Verslaggever voelt zich medeschuldig aan debacle Henk Grol op de Olympische Spelen | column William Pomp

Het had de kroon op zijn carrière moeten worden, maar judoka Henk Grol uit Veendam was in 25 seconden klaar op de Olympische Spelen. Verslaggever William Pomp vreest dat hij de hand heeft gehad in de vroegtijdige uitschakeling van de Groninger.

Henk Grol verloor in razend tempo van de Oezbeek Bekmurod Oltiboev.

Henk Grol verloor in razend tempo van de Oezbeek Bekmurod Oltiboev. Foto: ANP/Robin van Lonkhuizen

Misschien overschat ik mijn invloed, maar eigenlijk voel ik me enigszins medeschuldig aan het falen van Henk Grol in Japan. Al zolang ik sportjournalist ben, volg ik het judofenomeen uit Veendam op de voet. Uiteraard zette ik vrijdagochtend om vijf uur de dubbele wekker om klaar te zitten voor wat het klapstuk van zijn loopbaan had moeten worden.

Als je een sporter lange tijd in het vizier hebt, weet je wat zijn valkuilen zijn. Bij Grol is dat onmiskenbaar de onmenselijke druk die hij zichzelf telkens maar weer oplegde, vooral bij de grootste toernooien, op de meest beslissende momenten. Gezonde spanning is goed, te veel zeker niet. Het is lastig daar een balans in te vinden.

Een paar weken voordat de dubbelgespierde Groninger afreisde naar Tokio, hadden we een interview met hem . Ik merkte aan alles dat hij zijn uiterste best deed de druk eraf te halen. Wat zijn doel was? Het podium, zei hij. Ik wist meteen dat dat niet de hele waarheid was. Grol wilde maar één ding: geschiedenis schrijven. In de voetsporen treden van Anton Geesink, de legende die in 1964, ook in Tokio, het hoogst haalbare bereikte. Een gouden medaille.

Ik drong aan en Grol ging overstag. Natuurlijk droomde hij van het hoogst haalbare, bekende hij. Dat ontbrak nog op zijn geweldige palmares. Had ik maar niet doorgevraagd, had ik die extra druk er maar nooit opgelegd. Het werd de grootste teleurstelling die je je maar voor kunt stellen. Nadat hij in de eerste de beste krachtmeting door de volslagen onbekende Oezbeek Bekmurod Oltiboev binnen 25 seconden op de rug was gelegd, hoorde ik het al aan zijn reactie. ‘Ik was gespannen’. ‘Ik heb mezelf te veel druk op gelegd’. Wéér die fout. Ook in zijn allerlaatste partij.

Grol zei dat hij zichzelf wilde begraven onder een steen. Dat mag, voor een paar dagen. Daarna breekt de tijd aan dat hij, na al die jaren dat hij zijn lichaam sloopte voor het grootste doel van zijn leven, nooit meer flatgebouwen van vlees en bloed omver hoeft te gooien. Als jochie van zes zei kleine Henk tegen zijn vader, in de auto op weg naar de training, dat hij wereld- én olympisch kampioen wilde worden. Hij moet leren leven met de gedachte dat dat niet is gelukt. Maar Henk Grol heeft heel veel waar hij met een enorm voldaan gevoel op terug kan kijken.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
menu