Ze hoeven Evert ten Napel nog maar voor één klus te bellen | Afscheidsinterview

Dit weekend komt er een einde aan de loopbaan van Evert ten Napel (77). De strijd om de Johan Cruijff Schaal is zijn allerlaatste klus. Tijd om terug te blikken en vooruit te kijken met de bakkerszoon uit Klazienaveen, die ze nog maar voor één klus hoeven te bellen. ,,Het komt allemaal wel goed met Evert.’’

Voetbalcommentator Evert ten Napel voor en tijdens de wedstrijd Heracles-Emmen, in het Polman Stadion.

Voetbalcommentator Evert ten Napel voor en tijdens de wedstrijd Heracles-Emmen, in het Polman Stadion. Foto: Bram Petraeus

Het is niet moeilijk om het huis van Evert ten Napel te vinden. Vermoedelijk is er maar één woning in heel Ermelo waar op de brievenbus staat geschreven dat je er ‘Drents kunt praoten’. De commentator heeft zijn afkomst nooit verloochend, al zit een terugkeer naar zijn roots er niet in. Ook niet na zijn allerlaatste klus, het duel tussen Ajax en PSV om de Johan Cruijff Schaal. Daarvoor woont hij al tientallen jaren veel te prettig met zijn Fieneke in een gelijkvloerse woning op de Veluwe.

Sinds het persbericht van ESPN eerder deze week rinkelde zijn telefoon onophoudelijk. ,,Volgende week flikker ik dat ding de deur uit’’, klinkt het getergd. Nagenoeg elk programma en elk krant meldde zich voor een interview met de man die na meer dan een halve eeuw afscheid neemt van de sportjournalistiek. Het liefst had hij overal voor bedankt, maar voor Dagblad van het Noorden maakt Ten Napel een uitzondering. ,,Mijn hele familie leest die krant.’’

En dat niet alleen. De verslaggever begon zijn carrière lang geleden ook nog eens bij een van de voorlopers van Dagblad van het Noorden , de toenmalige Emmer Courant . Wil van Beveren zwaaide er de scepter als chef sport, Piebe Prins was hoofdredacteur. Ten Napel, die HBS-A had gedaan, stapte begin jaren zeventig over vanuit de bakkerij van zijn ouders in Klazienaveen om leerling-journalist te worden.

,,Eerst van de stad- en streekredactie, maar ik zei er gelijk bij dat ik ook graag sport wilde doen. Oké zeiden ze, maar dat doe je dan maar op je vrije dag. Zat ik in het weekend bij Germanicus-CEC. Dat soort wedstrijden trok in die tijd wel 2500, 3000 man publiek. Het amateurvoetbal leefde enorm. Ik kreeg ook gelijk E&O in mijn pakket, omdat ik daar toch in het derde handbalde. Verder fietste ik veel, dus wielrennen werd ook al snel mijn ding. En ‘scheuveln’ deed ik graag, dus ik was binnen de kortste keren ook de schaatsman.’’

Klazienaveen

Als hij zijn ogen dichtdoet, ziet hij nog zijn eigen gekrabbel op de ‘veenkoele’ in Klazienaveen. ,,Als je er doorheen zakte, stonk je een uur in de wind.’’ Het deed niets af aan de liefde die Ten Napel ontwikkelde voor het ijs en de ijzers. Velen denken dat de legendarische halve finale tussen Nederland en Duitsland tijdens het EK 1988 zijn absolute hoogtepunt is als verslaggever. Zijn uitspraak ‘Het Volksparkstadion is van Oranje!’ werd een klassieker.

Toch beschouwt hij de drie Elfstedentochten die hij versloeg als de echte highlights van zijn carrière. Ten Napel maakte ze mee vanaf de motorfiets. ,,Ik zat er de hele dag met mijn snufferd bovenop. Ze zijn vooral bijzonder, omdat ze zo zeldzaam zijn. Kijk, voetbal is niet bijzonder, dat is dagelijkse kost. Maar een Elfstedentocht komt nooit weer. Althans, dat denk ik. Als het ooit nog eens gebeurt en de NOS vraagt me, wil ik wel voor één dag mijn comeback maken. Dat doe ik, al ben ik geen Dick Advocaat. Die zat twee weken na zijn vertrek bij Feyenoord alleen maar naar de telefoon te kijken. Zo zit ik niet in elkaar.’’

