeftijd hebt, herstel je wat minder snel. Dat kan ik lang niet altijd accepteren, maar dat moet soms wel. Ik word gedwongen tot wat meer rust, hoewel dat eigenlijk niet in mijn aard zit. Maar nu klinkt het alsof ik heel down ben, terwijl ik er eigenlijk hartstikke goed voor sta. Ik ben gewoon goed genoeg om medailles te winnen, al zou ik geen dag meer trainen. Heel diep van binnen weet ik dat.’’

Eigenlijk is het wonder dat Grol als veteraan nog fier overeind staat. ,,Ik denk dat het deels genetisch bepaald is dat ik over zo’n lichaam beschik. Ik ben er ook altijd zuinig op geweest, heb altijd mijn huiswerk gedaan. Ik heb mijn lichaam heel veel jaren kapotgemaakt, maar ik heb het daarna ook steeds heel goed onderhouden. Dat is de reden waarom er nog altijd iets in de tank zit, waardoor mijn gestel het na al die jaren nog steeds aankan, ook al zijn de krachten in het zwaargewicht enorm. Ik heb er wel angst voor gehad dat er iets zou afknappen of stuk zou gaan. Maar laat ik dat maar even afkloppen, want mijn lichaam houdt het en daar ben ik uiteraard erg blij mee.’’

‘Ik zit in een regime: eten, slapen, trainen’

Grol beseft dat zijn afscheid nu wel heel dichtbij is. ,,Een paar weken geleden had een leuke groep mensen een afscheidsparty voor me georganiseerd. Ze hadden ook een filmpje ingesproken. Poeh, dat kwam wel even binnen. Toen drong het besef wel even door dat het straks gewoon echt klaar is. Daar ben ik nog helemaal niet mee bezig geweest. Je weet wel dat het einde komt, maar daar kan je nu nog helemaal niet aan denken. Ik zit in een soort van regime. Eten, slapen, trainen. Het gevoel dat bij stoppen hoort, ken ik nog helemaal niet. Hoe dat gaat zijn, weet ik niet. De eerste maand zal het wel als een soort bevrijding voelen, maar daarna wordt het ook vast een vorm van strijd, een periode waarin ik vast niet heel happy zal zijn. Ik ben natuurlijk een junk, verslaafd aan trainen, wedstrijden en alles wat erbij hoort.’’

Het zal een enorme overgang worden. Een zwart gat misschien. Maar Parijs in 2024? ,,Het antwoord is nee’’, is Grol meteen duidelijk. ,,Mijn lichaam is klaar. Mijn geest is ook klaar. Dat klinkt misschien raar, want in Tokio sta ik er gewoon, maar mijn lichaam geeft in het dagelijks leven dermate veel klachten, waardoor ik absoluut niet door wil. Als ik dat wel zou doen, zou ik een punt bereiken waarop ik nooit meer zou kunnen sporten. Dat wil ik niet. Ik kan het niet meer twaalf maanden per jaar opbrengen. Niet omdat ik het niet wil, maar omdat ik ouder ben geworden. Mijn lijf kan dat niet meer aan. Ik train al 30, 40 procent minder dan vroeger, anders zou ik helemaal de kreukels in gaan. De grens is wat dat betreft bereikt. Maar niet voor deze Spelen. Ik zal niet opgeven in Japan. Al steken de botten eruit, ik ga door.’’

Al was het maar om in de voetsporen van Anton Geesink te treden. Misschien is dat nog wel de diepste intrinsieke motivatie voor Henk Grol. Geesink won in 1964 een gouden medaille voor Nederland in het zwaargewicht. Ook toen vormde Tokio het decor. ,,Het is natuurlijk mooi voor het verhaal om hier ja op te zeggen’’, lacht de Veendammer de suggestie een beetje weg. ,,Het is een heel mooi einde, het is een heel mooie, historische hal, maar ik doe het gewoon om Henk Grol te zijn. Ik ben gewoon Henk Grol. Natuurlijk zou het mooi zijn als ik in de voetsporen van Anton Geesink zou treden. Wie wil dat niet? Maar ik heb niet het gevoel dat hij daar boven mee staat te kijken. Daar geloof ik allemaal niet zo in, al zou het heel mooi zijn voor de geschiedenisboeken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Olympische Spelen
Judo
menu