Waarom dan nu toch het einde? De sleet zat er ondanks zijn leeftijd nog niet op. Zowel qua stem als qua uiterlijk veranderde Ten Napel in de afgelopen decennia nauwelijks. ,,Maar je moet toch een keer stoppen’’, vindt Ten Napel, die deze zomer zijn zegeningen telde en de knoop doorhakte. ,,Dat is de eerste reden. De tweede is dat ESPN minder aanbod heeft gekregen. Er zijn wat competities weggevallen. Toen ik dat hoorde, was het voor mij duidelijk. Ze hebben een paar man in vaste dienst en ik wil ook niemand in de weg zitten. Ik wil niet dat ze zeggen, wat doet die ouwe lul op mijn stoel?’’

In het diepe

Als rolmodel voor de jonge garde hoeft hij ook niet aan te blijven, vindt de Drent. ,,Ach nee, ik ben destijds ook gewoon in het diepe gegooid. Niemand zei hoe ik het moest doen, wat ik moest doen. Je ontwikkelt jezelf wel, in welk vak dan ook. De jongen die eerst alleen maar de vloer mocht vegen, wordt later automonteur. Het meisje dat in het begin bij de krant alleen maar de telex mocht scheuren, werd later hoofdredacteur. Je ontwikkelt je ergens in en op zeker moment is dat je ding. Je moet vooral niet anderen na gaan apen. Dat heb ik ook nooit gedaan.’’

Het is volbracht. Ten Napel kan terugkijken op een schitterende loopbaan, diende jarenlang Studio Sport en ESPN en geniet bij jongere generaties nog grote bekendheid als de stem van het computerspel FIFA. Hij reisde de hele wereld over, luidde volgens een vaste traditie in duizenden Nederlandse huiskamers telkens weer het nieuwe jaar in als de stem van het schansspringen in Garmisch-Partenkirchen. Ondertussen voedde hij samen met echtgenote Fien twee kinderen op. Carrie trad in vaders voetsporen en is tegenwoordig presentator van avondtalkshow Op1. Rik is de vrijbuiter, zit in de spijkerbroekenhandel en knapt oude Porsches op. ,,Dat creatieve heeft hij van zijn moeder.’’

In de stadions zal je Ten Napel niet vaak meer aantreffen. ,,Niet omdat ik niet durf of omdat ik bang moet zijn, zoals Johan Derksen. Ik heb geloof ik niet veel vijanden gemaakt. Gelukkig maar. Misschien dat ik nog een keer bij FC Emmen kom kijken als ik in de buurt ben. Met mijn schoonzoon Michiel wil ik nog een keer naar Cambuur. En met Riemer van der Velde naar SC Heerenveen. Wellicht dat ik ook nog eens opduik bij FC Groningen, maar dat is het dan ook wel.’’

Chagrijn

Angst voor het zwarte gat heeft Ten Napel niet, al liet de commentator zich jaren geleden eens ontvallen bang te zijn om een oude chagrijn te worden als hij thuis zou komen te zitten. ,,Daar moet ik ook voor uitkijken. Aan de andere kant, mijn dagen zijn zo gevuld. Deze week heb ik nog een mooie fietsdag gehad met oud-collega Henk Kok en zijn vrouw. Dat blijven we doen. Verder heb ik een motorclubje waarmee ik er graag op uit trek. Ik maak ook nog deel uit van een kookclub. En als de verveling toch toeslaat, kan ik altijd nog aan een nieuw boek beginnen. Ik schrijf graag. Misschien een keer iets heel anders. Een kinderboek of een detective. We zien wel. Ik weet het nog niet. Maar maak je niet ongerust. Het komt allemaal wel goed met Evert.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
menu